Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Ballenbak

Door Aldred Bearsson

(Scene voor twee personen)

P1: Nog nooit ben ik dit soort mensen tegengekomen.
P2: Jij hebt het niet meegemaakt, dus is het niet waar.
P1: Er is zoveel wat ik niet heb meegemaakt en waarvan ik weet dat het waar is.
P2: Ze kunnen bestaan, alleen niet in relatie tot mij.
P1: Je hebt het over hele enge mensen met totaal verwrongen wereldbeelden.
P2: Inderdaad, goed samengevat.
P1: Ik bedoel: daar kunnen er maar heel weinig van zijn.
P2: Daar zijn er juist heel veel van. Maar dat is een andere discussie.
P1: Ik weiger zo te denken.
P2: En wat als het de waarheid is.
P1: De waarheid? De waarheid bestaat niet.
P2: De waarheid bestaat. Alleen kijkt iedereen er anders tegenaan. Sorry, is ook een andere discussie.
P1: Ik kijk met een vriendelijke blik naar mensen. Ik zie het goede in hen.
P2: En ik daarentegen…
P1: Jij ziet wat je wilt zien.
P2: Ik zag het liever anders hoor.
P1: Accepteer mensen toch gewoon.
P2: Wie zegt dat ik dat niet doe.
P1: Jij blijft hangen in negativisme.
P2: Ik neem heus ook wel het goede waar.
P1: Noem ‘ns iets goeds van deze familie.
P2: Pas op, je flesje…
P1: Begin met je grote vriendin.
P2: Ah, mijn schoonmoeder, de matriarch. Zij die iedereen bij elkaar weet te houden. Een pluspunt, zou je zeggen. Maar is er iemand die in het weekend niet op durft te draven? Nee. Ze heeft haar omvangrijke kroost geleerd in zichzelf te geloven. Heel mooi, alleen ging dit gepaard met de mantra dat de rest der mensheid niet deugt. Resultaat: unverfroren zelfgenoegzaamheid. Ze bracht ze de beginselen van loyaliteit bij. Dit keer vergat ze er echter nadrukkelijk iets bij te vermelden, namelijk dat je die ook buiten de familie mag toepassen…
P1: Ho, stop maar. Ik begrijp het: op zich goede waarden hebben consequenties die jou niet aanstaan. Zie het goede, negeer het kwade. Echt, daar wordt je gelukkiger van.
P2: Jij hebt gemakkelijk praten. Jij staat niet aan deze kant van de tafel.
P1: Ga dan aan de andere kant staan.
P2: Zucht.
P1: Weet je zeker dat ze geen grapjes maken. Jij hebt de neiging dingen somber in te zien. Waarschijnlijk door al die moeilijke boeken die je leest.
P2: Wat heb jij daar toch tegen.
P1: Het leven leer je niet uit boeken.
P2: In boeken herken je het leven.
P1: Je leert het leven door te leven.
P2: Een boek haakt in op ieder denkbaar niveau; je begrijpt datgene wat je al kende. En wat je niet kent of herkent kan iets in gang zetten en je blik uiteindelijk verruimen – boeken doen dat, goede boeken doen dat.
P1: Tsja.
P2: Neem de Havelaar. Ik las en begreep het toen ik tien jaar was heel anders dan toen ik zestien was. En onlangs las ik het opnieuw en haalde ik er weer andere dingen uit!
P1: Las jij op je tiende de Havelaar – uitslover.
P2: Gisteren zag ik in een boekhandel zo’n plankje vol zelfhulpboeken. Ik denk dan: lees liever een goed boek. Die rotzooi begint met het creëren van een vals wij-gevoel in de zin van: we hebben allemaal wel eens dat … vul zelf maar een willekeurig probleem in, om vervolgens egocentrisme te propageren. Dat het goed is jezelf ‘een keer’ voorop te stellen, dat jouw ‘uniciteit’ het recht geeft op een podium: Eis je plek op in dit leven! Ondertussen schijt iedereen collectief op het ‘doorgeschoten individualisme’ dat de cohesie van de maatschappij zou aantasten. Maar het zijn de uitwassen van die zelfverklaarde uniciteit die de cohesie aantasten – niet het individualisme! Nee, laat me uitpraten. Ik zeg je, individualiteit is toe aan een herwaardering. Een upgrade. Individualiteit is de weg naar kennis, de enige weg. De literatuur, de wereld van de verhalen, is daarbij een onvervreemdbaar hulpmiddel.
P1: Mag ik even op adem komen?
P2: Ik zou het vervelend vinden als je er ter plekke dood bij neervalt.
P1: Jee, wat kun jij zwammen. En hoezo: individualisme is de enige weg tot kennis?
P2: Het gegeven is dat je als individu geboren wordt, en ook zo zult sterven.
P1: En massagraven dan? Oké, flauw.
P2: Ik bedoel dat er geen gedeeld bewustzijn is. Laat staan een gedeelde ervaring.
P1: Goed. Even terugspoelen. Het ging over je schoonfamilie. Wat zegt K. ervan?
P2: Die hoort en ziet niets.
P1: HALLO – is dat geen aanwijzing!? Misschien hoort ie het niet omdat het niet gebeurt?
P2: Ik verzin het niet.
P1: Je hebt gevoel voor drama, laten we het daar op houden. Lekker biertje trouwens.
P2: Van de speciaalzaak hier om de hoek.

=======

P1: Misschien roep je het op. Je kunt nogal arrogant zijn.
P2: Hoe dat?
P1: Je twijfelt nooit – ik doe dat voortdurend.
P2: Omdat jij eerst spreekt en dan pas nadenkt?
P1: Ha ha. En jij hebt alles al doordacht.
P2: Veel, ja.
P1: Dus je kent je tekst lang voordat de context zich aandient.
P2: Niet zozeer de woorden; het denkbeeld dat eraan ten grondslag ligt.
P1: Dat ligt klaar?
P2: In grote lijnen. En onder de strikte voorwaarde dat het permanent onder constructie is.
P1: A work in progress.
P2: Zoiets.
P1: Weet je wat het met jou is.
P2: Als mensen dat zeggen, volgt er meestal iets onaardigs.
P1: Je denkt te ver door. Je gaat te diep.
P2: Die hoor ik vaker – meestal van jou.
P1: Je lult jezelf nog ‘ns het graf in.

=======

P1: Ik denk dat je schoonfamilie meent dat je leiding nodig hebt. Je bent nogal een ongeleid projectiel. Als je jou de kans geeft, klets je de hele wereld aan elkaar. Deze mensen houden van orde. Jij staat voor wanorde. Je gooit alles overhoop wat de gemiddelde mens heilig is. Je stuitert rond als een kind in een ballenbak. Je jongleert vrijelijk, ogenschijnlijk onbevreesd, met ideeën. En de rest van ons staat er bij, onrustig, handen in de aanslag om de ballen die je mogelijk laat vallen op te vangen. Ik zie je kijken: maar dat hoeft toch helemaal niet, laat gewoon vallen die dingen – alleen dat voelen wij anderen niet zo. Elke bal staat voor een waarheid als een koe, elke bal is een zekerheid die ons bestaan waarde geeft. Elke bal die valt betekent een verlies van wat jij misschien illusies noemt maar waar wij hartstochtelijk voor gaan.
P2: Je geeft ‘ons anderen’ wel heel weinig krediet – over arrogantie gesproken.
P1: Het geldt ook voor mijzelf. Ik hoor je aan en krijg prompt de neiging mijn armen om je heen te slaan. Niet om jou te beschermen, of misschien ook wel. Meer nog om mezelf te beschermen, denk ik. Ik wil je steeds afremmen. Je bent doodeng. Nee, ik maak geen grap.
P2: Hè? Dit is nieuw.
P1: In essentie ben je een vrije geest. En dat is eng.
P2: Iedereen is in essentie een vrije geest.
P1: Laat maar.
P2: Wat niet klopt aan je analyse is de aanname dat mijn schoonfamilie zou weten wat ik denk. Ze weet het namelijk niet. Ik spreek in haar bijzijn nooit meer dan vijf hooguit zes woorden achter elkaar, hun gebiedende blik maant me bij voorbaat tot zwijgen. Dus hoe kunnen ze weten dat ik voor ‘wanorde’ sta?
P1: Dat voelen ze. Echt, dat voelen ze. En waarschijnlijk heb je een keer iets gezegd dat er op wees. Iets kleins dat openbaarde wie je werkelijk bent: een koopman in ideeën.
P2: Geloof je nu wel dat die mensen zijn zoals ik beschreef?
P1: Doet mijn begrip, al dan niet bestaand, er toe?
P2: Meaning?
P1: Dat ik jou dat moet uitleggen. Voor jou is het leven een samenhangend geheel (dit geldt voor iedereen hoor) waar je, om er grip op te krijgen, ijverig de wetmatigheden uit peurt. Of die wetmatigheden juist zijn of niet, het feit blijft dat jij het stralend middelpunt van die ‘werkelijkheid’ bent, de hoofdrolspeler in je eigen toneelstuk. Elke persoon die in jouw wereld figureert vormt op zijn beurt het middelpunt in zijn werkelijkheid, een werkelijkheid waarin jij weer als figurant optreedt – af en toe. Want dat wisselt natuurlijk.
P2: Helder.
P1: Wij hebben onszelf allemaal klemgezet in de tentakels van die godvergeten werkelijkheid. Als er al een besef is van de ander is dat slechts in relatie tot ons eigen leven, dat is: onze belangen. Verder kan de ander ons niet wezenlijk schelen.
P2: En ik was somber ingesteld?
P1: Toen deed ik nog of ik geïnteresseerd was.
P2: Ha ha. Maar ik kan je volgen: begrip tussen mensen is een schier onhaalbare zaak. Dus: doe geen moeite.
P1: Juist.
P2: Zie het goede.
P1: Juist.
P2: Negeer het kwade.
P1: In de ander.
P2: In de ander.
P1: Niet in jezelf.
P2: Niet in jezelf.
P1: Want dat zou wat zijn.
P2: Inderdaad, dat zou wat zijn.
P1: Maar wel consequent.
P2: Dat wel.
P1: Nu ga ik dus twijfelen.
P2: Wacht, ik pak nog een biertje.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch