Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Meer weten?

Sluiten

Aardopgang

Door Marthe van Bronkhorst

Aardopgang

Aardopgang was helder die avond. Een blauwe halve bol kwam op uit zijn eigen schaduw, stralend, zelfverzekerd. Uit het niets verscheen hij, fris als een boreling, speels om het hoekje kijkend. Het reliëf van Afrika stootte door een wolk heen, een sliertje Madagaskar was zichtbaar. Een blauwe cirkel. Billy zag het en kon huilen, hij kon lachen. Hij vloekte.

Dat was thuis. Een blauwe sproet in een zwart heelal.

Waarom hij het had moeten zijn, kon hij niet zeggen.

Ja, hij werkte in zijn werkplaats, Billy’s Scheepsschroeven, toen ze belden, de ruimte-gasten.

Ze kenden zijn naam. Ze hoorden dat hij schroevenreparaties deed? Haastklussen? En oude modellen?

‘Ligt eraan, hoe oud?’ had Billy gevraagd.

Ze konden het niet zeggen. Ze zouden het bezorgen in zijn werkplaats. Toen waren er ‘complicaties’, een dag later stonden ze voor de deur.

Zij – de ruimtekerels, dat bleek – zweet druipend in hun zwarte kragen, legden het contract in de auto aan hem uit. Gele vlaktes van de Pennsylvanian Cumberlands schoten voorbij, vibrerend van hitte.

Officieel, zei de dunne van de twee, was dit een grond-klus, en deed Billy al het reparatiewerk aan de grond, begreep hij? Hij werkte ook niet voor het Agentschap, was niet betrokken bij ruimtevaart, verkenning, of zelfs maar simulaties. Alles wat hij hoorde, zag of aanraakte was strikt vertrouwelijk.

En inderdaad. Geen enkel nieuwsbericht, foto, of personeelsbestand vermeldde Billy’s reis. Officieel was Billy nooit aan boord van de Apollin-17 gegaan, laat staan het luchtruim in. Officieel was er niets gebeurd. Maar toch. Waarom hij?

Ergens op aarde had een vlinder met haar vleugels geklapperd en nu zat hij, Billy Matters, op de achterbank van een geblindeerde auto in een acht uur durende rit naar Houston.

Had hij nog vragen?

Van alle vragen die vliegachtig door zijn hoofd circuleerden, vond er maar één een uitweg.

‘Waarom een Rotator-4-schroef? Waarom wilt u dat ik die repareer? Er zijn zo veel betere modellen, ik bedoel.. voor dat geld.. Waarom koopt u geen nieuwer model, een A690, een Silver X12?’

Dat was de eerste keer dat de dikke zijn hoofd omdraaide. ‘Wij gebruiken oude modellen schroeven omdat niemand oude schroeven gebruikt. Of de mechanieken snapt. Niet Rusland, niet China. Alleen wij. En ze zijn te zwaar om uit elkaar te halen. Dus we repareren ze in zero grav.’

Er was een afslag naar links met een bord ‘Spacecraft Research and Visitor Centre’, de dikke reed door. ‘Dat is waar ze denken dat we zitten’ grijnsde de dunne.

Billy staarde naar het bedrag in het contract. Was het niet te veel?, schoot gek genoeg door zijn hoofd, vlak voor hij zijn handtekening zette.

Niets uit de twee weken Simulatortraining had hem hierop kunnen voorbereiden. Billy was zo lang in de zero-gravity simulator geweest dat hij het bijna niet voelde toen ze echt vertrokken.

De andere twee hadden dingen om handen, Frank navigeerde in de commandostoel, Jim zat in het materialenhok met het sextant, maar Billy was drijvende. De schroef was immens, maar het was simpel olie-, polijst en slijpwerk geweest. Nu kon Billy alleen wachten.

Maar toen kwam de aarde op.

Billy, 34, schroefreparateur uit Boston, Massachusetts, zag de aarde opkomen.

/////////////////////////////////////////////////////////

Het eerste wat relatief werd, was smaak. Alles verflauwde. Uit Estelle’s, het eerste wegrestaurant na zijn landing, was hij weggelopen, zijn burger half-gegeten op zijn bord. Het gat erin deed hem denken aan de deuk in de schroef. De deuk in de schroef deed hem denken aan de leegte in zijn buik.

Geluiden volgden. Billy kwam erachter dat hij niet meer naar de radio kon luisteren in zijn werkplaats. Hij floot niet meer mee met de liedjes die hij kende, alle melodieën waren atonaal en vals geworden. Op het laatst zette hij het ding maar helemaal af.

Slaap werd relatief, hij zat nachtenlang op de veranda, nachtkijkend. Het verandalicht was stukgegaan, maar hij repareerde het niet.

Scheren werd relatief. Telefoons, broodkruimels, bandenplakken, kranten, etentjes met de buren werden allemaal relatief.

Op een donderdag duwde Billy een dot Ch-Easy-kaasspread uit een tube en vroeg hij zich af, Wat zal het volgende worden? Kaas?

Maar het werd Marvy.

Zoals altijd als Billy thuiskwam, rende Marvy, zijn Ierse setter, op hem af met de grootst mogelijke commotie. Heftig kwispelend, uitbundig blaffend danste de bruine kluwen om hem heen.

Billy ging zitten in zijn stoel.

Marvy had honger en Marvy wilde vangen.

Billy voelde hoe het snuitje tegen zijn knie beukte.

Billy zat.

Marvy blafte.

Billy zat.

De bruine ogen keken.

Billy zat.

Marvy legde de stok voor hem klaar.

Billy gooide de stok niet.

Hij was niet in de stemming.

Marvy was relatief geworden. Er moest iets gebeuren. Billy probeerde zijn kalme hart te negeren dat niet meer bonsde als de setter aan kwam rennen, maar het ging niet. Koortsachtig ging hij door de kranten. Een taxi. Een bus. Een vlucht. Weg.

De vrouw aan boord van zijn vlucht nam twee-en-driekwart stoel in beslag en had een vreemde lichaamsgeur die Billy kon horen en proeven tegelijkertijd, het deerde hem niet. Hij voelde de droge, grasloze, rotsbodem van het maanachtige landschap zelfs nog voor ze de hobbelige landing maakten.

Keflavik Airport, IJsland, keek uit op een sneeuwachtige laan. Het hoofdstadje was het kleinste en de mensen de blondste die Billy ooit had gezien. Het Engels van de bakkersvrouw was perfect, maar wat trager en melodisch, op een manier die Billy aan zoet brood deed denken.

Billy liep naar het balkon en keek op zijn horloge.

20:03, lokale tijd.

Over een uur vertrok zijn vlucht naar Engeland. Billy keek omhoog, ver boven de sneeuwranden en de blauw-en-rode daken, en begreep dat hij zijn vlucht niet meer zou nemen.

Aurora borealis was helder die avond. Een groen vuur wapperde in de lucht als een kaarsvlam, dansend, kristalhelder. Uit het niets verscheen het, woekerend als een bosbrand, speels. Billy voelde het in zich knapperen, hoorde het aquamarijn. Het was niet hetzelfde, het kon nooit hetzelfde zijn. Het was thuis. Een smaragden lint in een zwart heelal.

– Marthe van Bronkhorst

geen reacties
0 Fictie

Absoluut

Tammo Ponte

0 Non-fictie

Miami

Stephan van Erp

2 Non-fictie

Migraine

Alexander Roessen