Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Behoed ons

Door Afke Jong

Zo zal het gebeuren. Ik stel mezelf voor, te midden van vrienden, familie. Ja, ook ik heb mensen die om me geven. Onwetend, dat wel. De sfeer is ontspannen. We lachen om oude gebeurtenissen, schenken nog eens in. Dan snerpt de deurbel, de zwart- gele gestalten achter het raam werpen een schaduw over de kaas en worst. Ik heb altijd geweten dat deze dag zou komen, toch kijk ook ik verbaasd om heen. ‘Hé jongens, wie heeft z’n boetes niet betaald?’

‘Waarom?’ vraag ik je, ‘denk je dat ik je ooit zal verraden?’ De indruk die je op me achterliet is weliswaar verpletterend maar tegelijk zo ongrijpbaar als een droom. Wat weet ik eigenlijk? Hoe oud je was? Ik weet alleen dat je in militaire dienst zat. Dat maakt je nu halverwege de 50. Ik stel me je voor met je grijze haar, ongeschoren, het zwakke vlees dat in te grote hoeveelheden vanaf je schouders naar beneden hangt. En met wie zit je daar? Familie? Ik hoop toch bij God dat je geen kinderen hebt.

Ik laat mij niet publiekelijk aan de schandpaal nagelen! Het is altijd gemakkelijk oordelen voor wie aan de zijlijn staat. Ik zal alleen jouw oordeel aanvaarden, jij die erbij was. Die naar me lachte, koket met het lichaam draaide. Jij mag mij voor de rechter slepen, als je durft! Want waren wij niet even schuldig?

‘Hoe?’ vraag ik je, ‘zou ik jou ooit kunnen verraden? Aan de vijand uitleveren?’ Hebben wij niet dezelfde vijand? Wie zou mij geloven? Wat weet ik er nog van? Flarden, als mist, slierten herinnering. Ik probeer het tastbaar te maken, een verhaaltje. Plak de fragmenten met conclusies aan elkaar tot een krakkemikkig bouwwerk dat bij de minste twijfel genadeloos in elkaar stort. Geloof ik mijzelf eigenlijk wel? Met het schaamrood op mijn kaken veeg ik de brokstukken bij elkaar. Wie verzint er nou zoiets? Alleen een gek koketteert met het lijden van een ander, van de echte slachtoffers. Ik herinner mij de gefluisterde bekentenis tegen een vriendin, na teveel wijn, in het schemerduister van mijn studentenkamer. Ze vertelde mij over haar eerste seksuele ervaring.
‘En jij?’
‘Met de oppas.’
‘Oppas?’
‘Toen ik 5 was.’
‘5.’
‘Ja, alleen maar wat gefriemel hoor. Niks aan de hand. Het waren de jaren 70. Wil jij nog een toastje?’

Precies! Ik haat de kleine verraders die proberen de verantwoordelijkheid van zich af te schrapen als kauwgom van een schoenzool. Slachtoffers noemen ze zich. Ik snap het wel. Zij laten zich leiden door de kleinburgerlijke mening van anderen. Als makke schapen bezoedelen ze het verleden met ranzigheid. Ik zal het niet laten gebeuren. Ik zal beschermen wat mooi en zoet was.

‘Was het ook jouw eerste ervaring?’ mijn eigen vraag verbaasd me. Natuurlijk! Je was nog een jongen met een gezonde nieuwsgierigheid. Niet bewust van je eigen grenzen, laat staan die van een ander. Het waren tenslotte de jaren van de seksuele vrijheid, niks aan de hand. We hebben samen een beetje geëxperimenteerd. ‘Maar waarom spreek je dan nu zelf ook over schuld en over wiens schandpaal hebben we het eigenlijk?’

Schuld? Ik was niet de enige die nieuwsgierig was. God, wat was jij nieuwsgierig! Met die kleine zachte handjes, blonde haartjes zoet geurend in mijn neus. Ik hielp je alleen ontdekken, ik was jouw leraar. En geloof maar niet dat je niet geïnteresseerd was. Je wilde alles weten! Je stond al te huppelen bij de deur als ik kwam. Later begon het gezeur. Toen mocht dat opeens niet meer, kinderen helpen hun seksualiteit te ontdekken. Men sprak van misbruik, een pedo! Maar ik vraag je, en ik wil een eerlijk antwoord! ‘Heb jij dit zo ervaren?’

Ik zie de jongen voor me, niet de man. De man zou een vinger in mijn richting priemen en me, met zijn 100 kilo woedend trillend vlees, ter verantwoording roepen. Maar de jongen, plotseling onzeker geworden, fluistert zijn vraag. Ik zie hem staan, zijn blik half afgewend, terwijl hij met zijn legerkistjes cirkels tekent in onzichtbaar zand. Tegelijk stel ik mezelf voor, een vroegwijze, serieuze kleuter. Ik was gehoorzaam, leergierig. Ik kon niet wachten om naar de lagere school te mogen en haalde oudere vriendinnen over om mij alvast letters te leren.
De vrouw die ik nu ben spreekt de jongen aan. ‘Dus je legt de vraag bij mij. Jij bent zelf verantwoordelijk voor wat je gedaan hebt. Hoe ik dat ervaren heb is voor de daad niet relevant.’ De jongen trekt zijn hoofd nog wat verder tussen zijn schouders en draait zich van me weg. Ik kijk hem na.

Ik blijf achter met de man. Spuugbelletjes glinsteren in de stoppels rond zijn schilferige lippen. Zijn grauwe huidskleur verraad bederf, hij verspreid een zure lucht en ziet eruit alsof hij van binnen is aangevreten. Schuld, denk ik, goed zo. ‘Goorlap,’ zeg ik en ik zie dat het woord aan hem blijft kleven. Dan keer ik hem mijn rug toe.

geen reacties
0 Fictie

Rauwe pijn

Sahar Noor

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam