Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Blokje om

Door Hedwig Oppenheim

‘Schat, ik ga even een blokje om.’ Arnold steekt zijn hoofd om de hoek van de woonkamer waar de kerstboom een warm licht verspreidt. Hij doet zijn best zo normaal mogelijk te klinken.
‘Gaat het beter, met je hoofdpijn?’
‘Ja, veel beter. Maar ik heb wat frisse lucht nodig.’ Hij trekt zijn jas aan. Behoedzaam opent hij de la van het kastje in de gang en stopt de verrekijker in de rugzak. Wat zijn plan is, is voor hemzelf nog niet helemaal duidelijk, maar om zeven over vijf gaat er een trein, weet hij. Het station is dichtbij. Als hij rent, haalt hij het wel.

Tien minuten geleden had hij nog achter zijn laptop gezeten en door de foto’s op Facebook gescrold. Anne haar lachende blauwe ogen keken Arnold aan. Ze was gelukkig, dat zag hij zo. Een blond meisje van, hoe oud zou ze inmiddels zijn, vier jaar misschien, had haar armen om haar hals geslagen. Achter haar stond Michel, de man die hij haatte. Arnold had ingezoomd op Anne en zijn vingertoppen op haar gezicht gelegd. Ze was zo mooi. Hij voelde haar zachte haren langs zijn wang. Zijn arm om haar slanke middel. Haar heerlijke billen en stevige borsten. Een siddering trok door zijn lijf.
Eens per jaar bekeek hij het leven van Anne op internet. Een kwelling die hij zichzelf toestond. Dan dook hij voor een moment onder, in het leven dat het zijne had kunnen zijn. Ook na zeven jaar en vijfenzestig dagen begeerde hij haar nog steeds, tot in elke vezel.
Zijn oog viel op het fotolijstje op het bureau. De lachende gezichten van zijn zoons. Naast hun Anita, met een blik die hij zo goed van haar kende. Er lag een teveel aan liefde en een benauwende afhankelijkheid in verscholen, dacht hij. Ineens trof het hem. Zij hield meer van hem dan hij van haar. Veel meer.
Even snel als die gedachte bij hem op kwam, had hij zijn beslissing genomen. Hij voelde een onbedwingbare drang naar Anne. Hij moest haar zien. Waarom nu? Wat wilde hij doen als hij haar zag? De vragen spookten door zijn hoofd, maar hij kon ze niet beantwoorden. Het enige dat hij zeker wist, was dat hij moest gaan. Het was net of iemand anders het van hem overnam. Iemand in zijn hoofd die hij zeven jaar geleden met veel moeite had weten te verbannen.
Op zolder hoorde hij de jongens. Ze speelden met legoblokjes. Hij slikte, pakte toen vastberaden zijn tas en liep de trap af naar beneden.

Buiten adem zit hij nu in de trein. Zijn ov-kaart stopt hij terug in zijn portemonnee. Hij sluit zijn ogen en probeert rustig adem te halen. Het beeld van Anne doemt op in zijn hoofd. Hij wordt overspoeld door een gevoel van allesoverheersende liefde voor haar. En tegelijkertijd voelt hij weer de ziekmakende onmacht van toen ze hem vertelde over Michel en dat het echt over was. Ze was wel vaker bij hem weggegaan in de jaren die ze samen waren. De eerste keer dat ze het uitmaakte, was hij als verlamd geweest. Uit pure wanhoop had hij een zielig verhaal verzonnen over dat hij was aangerand in een herentoilet. En de tweede keer had hij een vriend gevraagd Anne te bellen en te zeggen dat hij bang was dat hij zelfmoord zou plegen. Arnold stond er naast toen hij haar belde. Hij kende haar zwakke plek, ze kwam beide keren bij hem terug. Maar dit keer niet, wat hij ook uit de kast trok. Hij had de mooiste gedichten voor haar geschreven, cd’s met haar lievelingsmuziek door de brievenbus gegooid. Maar ze bleef bij haar punt, ze bleef bij Michel. Arnold was radeloos, voelde zich verscheurd. Hij hield van haar en het was onmogelijk dat ze niet van hem hield. Het enige wat nog restte, en wat niemand hem kon afnemen, was het genot van naar haar kijken. Elke avond, week na week, stond hij tegen een lantaarnpaal geleund, tegenover haar huis. Hij had zichzelf uiteindelijk tot de orde geroepen en een straatverbod kunnen voorkomen. Maar dat nam niet weg dat ze altijd in zijn hoofd bleef zitten.

Arnold wordt op zijn knie getikt en opent zijn ogen. Een oudere dame kijkt hem aan over de rand van haar leesbril.
‘Sorry,’ zegt ze. ‘Je portemonnee is uit je tas gevallen.’ En ze knikt naar de plek naast hem. ‘Zijn dat je kinderen?’ Arnold pakt de portemonnee en klapt hem snel dicht.
‘Mooie jongetjes,’ zegt de dame. ‘Je zult wel trots op ze zijn.’
Hij schraapt zijn keel en gaat rechterop zitten.
‘Ja, ja zeker. Dat ben ik ook.’ Hij voelt de blik van de vrouw, alsof ze recht in zijn ziel kijkt.
‘Het is kerstavond. Wil je niet bij ze zijn?’ vraagt ze.
Hij voelt zijn keel dichtknijpen en het bloed door zijn lijf razen.
‘Niets ter wereld is belangrijker dan je kinderen,’ gaat ze verder. ‘Ik heb me dat te laat gerealiseerd.’
De verslagenheid in haar stem treft Arnold. Haar woorden dringen langzaam tot hem door en hij opent zijn portemonnee. Hij strijkt met zijn wijsvinger over de lachende gezichtjes. De drang naar Anne vloeit weg uit zijn lijf.
‘Waar ben ik mee bezig,’ fluistert hij. Zijn ogen worden vochtig en hij kijkt de vrouw aan. Zij glimlacht bemoedigend naar hem. De trein vertraagt.
‘Sorry,’ zegt Arnold. ‘Ik moet er hier uit.’ Hij staat op en passeert de vrouw.
‘Goede keus,’ hoort hij haar fluisteren, maar hij weet niet zeker of ze het echt zegt. Hij stapt uit de trein en loopt naar de overkant van het perron. Nog zeven minuten, ziet hij, dan gaat de trein terug.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch