Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Bij nader inzien

Door Remke Jansen

Bij nader inzien

‘Zuwwe we gaan voetbawwe?’ vraagt Atje met volle mond.

‘Jij altijd met je voetbal,’ moppert Ietje. We kunnen toch ook weleens wat anders doen.’

‘Wat dan?’ vraagt Atje. Er valt een druppel zwart speeksel op zijn rode shirt.

‘Bladeren zoeken.’

‘Bladewen zoeken?’ Atje verslikt zich bijna in zijn dropsleutel. Hij had die nooit in zijn geheel in zijn mond moeten stoppen.

‘Het is herfst,’ zegt Ietje. ‘Mijn moeder zegt dat we in de herfst bladeren moeten zoeken.’

Atje is even stil. Met grote ogen kijkt hij Ietje aan. Hij trekt met zijn mond en slikt. En slikt nog een keer.

‘Waarom gaat ze zelf geen bladeren zoeken, als ze dat zo graag wil?’ vraagt hij dan. Hij veegt zijn mond af, zodat er een grijze streep op zijn hand ontstaat , die al snel opdroogt. Ietje kijkt ernaar en kijkt meteen weer weg. Ze vindt het een vies gezicht.

‘Dat doet ze ook,’ zegt Ietje. ‘Mijn moeder is nu ook bladeren aan het zoeken. Mijn vader ook en de hele familie eigenlijk.’

Atje kijkt Ietje aan alsof ze gek is.

‘Jouw hele familie is nu bladeren aan het zoeken?’

‘Ja.’

‘Dan hoeven wij het toch niet meer te doen. Kom, we gaan voetballen!’

‘Nee, we moeten helpen, vind ik. We kunnen ze toch niet alleen laten zoeken, dat vind ik zielig.’

Atje gaat op een omgezaagde boomstronk zitten. Hij denkt na.

‘Waarom zoekt jouw hele familie naar bladeren?’

‘Omdat wij het niet doen,’ antwoordt Ietje.

Atje lacht. ‘Dat is stom’, zegt hij. ‘Van wie moeten ze bladeren zoeken? Moet dat van iemand?’

‘Nee, dat willen ze zelf.’ Ietje zucht. ‘Ik vind het eigenlijk ook wel stom. Vorig jaar ben ik wel meegegaan. We hadden veertien kruiwagens vol.’

‘En wat hebben jullie daar toen mee gedaan?’ vraagt Atje.

‘We hebben ze losgelaten op het strand.’

‘Op het strand? Waarom daar?’ Atje biedt Ietje een dropsleutel aan.

Ze steekt ‘m tussen haar tanden en trekt. ‘Omdat daar geen bladeren zijn.’ Het klinkt een beetje boos, maar dat komt door het getrek aan de drop.

‘Nou en?’

‘Nou, omdat anders alle bladeren alleen maar in het bos liggen. En dat vindt mijn moeder niet eerlijk.’

‘Ik heb nog nooit zoiets stoms gehoord,’ zegt Atje, terwijl hij opstaat en het mos van zijn broek veegt. ‘Je moeder vindt dus dat de bladeren verdeeld moeten worden over het hele land, of zo?’

‘Zoiets, ja.’ Ietje kijkt omhoog, tussen de bomen door. Ze schiet in de lach. ‘Laten we toch maar gaan voetballen.’

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch