Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Canbury Arms

Door Suzan de Vos

Scene 1 (tweede keer)
Ik loop om Matt heen, film handen die glijden over gemillimeterd haar als twee dansers die toenadering tot elkaar zoeken. Hij strekt zich, maakt een driehoek van armen door zijn handen over elkaar te leggen. Dan laat hij zijn armen weer zakken, tikt zijn voorhoofd als een gekookt eitje tegen de buitenmuur van onze Balletboyz-studio en aait het ruwe oppervlak daarna met zijn vuist.
Achter mij is Janna onze lunch aan het doorbellen. Er zijn al drie kwartier verstreken sinds ze me vroeg wat ik wilde hebben: bruin brood met kaas. Hoe dieper je passie, hoe onbeduidender het triviale. Matt duwt zijn neus in de oneffenheid tussen twee stenen, zijn flexibele roze puntje ligt vlak boven een kruising van voegen. Ik vraag me af wat hij ruikt. Ik zou mijn velletje ook tegen de grauwwitte bakstenen willen wrijven.

Scene 2 (zesde keer)
‘Ja, weer te snel,’ roep ik en draai de hoekzoeker van mijn oog weg. Ik wacht tot Janna de rolstoel tot stilstand heeft gebracht en haal dan de camera van mijn schouder.
‘Wees nou eens duidelijk.’ Matt komt naast me staan, leunt op de armsteun van de rolstoel. ‘laat zien.’
Janna buigt zich over me heen en wijst. ‘Het rondje met het pijltje.’
Ze behandelen me als een gehandicapte. Alsof de rolstoel waarin ik zit meer is dan een budget film-prop. Ik druk het afspeelknopje van mijn camera in.
Matt geeft me een schouderklopje en zegt: ‘Goed zo Leon.’ Als ik ooit mijn benen niet meer kan gebruiken, laat me dan mijn verstand verliezen; zodat ik niet hoef te merken dat er op me neergekeken wordt. Ik staar naar het lcd-schermpje, zie Matt onscherp worden en uit het kader lopen.

Scene 3 (vierde keer)
Die figurant had verdomme wel een persoonlijk begeleider mee mogen nemen. ‘Dinges.’
‘John.’
‘John, recht je rug. Je kunt pas naar de grond kijken als daar koffie ligt.’ Bij het woord koffie maak ik aanhalingstekens in de lucht. Natuurlijk is zijn styrofoam beker leeg. Matt wacht achter de derde scene-streep op de figurant die last lijkt te hebben van bots-angst. Al drie keer stapte John op het moment suprême opzij.

Scene 4 (vijfde keer)
Janna legt twee voorverpakte witte bolletjes met kaas tussen mijn bovenbeen en de zijkant van de rolstoel. Ik pauzeer de scene die ik aan het terugkijken was.
Matt neemt een slok water, gorgelt en spuugt het uit in een put naast de stoep. Hij heeft de elegantie van een amateur line-dancer. ‘Jan, kom eens,’ roept hij.
‘Ze heet Janna,’ bijt ik hem toe. Hij reageert niet, laat haar zijn tanden zien en vraagt of er pitjes tussen zitten.
‘Voor de bots-scene heb je je tanden niet nodig,’ zeg ik, hem in stilte een kunstgebit toewensend.

Scene 6
Ik duw mijn voeten tegen de steunen van de rolstoel. Er is zoveel woede in mij dat ik het uit zou willen dansen. In plaats daarvan prop ik een broodje met kaas naar binnen, sneller dan goed voor me is. Witter dan waar ik om gevraagd had.
Na vier mislukte bots-scenes liep Matt weg met mijn figurant. Janna keek me schuldbewust aan, en liep daarna vrolijk huppelend met ze mee. Toen ik na een half uur van editen op de hoek van Canbury Park Road en Elm Cres, (want misschien zijn ze over een paar minuten terug) vroeg waarom ze ineens vertrokken waren, zei Matt: ‘We dachten dat je liever bij je camera wilde blijven.’ Daarna martelde hij me door in scene vijf een denkbeeldige lunch weg te werken. Hij likte zijn lippen en veegde de kruimels van zijn wangen terwijl hij naar de camera toe liep

Scene 7 (zesde keer)
Janna staat achter me, maar ik weet dat ze liever om de hoek van Elm Grove wil zijn. Ik vraag me af wat ze ziet in die danser zonder diploma.

Scene 8 (zevende keer)
Ik probeer mijn trillende handen onder controle te houden, terwijl ik achteruit loop met de hoekzoeker van de camera tegen mijn oog. Matt duwt zijn hoofd naar beneden en wrijft dan ruw met zijn handen over zijn gezicht, alsof zich daar schuld heeft opgehoopt die weggescrubd moet worden. Ik denk aan witte bolletjes met kaas.

Scene 9
Matt laat in een gladde beweging zijn hand van zijn nek naar zijn kin glijden. De subtiliteit ontgaat me niet. In mijn hoofd galmt de wraaklach uit de laatste seconden van Michael Jacksons Thriller. Ik ontwijk Matt’s woeste ogen, bestudeer de lelijke tanden in het muizenmondje. Ik vind het onuitstaanbaar dat uitgerekend hij, die geen studieschuld heeft en niet goed voorbereid de lessen binnen struikelt, de grootste kans krijgt die zich tot nu toe bij BalletBoyz heeft voorgedaan.

Scene 10 (tweede keer)
Achter mij slaat een kerkklok. Bim-bam, bim-bam. We hadden al bij Canbury Arms moeten zijn, denk ik terwijl de klok een laatste keer slaat. Ik druk op het rode rec. knopje en film Matt, die de hoek om komt lopen terwijl een rode dubbeldekker met Jersey Boys bestickering langs hem glijdt. ‘Te langzaam,’ roep ik en laat moedeloos mijn camera zakken.

Scene 11 (vierde keer)
Matt staat in de deuropening van Canbury Arms, daar waar het zonlicht hem niet kan bereiken, met zijn rug naar me toe. Hij draait zich kwaad om. ‘Doe het lekker zelf dan.’
Ik loop terug naar het begin van de laatste scene en kijk in de zon tot mijn ogen beginnen te tranen.

1 reactie

Lucia

vrijdag, 08:02

Hoi Suzan, wat een mooi verhaal. Je hebt prachtige zinnen zoals: “Als ik ooit mijn benen niet meer kan gebruiken, laat me dan mijn verstand verliezen; zodat ik niet hoef te merken dat er op me neergekeken wordt.” en “Hoe dieper je passie, hoe onbeduidender het triviale.” Ook vind ik het interessant om te lezen hoe het opnemen steeds net niet helemaal goed gaat.

Veel succes!

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch