Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Buurvrouw

Door Erik van der Weerd

Buren zijn net ouders. Je kiest ze niet, je krijgt ze gewoon. Of eigenlijk krijgen zij jou, net zozeer als jij hen krijgt. Het was zomer toen ik er kwam wonen, en inmiddels is het winter. Het duurde een dag of twee voordat de laatste verhuisdoos uitgepakt was.
Tijd om de buren te ontmoeten.
Links: een jong stel, dat inmiddels alweer verhuisd is.
Rechts: mijn buurvrouw.
Ik schudde haar de hand en zij de mijne. Ik stak een verhaal af over ons, haar nieuwe buren; zij stak een verhaal af over haar man, die al lang niet meer leefde. Het was een warrig verhaal waaruit ik eigenlijk alleen opmaakte dat ze van hem gehouden had, en dat ze hier samen lang gewoond hadden. Nu was hij dood. Sindsdien is ze mijn eenzame, oude buurvrouw. Of ze eenzaam is, weet ik eigenlijk niet, dat is een aanname. Alleen zijn is immers iets anders dan eenzaam zijn. Maar dat ze oud is staat buiten kijf. Ze neemt mijn pakketjes aan en scharrelt een beetje door de tuin.
Veel meer weet ik niet van haar, en dat hoeft ook niet.

Telkens als ik de auto parkeer en uitstap, kijkt ze me vernietigend aan. In eerste instantie dacht ik dat ik de dingen fout deed. Dat ik dingen deed die haar oude buren niet deden, en dat ze heimwee had naar die lieve buurman, die ik niet ben. Niet veel later ontdekte ik dat het staar was en dat het oude besje gewoon geen steek voor ogen ziet. Staar en ouderdom hadden haar wereld ingeperkt tot een woonkamer en een achtertuin. Zo nu en dan een boodschapje in de buurtsuper, veel meer zat er niet meer in. Gisteren kwam ik thuis, na een fijne avond met een meisje en een hond. Ik parkeerde mijn fiets en opgewekt zwaaide ik, zoals ik dat vaker deed – zij negeerde mijn bestaan en zwaaide niet terug, zoals ze dat vaker deed. Het had geregend en ik was nat, dus vond ik dat ik wel een sigaret verdiende. In mijn achtertuin luisterde ik naar het geluid van regen op gevallen herfstblad.
Een o zo bevredigend geluid, net voor het slapen.
Plotseling gingen de tuindeuren van de buurvrouw open en zag ik haar. Ze droeg een witte nachtjapon met een grijs vestje en liep de tuin in. In haar huis was het donker. Ze schuifelde door de tuin en liep naar het gazon. Daar bleef ze even staan. Ze spreidde haar armen en draaide tergend langzaam een rondje. Toen scharrelde ze langzaam terug en ging weer naar binnen. De verrotte, houten deuren trok ze met een knal dicht en dat was het dan. Een beetje beduusd rookte ik het laatste stukje sigaret en ging naar binnen. Morgen gewoon weer werken en dus bedtijd.

In bed dacht ik aan de buurvrouw, die hemelsbreed nog geen tien meter verder ook weer in bed lag. Waar zou ze aan denken? Waar denkt zij überhaupt nog aan? En wat deed ze precies, daarnet in de achtertuin? Ik weet het niet en zal het ook niet weten.
Zo is dat met buren.
Twee verschillende levens, geleefd in verschillende tijden, door verschillende mensen, in verschillende werelden – gescheiden door niet meer dan één muurtje gemetseld steen.

EvdW, december 2017, Groningen

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch