Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Absoluut

Door Tammo Ponte

De in luipaardbond getooide koning hangt scheef in de wind van een forse ventilator.

Het apparaat krijgt geen grip op de zuurstofarme Saharahitte in de rechtszaal.

De posities zijn ingenomen.

Gespeeld nonchalant stapelt hij de forse dossiers op tafel. Een langzaam uitgevoerd ritueel.
Hij krijgt er zijn hartslag mee onder controle. In het begin namen krioelende zittingszenuwen zijn brein nog wel eens over. Dan liet hij zich intimideren door parmantig advocatenproza of een vakkundig filerende rechter. Die faalangstblokkades liggen achter hem.

Self-made is hij verdomme! Zijn loopbaan begonnen als asielbeambte, of liever; sprookjesprikker, nu, na jaren buffelen, advocaat van de Staat. Zijn roeping; indamming van de vale vloed. Teveel melk en de koffie verliest zijn karakter.

Veel asielrelazen verstouwde hij in zijn wik-en-weeg-periode. De nep-homo’s, gelegenheidsmoslims en pseudorebellen in files zien langskomen. Elk seizoen weer een andere versie van hetzelfde relaas. Mensenmokkelaars en hun gebrek aan creativiteit. Die ervaring heeft hij voor op de sandaal-advocaten.

Naast hem de blonde vreemdeling. Met zijn advocaat. Morsig gekleed onder de toga. Riedeltjes draaiend. Dag in dag uit. Idealistisch gedreven of platte gemakzucht? Betaald door de Staat. Dat hebben ze dan wel gemeen.

Tegenover hem de rechter. Een nieuwe. Alhoewel. Slachtoffer van de verplichte magistraten-roulatie achter de schermen. Geen rechter “doet” vreemdelingenrecht voor zijn plezier.
Nou Salomonnetje, wat gaat het worden vandaag? Hoe zal het oordeel luiden?

Goed dan. Cynisch en vooringenomen. Het zei zo. Zijn baas heeft makkelijk praten. Als loot van een verheven stam kukelde hij uit de collegebanken hupsakee de rijksjuristerij in. Nooit met zijn poten in de klei gestaan. Nooit ook maar één vreemdeling gesproken.

Neem nou dit exemplaar. Eén van dertien in een dozijn. Te grote mond; adieu baan, huis en gezin. Dan; voortkomende verontwaardiging over de verwording van de vanzelfsprekend geachte vrijheden. Het is de verbijstering van een havik in vrije vlucht bij een acuut opkomende vleugellamheid. Hier, op dit continent, hier kennen ze de grenzen. Ze zijn kristalhelder. Het zijn de voorwaarden voor een geriefelijk leven. De koning doet zijn ding. En als de koning zijn ding doet, dan laat je hem zijn gang gaan.

Het wordt een drukke dag voor de woordenmagiër. De enige lokale spreker van de genadeloze roggeltaal uit het noorden.

De kleurloze exoot krijgt het woord.

‘Hoekstra is de naam. Mijn koning is in verwarring. Ik kan niet terug.’

Gehemelte ontwrichtend gereutel verhakstukt tot keurig klinkende klikklanken.

Verwonderd wenkbrauwt de groene rechter.

‘De koninklijke verwarring blijkt niet uit uw dossier.’

De onfortuinlijke ziel. Oververhit. Langzaam rijzen de platbroden onder zijn oksels. Zijn doorweekte klerkendracht als nostalgische klederdracht. Door zijn vezels pulseren bureaucratische beginselen. Ooit glanzende schoenen. Ooit strak in pak. Nu grijs en gekreukeld. Wanhopig wappert hij met verdragen. Mensenrechten als invasieve exoten. Het woord “staatsgreep” valt veelvuldig en dood als het schuim op bananenbier onder de middagzon.

‘Hij heeft mijn baas ontslagen. Zijne Koninklijke Hoogheid heeft de hele regering naar huis gestuurd.’

‘Uw baas was minister?’

‘Precies edelachtbare! Zomaar ontslagen. Van de ene op de andere dag.’

De woorden verbluffen de magistraat.

‘Mijnheer Hoekstra. Stenen worden gegeten. Zo wordt mankala gespeeld. Al eeuwen.’

‘…mankala?’

De migrantenvertegenwoordiger draait zijn betoog. Tegen beter weten. Want ook hij snapt; de koning die laat je met rust. Hij vraagt om begrip. Het is de prille perceptie van koninklijke almogendheid.

De schichtige bleekneus kleurt rood. Roept:

‘Maar de minister-president heeft geen toestemming gegeven, hij heeft niet getekend!’

Minzaam glimlachend pareert de voorzitter de wanhoopskreet.

‘Dus het slachtoffer moet instemmen met zijn executie?’

Boze wenken van zijn raadsman nopen de ongelukkige tot een zwijgzamere opstelling. De jurist vervolgt zijn betoog. De vreemdeling heeft zich loyaal getoond. Zijn minister verdedigd. Totdat ie werd kaltgestellt. Dat zegt ie. “Kaltgestellt”. Noordelijk jargon uit zijn autochtone strot.

De loyaliteitskaart wordt kansloos getrokken. Averechtse standvastigheid. De koning moet geëerd. En met rust gelaten. Punt.

En daar zijn ze weer. De vergeelde beelden van de gammele bootjes. De oversteek. De trek. Vanuit het ingeklapte continent. Van noord naar zuid. In een schuit. Flauw ja. Dat komt er van. Emoties in de rechtszaal. Steeds dezelfde. Meerdere keren per dag. Meerdere dagen in de week. Feiten. Daar gaat het om. Staan die vast, dan kunnen ze worden gekwalificeerd.

De koning ontslaat zijn ministers, grijpt de macht en majesteitschennis wordt gestraft.

En wat doen ze?

De koning beledigen.

Eindelijk krijgt hij het woord.

‘Wat vindt de Staat van deze kwestie?’

Tijd voor het platgetreden betoog.

‘Edelachtbare, de heer Hoekstra spreekt van een coup d’état. Gaarne citeer ik uit zijn grondwet.’

De vreemdelingenadvocaat zijgt moedeloos neer in zijn stoel. Want daar gaan we weer. Het staat er toch echt.

‘De minister-president en de ministers kunnen bij koninklijk besluit worden benoemd en ontslagen. De koning heeft beslist. Het ontslag is rechtmatig…’

De voor koudere streken zo kenmerkende barbaarsheid komt abrupt tot volle wasdom als de vreemdeling wederom ongevraagd het woord neemt en dit privilege bovendien verkracht door brullend en met geheven armen zijn onmacht te etaleren.

‘Ja maar de koning is slechts een symbool!’

De ventilator kraakt en zoemt. De koning beweegt zachtjes in de wind. Met zijn handen in zijn kroes staart de vreemdelingenadvocaat naar het dossier van zijn cliënt voor hem op tafel. Het oordeel is geveld.

‘Mijnheer Hoekstra…’ vervolgt de rechter tenslotte en wijst daarbij naar het staatsieportret. ‘…ik spreek recht namens de koning, dezelfde koning die u nu smeekt om bescherming.

Ik zeg u dit: Een koning kan geen symbool zijn want een koning wordt geboren, door de natuur bestemd – of door god gegeven zo u wilt – en u mijnheer Hoekstra, bent daarom niet in de positie de wil van de koning, uw koning, te trotseren…Uw koning neemt slechts terug wat hem rechtens toekomt. Het wordt tijd dat u dat inziet. U zult zich aan hem moeten verantwoorden. Van een staatsgreep is geen sprake.’

De luchtspiegeling ontspiegeld: De macht herijkt, de wet geëerd.

Hij klapt het dossier dicht. Het eerste van vandaag. De nieuwe heeft een lekker tempo.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch