Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Balkona Getawi

Door Tara Lecluyze

Beiroet voelde direct vertrouwd. Als een droom. De nauwe straatjes die samen een doolhof lijken te vormen. De vele balkonnetjes. De chaos en tegelijkertijd de rust. De lucht, het licht. Het hostelleven is echter totaal nieuw voor mij. Ik koos een hostel, omdat ik bang was anders teveel alleen te zijn. Hier kan ik nieuwe mensen ontmoeten, dacht ik. En nieuwe mensen heb ik ontmoet. En hoe. Tot een punt dat ik er eigenlijk niet meer goed tegen kon.

Jouw balkon intrigeerde meteen. Het tafereel was mooi. Het verval, de grote ramen. De lange kaarsen waar het vet vanaf droop. En dan jij achter je laptop in het donker. Sigaret in de hand. Een stukje hoofd zichtbaar. Balkona Getawi noemde jij het liefkozend. Je had het appartement gehuurd tegenover het hostel. Een stuk plastic moest de regen tegenhouden uit het gat in het dak. Een gebarsten spiegel met scherpe hoeken stond er ter decoratie onder. Vanaf je balkona hield je iedereen in de gaten. Vanaf dit plekje hield je mij in de gaten.

“Maak het niet groter dan het is”, zei je na afloop. Toen ik boos en verdrietig was. Toen ik zei dat je mijn grenzen ver was over gegaan. “Alles is goed”, zei je. Het is noch goed noch aan jou om te bepalen of dat zo is, Karlo. Je bent jong. Veel jonger dan ik. Je leek me schattig en gedreven. Je liet me lachen. Ik verloor de tijd. Ik genoot echt van ons contact, van ons spel, als ik langs je balkona liep.

Als een roes beleefde ik deze dagen. Uren wandelen met allerlei mensen. Beiroet als decor. En op de één of andere manier die aantrekkingskracht naar jou. Oké naar jou, misschien ook een nanoseconde naar Toufik, zelfs stiekem heel heel even naar Bob en Max en oké – heel heel, heel even ook naar Marc – en vooral ook naar Yousef. Naar jou en naar Yousef. Waar was ik beland? In een hostel waar iedereen opeens een potentiële geliefde was. Geconfronteerd met een kant of een fase van mezelf waar ik eigenlijk helemaal niet op zat te wachten en waar ik me erg voor schaam. Ik voelde de spanning, maar ik koos ervoor het te negeren. Hier was ik niet voor gekomen.

Yousef nam de tijd voor me en ik voor hem. Hij kookte voor me. Hij hielp met mijn Arabisch. Mijn Arabisch dat als een soort fantoom ledemaat is wat er ooit was en er nu niet meer is, al is het er in werkelijkheid natuurlijk nooit geweest. Het voelt, alsof ik er nét niet bij kan. Man, waarom kost die taal goed leren die zo in mijn hart zit me toch zoveel moeite? Yousef was lief. Ik dacht in hem pijn en verlies te herkennen. Hij vertelde over zijn geboortedorp in Syrië. Hij vertelde over zijn verloren geliefde. Ik was graag bij hem in de buurt. Ik wilde lief voor hem zijn.Ik wilde dat hij lief voor mij was.

Ik zag jou weer. Ons contact was leuk, maar mijn contact met iedereen was leuk? Ja, we flirtten, maar dat deed iedereen met iedereen toch? Je nodigde me uit op je balkona. Ik vond je interessant. Je leek zo onschuldig. In werkelijkheid bleek ik, met mijn 9 extra jaren op de teller, onschuldig en vooral… naïef.

We hadden discussies. Over politiek. Over Kroatië, je geboorteland. Over Libanon. Over gelijkheid in de wereld. We dronken 3 Almaza-bier. Ik drink nooit. Ik raakte de tijd en de controle over mezelf kwijt. Midden in een politiek gesprek zoende je me. Wow! Of nee, wacht. Dit kan niet. Ik dacht aan Yousef, die dit tafereel vanaf zijn balkon aan de overkant precies moest kunnen volgen. Ik keek omhoog naar zijn balkon en zag een brandende sigaret over de reling. Maar ik liet me gaan. Je zoende en zoende en zoende me. Tot je me niet meer zoende en iets anders van me wilde. Ik zei dat ik dat niet wilde. Lief. Zacht. Je zoende me weer. Je smeekte. Je dwong. Je werd hardhandig. Ik voelde me gevangen. Je maakte me bang. Het lukte me uiteindelijk om naar mijn eigen kamer te gaan.

De volgende dag was ik het die jou vreemd genoeg weer opzocht. Als een bijtje op zoek naar een bloem. Ik kon gewoon niet geloven dat die jonge jongen die zo charmant en grappig was geweest echt zo dwingend kon zijn. Ik stuurde je een foto van jou op je balkona zonder iets te zeggen. De berichtjes die je me vervolgens stuurde waren charmant en gevat. Ik voelde, hoe verwerpelijk ik het ook vond, een verlangen. Ik wilde je zien. Jij wilde mij zien.

We haalden samen een nieuwe voorraad Almaza-bier. Je liep steeds vijf passen voor me. Ik zei dat ik het niet leuk vond om achter je aan te sjokken. Jij zei dat je niet zeker was of iemand jouw pad zou moeten willen volgen en dat je ook niet wist of je dat zelf wel wilde.

Op de 1e etage kwam Oktay, de Turkse dichter die Turks spreekt, maar toch de hele dag veel geluid en contact met iedereen maakt, plotseling op het balkon staan. Oktay met zijn lange zwarte haren en zijn lange zwarte snor en in zijn pyjamabroek. Hij begon harde techno te draaien en uitbundig te dansen. Later droeg hij dramatische gedichten voor die hij vertaald had vanuit het Turks met behulp van Google Translate. Toufik en Yousef kwamen de show ook van dichtbij bekijken. Wij moedigden Harun aan en dansten met zijn tweeën op straat onder het balkon. Ik maakte een kinderachtige tekening van de balkonscène en ook van ons twee op het balkona. Yousef keek me niet meer aan. Harun bleek niet te stoppen. Zelfs niet toen Toufik en Yousef interesse verloren hadden in het schouwspel en wij hem ook zat begonnen te worden. We zagen opeens dat Oktay wel érg opgewonden werd van zijn eigen show. We besloten dat Oktay net zoiets was als een vuurtje. Als we één element weg zouden halen, zoals bij vuur of zuurstof, of brandstof of een hoge temperatuur moet worden weggehaald, we Oktay wel konden stoppen. We gingen snel naar binnen en sloten de houten panelen. Jij gluurde door een kier en zag dat Oktay’s show afgelopen was.

Van het ene op het andere moment zoende je me weer. Wild. Hard. Je raakte me aan. Ik verstijfde compleet. De zoen die ik gisteren in het begin nog fijn vond, maakte me nu direct als een zombie. Ik durfde echt niet nog een keer nee te zeggen. Ik was boos op mezelf en ik begreep en begrijp niet eens wat er nou gaande was. Waarom kon ik niet gewoon zeggen dat ik dit niet wilde? Jij die 9 jaren jonger bent en een aantal koppen kleiner bent. Je werd steeds hardhandiger. Ik herinnerde me opeens dat ik ongesteld was geworden die nacht. “HA!”, zei ik. “Dit kan helemaal niet en je moet nu stoppen, vanwege ‘biologische redenen’.” Dit kon ik wel zeggen. Dit lukte gewoon. Maar je stopte helemaal niet. Je vond het niet erg, zei je. Je zei dat je me wilde verleiden en een beetje bloed hield jou niet tegen. Ik zei dat ik het wel erg vond. Je zoende me weer. Harder. Dwingender. Je wilde me vastpakken. Je wilde me uitkleden. Je legde je hand hard op mijn keel. In alles dwong je me verder te gaan. En ik? Ik deed helemaal niks, behalve jou pijn willen doen. En dat deed ik uiteindelijk dus ook. Je duwde me hard weg.

Toen ik je de volgende dag weer zag, gaf je me een plagerige knipoog. De dag erna vertrok je uit Beiroet. Je ging voorgoed terug naar Kroatië. Ik was een poster van de meest beroemde zangeres van het Midden – Oosten, Oem Koelthoem, op je kamer vergeten in mijn haast je kamer te verlaten. Ze is mijn heldin. Je vroeg me de poster even op te halen in je kamer. Ik trapte er weer in, want je had het achteraf gezien ook gewoon vanaf je balkona kunnen geven. Je omhelsde me. Je fluisterde zacht in mijn oor. Alhoewel ik me nauwelijks een houding wist te geven, floepte dit er toch uit: “enjoy your life”.

Terwijl ik wegrijd uit de straten van Beiroet in een taxi waar kerstmuziek gemengd met happy hardcore-achtige deuntjes klinken, bedwing ik mijn tranen. Wat voelt het leeg en eenzaam en ergens is er toch ook altijd schoonheid. Als ik boven Zagreb vlieg, denk ik even aan Karlo. Enjoy your life, klootzak.

geen reacties
0 Fictie

Rauwe pijn

Sahar Noor

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam