Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Betty

Door Jeroen Rook

Het was zo’n frisse zondagochtend in november. Zo’n ochtend waarin je het liefst niks deed. Misschien een lekker ontbijtje met croissants en jus d’orange, een eitje en daarna lekker koffie drinken. En dan nog even naar buiten voor die koude neus waarna je kunt neerploffen op de bank met een kop uiensoep… met van die strooikaas erin.

Ik was al naar buiten gelopen de tuin in op blote voeten… omdat ik mijn slippers weer eens niet kon vinden, maar de nicotine riep. Kleine wolken grijze rook waaiden richting winterzon langs het zonnescherm dat ik gisteravond onder de sterrenhemel had uitgeklapt om in ieder geval droog te staan bij het roken van mijn cigarillo. Ze aaiden de druppels die er aan hingen en die straalden als parels in mijn ogen.

Eenmaal binnen brachten mijn hersens mijn to-do-lijstje in herinnering die mijn gevoel van die lekkere zondagochtend die ik voor ogen had geweld aan deden. Ik zou nog voor een goede klant, bijna vriend , een website helpen ontwikkelen. Als me dat zou lukken zou dat weer uitzicht bieden op nieuwe opdrachten waar redelijk wat geld mee gemoeid was. En dat geld was binnen ons gezin helaas op menig moment een heikel punt. We hadden het niet arm maar we wilden gewoon te veel. Vliegvakanties, stedentrips. Het was eigenlijk nooit genoeg.

Die fijne sfeer waarmee ik de dag was begonnen ontwaakte geleidelijk in de dagelijkse zorgen.

Ik checkte mijn bankrekening. Vrijdag kwam er weer geld. We zouden het moeten kunnen redden deze maand. Maar Sinterklaas kwam er weer aan en de feestdagen.

Ik checkte de uitslag van de lotto die al jaren mijn dromen in stand hielden, alsof het een regenboog was waar aan het eind een pot goud stond, maar net als alle andere keren was ook deze keer die pot goud toch nog even verder en de regenboog die vroeg in de morgen mijn humeur nog zo hoopvol ingekleurd had was nu barbaars verdwenen.

Ik besloot nog maar een sigaartje te roken in de zonnige wintertuin… de sigaar die eigenlijk de troostende lolly moest zijn van een kind dat weer niet zijn zin had gekregen. In de tuin 2 duiven die aten van mijn neer gegooide boterhammen. Voor hen kon ik de wereld betekenen.

Dat brood neergooien deed ik elke dag en die duifjes waren voor mij soms een teken uit de hemel dat alles goed zou komen. Alhoewel ik deze gedachtengang meestal naar het rijk der fabelen verwees waren er genoeg momenten dat ik die gedachte omarmde zoals een baby haar moeder. Sinds mijn vader dood was, nu ruim anderhalf jaar geleden zag ik regelmatig en overal duiven op me af komen.

Binnen zaten mijn kinderen naar Nickelodeon te kijken, starend naar filmpjes die ze al lang niet meer echt boeiden, maar beter waren dan de stilte als de televisie uit ging.

Ik besloot naar buiten te lopen. Even een rondje in de frisse zon. Straten waren nog nat van de regenbui die schijnbaar vannacht was gevallen. Ik liep naar de supermarkt die nog geen tweehonderd meter van ons verwijderd was… even kijken of hij al open was.

Er liepen wel wat jongeren te voetballen en er paradeerden wat ouderen voor de deur, waarschijnlijk ook in afwachting van het moment dat deze open zou gaan. In de hoek van het pleintje lag een plas die weerspiegelde in de zon vanuit de hoek waar ik even stil stond. Ik haalde diep adem… deze keer zonder sigaar of sigaret. Ik probeerde de energie op te snuiven van deze hoopvolle dag. Mijn ogen dwaalden verder langs het kleine bevuilde plein. Veel blikjes, wat glasscherven maar ook zag ik een lotto-lot, net zo eentje als degene die ik vanmorgen nog online na gekeken had. Deze was doorweekt, maar de getallen waren goed zichtbaar. Ik pakte dit lot voorzichtig van de grond met mijn rechterhand en even daarna kon mijn linkerhand voorkomen dat het doorweekte papiertje uit elkaar viel. Onhandig als dat voelde om met 2 handen een verzopen lot vast te houden liep ik naar huis en legde het lot te drogen in de zon op het tuinbankje in de voortuin.

Gelukkig waaide het niet. In eerste instantie plakte het lot nog braaf aan het houten bankje, maar zou het gewaaid hebben dan was het zeker weg gewaaid wanneer het in de frisse zon gevriesdroogd was.

Ondertussen ging ik thuis toch maar even aan de gang met die website. Ik had eigenlijk geen zin, maar het werk op zich ….slokte geleidelijk mijn tegenzin op.

Het was rond lunchtijd toen ik de voortuin in liep voor een sigaartje en een dosis frisse neus en oren. Ik keek naar het lot op de bank dat nu niet meer vast was geplakt aan het bemoste hout. Ik pakte het op en nam het mee naar binnen. Naast het lotnummer zag ik dat er met pen een telefoonnummer was neer gekalkt. ‘Wie schrijft er nu met pen een telefoonnummer op een lot?’ vroeg ik me af. ‘Zou het eigenlijk dan nog geldig zijn?’ De streepjescode was nog intact dus ik vermoedde van wel. Het was tijd geworden om te kijken of deze ochtendwandeling me het geluk had gebracht waar ik altijd zo dwingend naar snakte.

Maar als dit lot nu een miljoen waard was… zou ik dan dat nummer gaan bellen wat erop stond? Ik wist het niet… Het nummer was geen 06-nummer, maar zo’n ouderwetse met kengetal. Ik besloot op mijn computer te gaan kijken met de zoekterm ‘omgekeerd zoeken’… Ik typte het nummer in. Nu moest ik nog de plaats weten waar ik wilde zoeken. Ook dat gegeven was googlebaar….: Baarn, de plaats van mijn jeugd. Ik voerde snel alle gegevens in, telefoonnummer en woonplaats…. Er verscheen een naam : Betty Slotenmaker.

“Betty..” mompelde ik. De kinderen keken oververstoord door naar de televisie die een monotoon vrolijke kindersfeer ademde.

Betty!

Ik kende een Betty Slotenmaker… uit Baarn. Ze zat in mijn klas. Ze was dat meisje dat gitaar speelde en dat ik nooit kon krijgen. Ze was het meisje waardoor ik ging dichten. Ze moest me niet…. Althans.. ze wilde geen verkering. Ik was meer een soort broer voor haar.

Had ik nu het nummer van haar in handen. Maar stel dat dit lot nu een grote prijs was… zou ik het haar gunnen … of mezelf? Was het een Wiedergutmachung van het LOT…als schadevergoeding dat ik haar nooit heb kunnen krijgen.

Ik aarzelde of ik eerst het lot zou gaan invoeren op de site of dat ik haar eerst zou bellen. Hoe zou het haar vergaan zijn?

Mijn handen pakten de telefoon uit de houder nabij de computer en ik ik draaide het nummer. Vijf keer hoorde ik de telefoon overgaan. Het zal nog geen twintig seconden zijn geweest, maar het leek wel twintig minuten. Ik zag haar open gezicht en voelde in gedachten haar borsten tegen mijn lichaam . Het was mijn herinnering aan de eerste keer schuifelen. Dat was met haar … in de tweede klas van het Lyceum op zo’n klassenfeest waar paprikachips en cola zich in je maag mengden tot zuur brouwsel wat je hoopte in je slaap niet op te hoesten. Dat gevoel dat volledig overstemd werd door de overwinning dat je had geschuifeld… met een meisje… en met niet zomaar een meisje..

“Met Betty Slotenmaker,” klonk het aan de andere kant van de telefoon.

Ja… ze was het…. Betty.

“Hallo… wie is daar..?”

‘Zeg… pap ga je nu nog lunch maken, we hebben trek!’ opperde mijn oudste zoon door dit gesprek heen.

Ik legde de telefoon neer.

In versnelde pas naar de keuken gooide ik op weg naar het aanrecht het lot weg. Ik had een nieuw leven. Was het dan nooit genoeg?

Ik keek door het keukenraam en zag de duiven die zo even nog van mijn brood hadden gegeten, galant weg vliegen. Ik voelde een vleugje kippenvel en zag in de spiegeling van het raam een voorzichtige glimlach op mijn spiegelbeeld verschijnen.

geen reacties
0 Fictie

Rauwe pijn

Sahar Noor

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam