Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Meer weten?

Sluiten

Bedrijfsziel

Door Odette van Kempen

Ineens begrijp ik het. Dit bedrijf mist een ziel of heeft een ziel die ik niet begrijp. Daarom lijkt elke handeling, elk contact, elke blik die onderling wordt uitgewisseld, oppervlakkig en leeg. De manipulatie op de werkvloer is te verklaren, net zoals de angst, het hielenkussen en het afschuifsysteem. Iedereen die hier werkt heeft ooit geprobeerd om iets wezenlijks bij te dragen, maar elke persoonlijke bijdrage vervliegt in het behoevend karkas van deze micromaatschappij waarin het behalen van individuele targets tot een ware een godsdienst is verheven en waar men acht uur per dag, elk op zijn eigen manier, probeert te overleven.

De grote baas, die om onbekende reden ‘De Dokter’ wordt genoemd zit op zijn troon en stuurt vanaf Azië via zijn assistent klare orders uit die, wanneer ze het uitvoerend team eenmaal bereiken, door ruis allang niet meer duidelijk zijn. Vragen stellen doe je niet, dat leer je hier vanzelf. De communicatielijn loopt als een steile afgrond naar beneden. Het gaat om snel begrijpen en ad hoc handelen. Op hoop van zegen. Als je slim bent dan stuur je moeilijke vragen door, zodat je geen beslissing hoeft te nemen. Afschuiven is een geliefde bezigheid. De beslisser is een held of wordt vermoord. Bijna iedereen is bang.

Het is dinsdagochtend. Hang gaat puffend achter zijn bureau zitten. ‘Life is not easy,’ zegt hij bijna onverstaanbaar en kucht een zenuwkuchje waar hij maar niet vanaf lijkt te komen. Een paar weken geleden zei hij nog, vanuit het niets, dat hij dacht dat hij kanker had. Vervolgens nam hij plaats op de vensterbank en begon met gevouwen handen hardop te bidden. Vandaag vermoedt hij dat het kuchen ligt aan een van zijn organen die niet naar behoren werkt. Als ik vraag waarom hij dat denkt en of hij al naar de huisarts is geweest kan hij daar geen duidelijk op antwoord geven. De huisarts kan niets vinden, mompelt hij terwijl hij staart naar zijn mobiele telefoon. Iets op het scherm tovert zijn bezorgde blik om tot een lach.

Het is negen uur. De rest van mijn collega’s druppelen langzaam binnen. Na jaren oefenen zeggen we elkaar elke morgen gedag. In China is dat geen gewoonte. Als iedereen is aangekomen begint de dagelijkse routine. Ontbijten aan het bureau, thee zetten, e-mails beantwoorden en luidruchtig bellen, want al lijken de meesten collega’s op het eerste gezicht wat introvert, als het aankomt op de bewijsvoering van het heel druk hebben, zo druk dat er geen ruimte is voor nieuwe taken, dan heeft iedereen ineens een duidelijke stem.

‘Ohhh, too many things, too many things,’ zucht Hang hardop en kijkt gekweld mijn richting uit. ’Misschien is het tijd om op yoga te gaan om een beetje rustig te worden,’ geef ik hem in het engels een welgemeend advies. ‘Haha, vanavond moet je alleen koken, ‘ verandert hij van onderwerp. Hij doelt op de afwezigheid van mijn man die op zakenreis is vertrokken. Komt helemaal goed hoor,’ stel ik hem met een knipoog gerust. Ergens heeft Hang het idee gekregen dat ik niet kan koken of gewoon nooit zin heb om te koken. Deze aanname is voor hem in de loop der jaren waarheid geworden.

Inmiddels ligt Hang met zijn gezicht plat op zijn bureau en kijkt vanuit kikvorsperspectief omhoog naar zijn beeldscherm. ‘Oh, neee, we krijgen een audit,’ kermt hij luid terwijl hij naar een inkomende e-mail kijkt en in hoesten uitbarst. ‘Je moet me helpen.’ Wie de audit komt doen en wat er onderzocht gaat worden weet hij niet. ‘Jij wordt audit-lead,’ roept hij naar mij. ‘Laten we dit doen als een team, ’bedank ik hem diplomatiek voor de eer. ‘Yes, yes, of course’, as a team,’ roept Hang terwijl hij opspringt van zijn stoel om via de metalen trap naar beneden te rennen.

Twee blokjes verder barst mijn collega Ling Wei in huilen uit. Een luid snikken. Ze zakt onder uit om zich achter haar monitor te verschuilen. Dan roept ze Hang, die inmiddels weer boven is, en hoewel ik de taal niet versta kan ik aan de toon van haar stem horen dat ze overstuur is. Als ik naar mijn mailbox kijkt begrijp ik waarom. Er is een e-mail binnengekomen van een collega uit Frankrijk die niet blij is met het verloop van een escalatie die al een week geleden naar haar is doorgestuurd. De toon van zijn mail is scherp. Hij vindt haar reactiesnelheid te wensen over laten dus waarschijnlijk geeft ze niets om zijn klant, vuurt hij op haar af. De schouders van Ling Wei schokken. Hang is achter haar gaan staan en ze kijken zwijgend naar haar beeldscherm. Hij is onlangs teamleider geworden, een baan die hem is opgedrongen en waar hij eigenlijk geen zin in heeft. Met een huilende vrouw weet hij zich duidelijk geen raad. Na vijf minuten stil staren haalt hij zijn schouders op en loopt weg. ‘Ik moet zo naar huis, ’roept hij mij toe alsof hij verwacht dat ik daar iets van zal zeggen Ik begrijp goed hoe Ling Wei zich voelt. Ik weet uit eerste hand dat je mentale spierballen moet kweken om jezelf als vrouw in het web van testosteron staande te houden. Met zijn allen hebben we een bedrijfscultuur gekweekt waarin fouten maken onmiddellijk wordt afgestraft. Via e-mail wordt je aan de schandpaal genageld, het liefst publiekelijk met iedereen op de kopie. Ling Wei deed daar zelf in het verleden ook enthousiast aan mee maar nu ze van functie is veranderd bevindt ze zich ineens aan de andere kant van het verhaal. Met niemand om achter te schuilen doet deze aanval haar schrikken.

De volgende morgen als ik aankom op de parkeerplaats staat het alarm te loeien. Ik schiet snel uit de auto en probeer aan een bos met teveel sleutels de juiste sleutel te vinden. Als ik hem eindelijk vindt tik ik de code in en het wordt onmiddellijk aangenaam rustig. Er staat een collega uit België op de parkeerplaats te wachten. De deur is open maar hij komt niet naar binnen. Als ik even later koffie ga halen uit de automaat en uit het raam kijk is hij, met de motor aan en zijn gezicht tegen het raam gevleid, in slaap gevallen.

Het is half negen. Hang komt binnen. ‘Oh, I really have too much stress. ’Goedemorgen, Hang. ’It’s too much for me, ’zucht hij weer. Dan kijkt hij me aan en vraagt of ik zijn functie als teamleider met hem wil delen. ‘Wat schiet ik daar mee op? ’vraag ik hem. We hebben een tekort aan mankracht en deze functie aannemen betekent alleen maar meer taken, meer verantwoording en vooral meer stress. Er is een tijd geweest dat ik het aanbod graag had aangenomen, nu merk ik dat een promotie binnen dit bedrijf mij niet veel zegt. Ling Wei komt binnen. Ze zegt geen gedag en loopt naar haar werkplek toe. Een zomerjurkje over een bolle buik. Ze oogt bleker dan normaal en lijkt nog steeds van slag.

Hang peutert in zijn neus. Tussen twee beeldschermen door kan ik hem haarscherp zien. Hij mompelt iets in het chinees en kijkt over zijn bril om zich heen. Er zit blijkbaar ook iets in zijn oor want hij duwt zijn vinger in zijn gehoorgang en krabt zich daarna op zijn hoofd. Als hij vervolgens zijn nek heeft gemasseerd en zijn bril heeft rechtgezet kijkt hij weer naar zijn laptop en begint te tikken onder het slaken van onverstaanbare kreetjes. Ik vind dat Hang iets weg heeft van mijn kat. Die kan soms ook plotseling een richting op kijken en staren naar iets wat ik niet zie.

Ling Wei verslikt zich luidkeels in een maïskolf die ze probeert af te kluiven. Ze lijkt op een konijntje zoals ze haar tanden in de gele korrels zet. Was ze altijd maar zo lief. Beneden klinkt het kuchje van Hang. De koffiemachine schiet aan. Stiekem hoop ik dat hij niet over de bekers hoest.

De schoonmaakhulp is binnengekomen en ritselt met plastic zakjes. Een gezellig mens die steeds als ze er is aangeeft dat het bijna vrijdag is. Ik vraag hoe het met haar gaat. Ze is ziek geweest, vertelt ze. ‘Gelukkig is het bijna vrijdag, ’probeer ik haar voorzichtig op te beuren, ‘maar ze is al weg.

Op de startpagina van Google schiet een quote voorbij: Every day do something that will inch you close to a better tomorrow.” — DF

Omdat ik iets wil doen en niets beters weet te verzinnen vertel ik een grap. Hang kijkt me aan en aait zijn beeldscherm alsof het een hondje is. De clou van de mop ben ik kwijt. Toch schiet ik vol bezieling in de lach.

geen reacties
0 Fictie

Hap

Anje Gnodde

0 Non-fictie

Een plekje

piet struyf

0 Poetry slam

Verhuizen

Frans Smolders

0 Fictie

plein

Marijke Jasperse

0 Poetry slam

Iets Paars

Desta Matla