Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Amsterdam, de stad van mijn dromen

Door Rina Van de Vlekkert

‘Kom we gaan’ zegt mijn vriendin. Ik knik, drink mijn cappuccino op en pak mijn tas. Hoogste tijd! Met zijn tweeën doen we een dagje Amsterdam, altijd gezellig. We laten het terras voor wat het is en lopen naar haar auto. ‘Stap in,’ zegt ze, ‘dan zet ik je even bij jouw auto af.’
‘Nee joh, dat hoeft niet. Het is maar een klein stukje.’ Ik bedank haar vriendelijk en sla haar aanbod af.
‘Weet je het zeker?’ vraagt ze nog eens. ‘Het is geen moeite hoor.’
‘Ik weet het zeker, rijd nou maar. Ik ga lekker lopen’. Als ze wegrijdt zwaai ik haar na. Met mijn Dopper in de hand -je weet wel, zo’n verantwoord waterflesje- loop ik langs de gracht. Spelend met het flesje hang ik over de reling. Stomme gewoonte, maar dat doe ik nu eenmaal. Totdat ik het ding in het water laat vallen. Alleen de dop heb ik nog in mijn hand. Shit! stom zeg. Dan zie ik een jongen, die iets verderop met een lange stok, waaraan een netje is bevestigd, aan het hengelen is naar de rotzooi in de gracht.
‘Kun je dat flesje er voor mij uit vissen?’ vraag ik hem.
‘Welke mot je hebben?’ vraagt de jongen.
‘Die groene,’ zeg ik hem wijzend naar het flesje.
Hij vist hij mijn Dopper uit de gracht. Ik pak het ding van hem aan en trek een vies gezicht. Die krijg ik dus nooit meer schoon. Ik haal mijn schouders op en gooi het ding in de prullenbak.
‘Hé weiffie, wat doe je nou? Waarom most ik dat kolereding dan ophijse?’ schreeuwt de jongen terwijl hij een dramatisch gebaar met zijn armen maakt.
‘Omdat ie in het water lag. En je moest het niet, je bood het zelf aan, sorry, Maar even goed bedankt!’ Ik loop verder, het gemopper van de jongen negerend. Tja, ik loop dan wel verder… maar waarheen eigenlijk? Waar heb ik in vredesnaam mijn auto neergezet. Ik weet het echt niet. Hoe ik ook pieker, het wil me niet te binnen schieten. Dan opeens begint mijn horloge te flikkeren. Een kitschding dat ik waarschijnlijk ooit eens heb gekregen. Ik moet het wel gekregen hebben, want het koperen ding met de barokke krullen is zo lelijk dat ik het nooit zelf gekocht zou hebben. Eerlijk gezegd verbaast het me dat ik hem die ochtend om heb gedaan. Maar goed, nu komt het afzichtelijke ding goed uit. Er zit namelijk GPS en internet op. Bovendien waarschuwt hij me voor naderend onheil. Ik kijk op het display. “overschrijding parkeertijd: 1H:10” en met gele letters die steeds oplichten: “bijladen, bijladen, bijladen!” Dit moet het horloge van mister Big Brother himself zijn, denk ik. Hoe weet dit klokje dat mijn parkeertijd is verstreken. Ik kan me niet herinneren dat ik iets ingevoerd heb op dit slimme apparaat. Ik kijk nog eens op het display en zie nu ook een plattegrondje verschijnen. Klein, maar het is te lezen. Tjonge, dat is toch wel geweldig. Nadat ik het schermpje iets heb vergroot zie ik dat de pijl in de richting van de Haarlemmer Houttuinen wijst. Omdat ik nog niet helemaal vertrouw op het digitale frutsel om mijn pols, besluit ik het te vragen aan een mevrouw die me tegemoet komt lopen. ‘Oh ja, de Haarlemmer Houttuinen, natuurlijk ken ik die’ en ze wijst me hoe ik moet lopen. Eerste weg links, na honderd meter rechts, dan de tweede zijstraat nadat u voorbij de muziekschool op de hoek….en langs haar neus weg vertelt ze me dat ze op die muziekschool jarenlang heeft lesgegeven.
‘Maar dat vindt u natuurlijk helemaal niet interessant, ik draaf ook maar een beetje door,’ zegt de vrouw. En ze heeft helemaal gelijk, het feit dat zij muziekjuf is geweest, boeit mij inderdaad niet. Maar dat zeg ik haar natuurlijk niet. Ik bedank haar voor haar hup en loop in de richting die zij mij gewezen heeft. De eerste weg links en dan na honderd meter rechts, dat weet ik nog. Daarna ben ik in de brei van haar woorden de aanwijzing kwijtgeraakt. Ik besluit mijn slimme horloge te raadplegen. Ik kijk op het display. “overschrijding parkeertijd: 1H:35, bijladen, bijladen, bijladen,” gevolgd door reclame van Holland Casino. Zie je wel, toch een gratis gadget, denk ik. Gelukkig verschijnt het plattegrondje weer. Vol vertrouwen loop ik in de richting van de pijl. Meer dan een anderhalf uur is mijn parkeertijd al verstreken. Dat zou zomaar eens in de papieren kunnen gaan lopen. Ik hoop dat de parkeerwachten van Amsterdam een beetje mild voor me zijn. Na nog een halfuur lopen flikkert mijn horloge opnieuw op “bestemming bereikt.” Ik kijk om me heen en zie nergens een parkeerplaats, laat staan mijn auto. Wel sta ik voor het gebouw van Holland Casino.
Ik kijk opzij en zie de groene cijfers op de display, ik draai me om.
‘Wat is er toch? Wat ben je toch onrustig’ vraagt mijn man.
‘Ik ben in Amsterdam en weet niet waar ik de auto heb geparkeerd.’
‘Waarom vraag je het mij dan niet?’
‘Alsof jij het weet. Nou zeg het dan, waar staat de auto?’ daag ik hem uit. Hij kijkt me alleen aan met die blik.
‘Zie je wel,’ zeg ik. ‘Jij weet het ook niet.’
‘Ja, zeg, het is toch jouw droom.’

geen reacties
0 Fictie

Rauwe pijn

Sahar Noor

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam