Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Meer weten?

Sluiten

Broos

Door Connie Mitchell

Broos

Sarah is druk. Een zieke vader, twee puberende kinderen, een veeleisende baan en een ex die meer om zijn nieuwe vriendin van twintig jaar jonger geeft dan om zijn eigen kinderen. Het is haar altijd gelukt om alle ballen in de lucht te houden maar de laatste weken valt het haar zwaar. Toen moeder een jaar geleden overleed nam ze niet de tijd om te rouwen. Het leven holde door. Nu moet ze van een uitgelopen vergadering zich haasten naar vader. In de auto, zich ergerend aan het verkeer, denkt ze terug aan de drie woordjes die hij een maand geleden op haar Ipad typte. Ik wil dood.

‘Rij toch eens door.’ Sarah drukt hard op haar claxon. ‘Het is al vijf seconden groen.’ De auto’s voor haar beginnen langzaam te rijden. Het stoplicht springt op oranje en ze geeft wat gas bij om er nog doorheen te kunnen. In een flits ziet ze remlichten voor zich oplichten. Ze ramt haar voet op het rempedaal en komt vlak achter een zwarte Volkswagen Kever tot stilstand.
‘Fuck.’ De schreeuw komt uit haar tenen en haar handen landen met een klap op het stuur. Tranen zoeken een uitweg maar ze houdt ze tegen en in gedachte spreekt ze zichzelf vermanend toe. Een ongeluk kost nog meer tijd. Ze sluit haar ogen, ademt diep in en houdt de lucht in haar longen vast zoals ze heeft geleerd bij de mindfulness cursus. Je ademhaling zit veel te hoog. Adem in je buik.
In de afgelopen maanden, het afgelopen jaar, leerde Sarah meer over haar vader dan in de veertig jaar ervoor. Hij miste moeder. Meer dan hij zei. Sarah zag het als hij langs de grote kast in de kamer liep, de kast die hij had gemaakt als bruidsschat. Twee dichte deurtjes onder, twee lades en twee deurtjes met glas erboven. Daarachter het goede servies met de roosjes dat alleen met de kerst werd gebruikt en de laatste jaren zelfs dat niet. In de handgrepen stonden hun letters gegraveerd. Links de W van Willem en rechts de A van Antoinette. Als hij langs de kast liep gleed zijn hand altijd even langs de inscripties. Sinds de beroerte drie maanden geleden kon hij niet meer zelfstandig lopen, zijn rechterkant functioneerde niet meer. Een ongebruikte rollator stond naast zijn stoel en de kast moest zijn liefdevolle aanraking ontberen. Hij miste moeder meer dan zij.
Een claxon haalt haar terug naar de werkelijkheid. De Kever voor haar is al opgetrokken, snel zet ze de auto in zijn versnelling en slaat rechtsaf de Stadhouderskade op. Het drukste gedeelte heeft ze nu gehad. Ze kijkt op het klokje in haar dashboard, twaalf minuten voor vijf. Als ze maar niet te laat is. Ook de Stadhouderskade staat vast door het slechte weer en met een slakkengangetje kruipt ze vooruit. De straatlantaarns gaan aan en het licht reflecteert op de natte straat en de druppels op haar voorruit. Ze heeft een hekel aan rijden in het donker met regen. Ze probeert een alternatieve route te bedenken maar haar hersenen werken niet mee. Een harde klap, die vrijwel meteen op een bliksemschicht volgt, is het startschot voor een hoosbui. Sarah zet haar ruitenwissers op snel en slaat rechtsaf, nog een klein stukje.
Het afgelopen half jaar zat ze regelmatig aan zijn bed en keek ze hoe hij vredig lag te slapen. Kan je niet gewoon stoppen met ademhalen. De gedachte popt de laatste tijd vaker bij haar op, als de poppetjes op de kermis bij de schiettent. Je kan ze neerschieten maar met een druk op de knop van de kermisbaas schieten ze weer omhoog en kijken je fier aan. Elke keer voelt ze zich er schuldig over. Je wenst je eigen vader toch niet dood. Is hij een blok aan haar been nu Arjen bij haar weg is en ze alles alleen moet regelen? Is dat het? De vermoeidheid, het elke dag heen en weer rijden, het moeilijke communiceren sinds die beroerte. Of is het compassie? Ze wil het geloven.
Met een laatste linkerbocht draait ze de Rustenburgerstraat in, van de verkeerde kant. De straat is eenrichtingsverkeer maar ze hoeft maar een meter of twintig tegen de rijrichting in en omrijden kost op dit tijdstip van de dag een extra vijf minuten. Voor de deur van nummer 76 is nog een halve parkeerplek vrij en ze parkeert haar auto vooruit, met twee wielen op de stoep.
Terwijl ze de deur openduwt en de sleutel uit het slot trekt, zegt ze, ‘ik ben het, pa.’ De trieste geur van urine overvalt haar elke keer weer als een plotseling opdoemende muur van dichte mist, die geur van onmacht beneemt haar, na al die maanden, nog steeds de adem. Na het sluiten van de deur stapt ze zonder haar jas uit te doen de woonkamer in. Gelukkig, ze is er nog niet.
‘Hallo, pap.’ Ze kust hem op zijn voorhoofd.
Hij voelt koud aan en zijn ogen staan flets.
‘Joep en Tijn komen ook vanavond.
Zijn ogen reageren niet.
Ze eten eerst bij hun vader.’
Sarah hoopt maar dat ze op tijd komen. Het zijn tenslotte pubers en ondanks het feit dat ze de hele dag met hun hoofd boven hun telefoon zitten lijkt de tijdfunctie van diezelfde telefoon soms ernstig te haperen.
‘Jullie mogen de rest van je leven te laat komen als je vanavond maar op tijd bent,’ zei ze in een poging aan te geven dat het belangrijk voor haar was.
‘De rest van ons leven. Wow.’ zei Joep met een samenzweerderige knipoog naar Tijn.
Ze probeert er niet meer aan te denken.
‘Zal ik even theezetten?’
Vader knikt en Sarah loopt naar de keuken. Als ze voorbij de kast komt strijkt ze even met haar hand langs de gegraveerde letters die door de vele aanrakingen van de afgelopen vijftig jaar zachter zijn geworden. Ze voelt zich als een reservespeler die de plaats in moet nemen van de veel populairdere maar geblesseerde vedette. In de keuken zet ze de fluitketel met water op het gas. Uit de la vist ze een strip met paracetamol en drukt er twee uit. Terwijl ze terugloopt naar de woonkamer gaat de bel.
‘Ik ben Carolien.’ De verpleegkundige schudt de uitgestoken linkerhand van vader. ‘Ik kom even een infuus aanleggen, meneer de Jong’.
Sarah ziet vaders gezicht verstarren. Hij kijkt haar aan en opent zijn mond maar de woorden komen niet. De tranen die zijn ogen vullen blijven net hangen op zijn onderste ooglid als jenever in een glaasje dat te vol is geschonken. Sarah weet waar hij bang voor is. Zijn aderen zijn heel dun en broos geworden en de laatste keer in het ziekenhuis is het aanleggen van het infuus een hel geweest. Sarah liep weg, kon het niet langer aanzien. Wekenlang voelde ze zich schuldig, vond zichzelf een lafaard.
‘Is het echt nodig?’, vraagt Sarah. Ze weet dat in vader zijn hoofd de woorden nog steeds moeiteloos zinnen vormen, maar dat deze in zijn mond verdwalen, en dus spreekt zij uit wat hij denkt.
‘Ja,’ antwoordt Carolien. ‘De dokter moet straks meerdere vloeistoffen inspuiten en dit kan alleen via een infuus.’
Sarah pakt de hand van vader en knijpt er zachtjes in. Kleine bruine vlekjes sieren zijn rimpelige, uitgedroogde huid en de eens zo stevige handen zijn bevende hoopjes breekbaarheid geworden. De verpleegkundige begint routineus spullen uit haar tas te halen. Ze legt alles op een rijtje op de salontafel die voor vaders stoel staat. Het beven van zijn hand stopt onder de stevige greep van Carolien. Sarah denkt aan het avondeten, aan toen ze klein was. Met haar vingers zat ze altijd te trommelen op de tafel, gedachteloos, tot haar vader zijn hand op die van haar legde en het trommelen stopte onder zijn dwingende greep en nog dwingendere blik. Met een ontsmettingsdoekje wrijft Carolien over zijn huid en lacht hem bemoedigend toe. Sarah durft niet te kijken naar de naald, ze kijkt naar vaders gezicht, ze weet wat hij denkt. Hij knijpt zijn ogen dicht en een traan rolt over zijn wang. Sarah vecht tegen die van haar. Sterk zijn moet ze.
‘Klaar.’
Vader opent zijn ogen.
‘Het is al klaar,’ beantwoordt Carolien zijn vragende blik. ‘In een keer raak geschoten.’ Carolien plakt twee pleisters om de infuusnaald op zijn plek te houden en zegt, ‘om acht uur komt dokter Van Ooijen. De euthanasie vanavond kan gewoon plaatsvinden zoals afgesproken.’ Ze glimlacht en legt zijn hand terug op de stoelleuning waar hij stil blijft liggen. Vader zucht. Sarah veegt een snelle traan van haar gezicht. De fluitketel begint te gillen.

geen reacties
0 Fictie

Hap

Anje Gnodde

0 Non-fictie

Een plekje

piet struyf

0 Poetry slam

Verhuizen

Frans Smolders

0 Fictie

plein

Marijke Jasperse

0 Poetry slam

Iets Paars

Desta Matla