Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Balkonscène

Door Tamara Baars

Koninginnedag 2008. Roel en ik slenteren door de drukke straten richting Rijnkade. In de verte komt het grote balkon van mijn broertje in zicht.

‘Zullen we kijken of hij er is?’ ‘Gezellig’, zegt Roel. We passeren volle kroegen met lachende gezichten. De buitenbarretjes doen goede zaken; het bier wordt met liters tegelijk in plastic bekers getapt. Midden op de weg is een podium geplaatst en een coverband leeft zich uit alsof het hun laatste dag is. Met het hoofd afgewend van de grote boxen waar scherpe decibellen uit knallen, lopen we voorbij. Aan het einde van de straat, vlakbij de Rijn, bevindt zich het appartement van mijn broer. Ik kijk omhoog naar het enorme balkon en zie Koen met zijn lange gestalte tussen zijn vrienden staan. ‘Hé Koen!’ roep ik, nog net hoorbaar boven het feestlawaai. Hij draait zich om en er verschijnt een glimlach. ‘Hé zus! Wacht, ik kom eraan.’ Koen laat ons binnen en we lopen naar boven.

Het balkon heeft eigenlijk meer weg van een dakterras. Erg netjes onderhouden is het niet, mijn broer eigen. Op de grote scheefliggende tegels glimt een onbestemde kleur mos, een oude rieten stoel staat op drie poten weg te schimmelen in een hoek en de balustrade was vermoedelijk ooit wit van kleur. Her en der staan mensen te praten. Sommige herken ik, de meeste niet. Bijna iedereen heeft een blik Aldibier vast. Ik leun over de reling en zie de mensen in oranje outfits voorbij schuifelen. Een brei aan geluiden en geuren waait over mijn hoofd. Gitaren, gelach, sjasliek op de barbecue, sigaretten.

Koen drukt me een blik lauw bier in de handen. ‘Proost!’ roept hij opgewekt. Zijn gezicht verraadt dat die opgewektheid oppervlakkig is. ‘Hoe gaat het?’ vraag ik hem. ‘Redelijk’, is zijn korte antwoord. Ik tast af of hij er hier en nu over wil praten. ‘Heb je al iets gehoord van de Gelderse Roos?’ probeer ik voorzichtig. Koen vertelt dat hij 19 mei een intake heeft. ‘Dat is mooi’, zeg ik. Koen knikt instemmend, maar ik zie zijn aarzeling. In een poging hem tot steun te zijn, vertel ik dat de medicijnen mij erg goed doen. Dat ik me eindelijk weer normaal begin te voelen. Blij dat het even niet over hem gaat, kijkt hij me geïnteresseerd aan. Ik vertel ook nog dat ik op internet gezocht heb naar fora over depressiviteit, maar dat ik daar al snel mee opgehouden ben. ‘Het lijkt wel alsof daar alleen mensen komen die geen depressie hebben maar een depressie zijn.’ Ik trek er een vies gezicht bij en Koen schiet in de lach. ‘Nee, dat is ook niks voor mij.’ Met een gemaakt stemmetje vervolgt hij: ‘Meid, hoe gaat het met je? Nog zelfmoordpogingen ondernomen de laatste tijd? Je zou het touw eens moeten proberen, helemaal hip.’ We grinniken eensgezind om zijn morbide grapje. Ik voel ruimte om een serieus bruggetje te slaan en zeg: ‘Gelukkig heb ik dat niet, de neiging om van een brug te springen. Jij dan?’ ‘Nee, nee, zeker niet’, bezweert hij me. Hij maakt nog wat foute grappen en ik wil mijn broer geloven. Zoiets doen wij niet.

Omdat zijn bier op is of – zo zal ik me later afvragen – omdat het gesprek hem te dichtbij komt, verdwijnt Koen naar de keuken. Zijn vrienden worden steeds luidruchtiger. Jerome, Koens beste vriend, spreekt me aan. Hij vindt dat ik maar eens met Koen en hem op stap moet, want, meldt hij grijnzend: ‘Ik heb besloten dat jij wel een toffe zus bent.’ Ik lach: ‘Uitnodiging geaccepteerd.’

Dan begint Jerome over Koen, dat het niet zo lekker met hem gaat. ‘Ik weet niet goed wat ik ermee aan moet. Behalve dan regelmatig contact houden en met hem praten.’ We wisselen onze gedachtes over Koen met elkaar uit en spreken af dat we hem een beetje in de gaten zullen houden. Mijn oog valt op hoe Roel en Koen gezellig pratend over de balustrade leunen. Ik wil een foto maken van hun twee ruggen, allebei gehuld in een bruin leren jack, verschillend van tint. Plots bekruipt me een onheilspellend gevoel dat ik niet kan plaatsen. ‘Leuk voor later’ flitst het door mijn hoofd. Ik maak de foto en negeer de rare vlaag van angst. Het is een mooie Koninginnedag, verder niks.

Negen dagen later stapt mijn broertje uit het leven.

10 reacties

Tamara Baars

donderdag, 23:30

Dankjewel Betsie en dankjewel Dorie, vooral jullie stem en sympathieke reactie!

Dorie

donderdag, 23:25

Sterkte

Betsie Tacke

dinsdag, 17:20

Helemaal top

Tamara Baars

Auteur zondag, 15:19

Dankjewel voor je reactie Tseard. ‘Goed geschreven’ vind ik een mooi compliment. Dat het geen literatuur is: klopt, pretendeer en ambieer ik niet. Ook het particuliere overstijgen is niet waar ik me op richt. Zal je feedback nog eens herkauwen, zoiets is altijd leerzaam.

Tseard Zoethout

zondag, 14:47

Goed geschreven, bepaald niet onder de indruk, geen literatuur. Het overstijgen het particuliere op geen enkel moment…

Tamara Baars

Auteur vrijdag, 20:30

Dank Chantal, dat zijn mooie woorden!

Chantal

vrijdag, 10:45

Wie is er niet onder de indruk van dit verhaal?! Niet alleen de inhoud, maar ook de manier waarop het geschreven is – je wordt van heel dichtbij meegenomen en gaat naar een einde dat keihard binnenkomt. Ongelooflijk knap dat als je dit hebt meegemaakt, het zo op ‘papier’ kunt zetten.

Tamara

donderdag, 23:39

Dankjewel Diana!

Diana

donderdag, 23:05

Prachtig geschreven, ik zie nu het verhaal staan.. zo echt, zo dubbel en zo dicht bij hoe het in t leven kan gaan.. 😔

Diana

donderdag, 22:57

Jij bent echt een kei in het schrijven van verhalen, na die laatste samenvatting was ik 200% overtuigd.. mijn stem heb je 👌🏽👍🏽

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch

0 Toneel

Stukje

Bauke Vermaas