Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Anticlimax

Door Fedor de Groot

Het oude bakstenen gebouw staat op een industrieterrein in een vergeten hoek van wat ooit een van de grootste havengebieden van de wereld was. De straten liggen er in dit post-apocalyptische tijdperk stil en verlaten bij. Een eenzaam figuur verbreekt met het geluid van zijn voetstappen de onheilspellende stilte van de straat. De figuur, een man van middelbare leeftijd, kijkt naar het gebouw wat, ondanks de slechte staat waarin het verkeerd, nog steeds een bepaalde grandeur uit straalt. De man kijkt de straat achter hem in. Een sluier van regendruppels draait rond het licht van een straatlantaarn. De man kijkt er verbaasd naar. Het is het enige lichtpuntje in de omgeving wat nog werkt. De man twijfelt even, maar strompelt dan in de richting van een stalen deur die schuin in zijn scharnieren hangt. De deur kraakt wanneer de man de deur met moeite open trekt. Behoedzaam loopt hij een schemerige gang in die achter de deur verscholen ligt. De muffe lucht die in de gang hangt is niet te harden. Het linoleum op de vloer bolt op van het vocht en aan het plafond hangen ingezakte plafondplaten. Enkele platen hebben het gevecht met de zwaartekracht niet overleefd en liggen in stukken op de vloer. Hij ontwijkt zoveel als mogelijk de troep op de vloer en staat dan voor een houten deur. Op de deur is een rechthoekig kunststof bordje geschroefd. Het ziet er nog opvallend nieuw uit. “Fabricagehal 1” staat er met hoofdletters in het bordje gestanst. Aarzelend opent hij de deur en staat dan in een lange hoge fabriekshal. Op zijn hoede schuift hij iets verder de hal in, die ruikt naar een mengeling van olie en vocht. Muf, net zoals in de gang, maar met een industriële toevoeging. In de bakstenen muur recht tegenover hem schijnt door een rond raampje een strook licht van de straatlantaarn de hal in. De man volgt de baan van het zich verstrooiende licht en ziet dat deze een stoel, die midden in de hal staat, uitlicht.

De stoel is geen bijzonder exemplaar. Een kantinestoel, model dertien in een dozijn. Destijds populair, nu De stoel is met een paar stevige stalen hoeken aan de betonnen vloer vastgemaakt. Rondom de stoel liggen stukken touw en doorgeknipte tiewraps. Hij maakt een grimas als hij de honkbalknuppel achter de stoel ziet liggen. Dan strompelt hij nog iets dichter naar de stoel en ziet dat er in de stoelzitting een gat is gezaagd. Onder de stoel ligt een grote plas opgedroogde rood bruine smurrie. Hij slikt even. Een siddering schiet als een elektrische schok door hem heen. Hij kijkt angstig om zich heen. Het diffuse licht wat door het ronde raampje schijnt maakt dat de hoeken van de hal in het duister gehuld blijven. Tegen een stalen steunpilaar die nog net door het spaarzame licht wordt beschenen staat een grote betonschaar. De man haalt een zaklantaarn uit zijn rugzak , klikt deze aan en schijnt ermee op de betonschaar. Er zit een witte sticker op met een kavelnummer van een online veilingsite. De snijvlakken van de betonschaar zijn rood verkleurd. De man wrijft even met zijn linkerhand over het verband wat om zijn rechterhand is gewikkeld. Dan verstart hij. Hoorde hij een geluid? Het licht in de hal wordt wat gedempt als het zachtjes begint te regenen op het dak van de hal. Het gebouw kraakt wanneer een windvlaag door een kapot raam naar binnen waait. De hal wordt langzaam nog donkerder wanneer het harder begint te regenen.

De man begeeft zich zo snel als het gaat naar een donkere hoek van de hal. Het schijnsel van de zaklantaarn verlicht vreemde hoekige vormen. Oude staalconstructies die zijn achtergebleven denkt de man. Behoedzaam ontwijkt hij de constructies. In het licht van de zaklantaarn rijst een bakstenen muur op. De lichtbundel draait naar links en een stalen rasterwerk wordt zichtbaar. De man knielt bij het raster. Erachter ligt het te wachten. Zijn geheim. Wanneer hij zijn rugzak op de vloer zet valt deze om. Met afgrijzen ziet hij de inhoud van de rugzak over de vloer rollen. Het maakt verdomd veel herrie. Van schrik laat hij de zaklantaarn vallen die van hem weg rolt. Het geluid van de omvallende rugzak ebt weg en maakt plaats voor het geroffel van de regen op het dak. En een zacht piepend geluid achter zich. De deur. De man duikt richting de plek waar hij een staalconstructie vermoedt. Uit het zicht. Weer hoort hij het piepen van de deur. En voetstappen. Sloffende voetstappen die langzaam dichterbij komen. En gekreun. Gehijg. Stank. Ze zijn er.

Verbijsterd kijkt de man naar de groep die is binnengekomen. Ze sloffen naar het midden van de hal. Dan lijken ze iets te ruiken. Hem. Ze ruiken hem denkt de man. Als ware het één man draait de groep zich plotseling in zijn richting. De sloffende voetstappen, het gekreun, het gehijg, die afschuwelijke stank. Ze komen dichterbij. Gedaantes. De voorste gedaante bukt zich in de richting van de man. Het gezicht van de gedaante wordt beschenen door het licht van de zaklantaarn. Het is een afschuwelijk verminkt gezicht. De mond van de gedaante is tot halverwege de wang open gescheurd en slijm drupt uit wat nu de mondhoek is. Een druppel slijm valt op het gezicht van de wang van de man. De man deinst achteruit maar de gedaante pakt hem beet. Voordat hij het weet springen meerdere gedaantes op hem en sleuren hem mee naar de stoel. Ruw wordt hij op de stoel gezet. Hij voelt dat hij een beetje wegzakt in het gat in de stoel. Een gedaante pakt zijn rechterhand en scheurt het verband wat om de hand zit er in één ruk af. Een grote etterige wond wordt zichtbaar. De gedaante duikt met zijn mond op de wond. Dan verstart iedereen in de hal en horen ze zacht een bekende melodie. ‘Last Christmas, I gave you my heart. But the very next day you gave it away.’

‘Cut! Godverdomme Paul! Je telefoon! Jezus, lul. We starten opnieuw bij shot 1298.’

Als ware het één groep kijken de gedaantes boos naar zombie Paul.

geen reacties
1 Poetry slam

Samen Slapen

Ben Oranje

0 Poetry slam

Ik ben net niet

Reinier Punt

0 Fictie

De dijk

Wendy Wierdsma

0 Non-fictie

Kwijt

ANJA KWARTEN

0 Fictie

Stromen

Sonja Coenen

0 Non-fictie

Als ik ga

Heidi Hulst

2 Poetry slam

kindje

Jacqueline Brouwers