Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Connected

Door Marlies Smeenge

De details zal ik je besparen, maar laat ik zeggen dat vijf dagen lang tijdens een winter in de ijstijd voor de deur van de Apple Store slapen waarschijnlijk een makkelijkere onderneming was geweest dan er een afspraken maken. Inclusief de sabeltandtijgers en de hondsdolle, verhongerwinterde mammoeten die daarbij zouden zijn komen kijken. Om nog maar te zwijgen over zwart wordende tenen en-… nouja, je hebt ‘m. Het was een kruisgang.

Vlak naast de ingang bevindt zich een wenteltrap met doorzichtige glazen treden. Alsof je opklimt naar een soort hemel. Daar bovenaan moet ik zijn. Men noemt deze verdieping, ik verzin dit niet, de Genius Bar. Aldaar zullen de Apple-goden al mijn levensvragen beantwoorden om me vervolgens op een wolkje van opgeluchte blijdschap weer de deur uit te blazen.

Opeens staan er twee mensen in een zwart uniform voor me. Ze kijken me streng aan en houden een tablet in hun handen.
‘Afspraak?’ zegt een jongen met strak opzij gekamd dik zwart haar.
Ik knik met half geopende mond.
‘En wat is uw naam?’ zegt de jongen.
‘Smeenge,’ zeg ik, ‘Marlies.’ Alsof het een inschrijving in de basisadministratie betreft in plaats van een bezoekje aan een klantenservice. Maar dit is ook veel meer dan een klantenservice. Dit is een universum op zich. Ik stel me zo voor dat er daar op de bovenverdieping deuren gaan zijn waarop staat “Hier ontstaat het internet” en “Achter deze deur bevindt zich de oerknal” en “Niet storen: Hier wordt de nieuwe Mahatma Gandhi gemaakt”.
Er worden meer mensen weg- dan omhoog gestuurd. En ik hoor bij de laatste gelukkige groep.

De jongen knikt. ‘Gaat uw gang,’ zegt hij.

Boven aan de trap wacht een glimlachende man met flinke baard me op. Hij steekt een hand naar me uit. Ik schud hem.
‘Marlies? Je mag daar aan de bar plaatsnemen. Ik zal mijn collega laten weten dat je er bent.’
Ik knik ademloos en loop als een slaapwandelaar naar de bar: een soort statafel van minstens vijftien meter lang met hoge stoelen. Aan de ene kant de klanten met hun kwijnende producten. Aan de andere kant zij die het antwoord op alles weten.

Mijn laptop ligt als een vogel met een gebroken vleugel tussen ons in op de bar. Nog steeds prachtig, maar totaal onbruikbaar voor dat waar ze voor bedoeld is.
Mijn Genius heet Wensley. Hij bevoelt haar heel voorzichtig en koppelt haar via allerlei kabels aan een infuus dat onder de bar verstopt zit.
‘Ik ga haar even helemaal voor je doormeten,’ zegt hij met een glimlach. Ik ben blij dat hij ook doorheeft dat het een zij is.

Naast me ploft een man neer. Eind veertig. Van dat zwarte haar wat hij telkens met een volle hand vastpakt om naar achteren te strijken, maar wat vervolgens weer in een perfecte scheiding valt. Hij doet iets waarmee hij veel geld verdient en waarbij hij veel in het buitenland kan zijn om andere vrouwen dan zijn eigen vrouw te naaien.

De man praat tegen een jongen met een petje aan zijn andere kant.
‘…dus ik zit daar in Kaapverdië… Nah, helemaal slecht gaan mattie, dat wil je niet meemaken hoor, allejezus, godverdomme, laat me je dat wel vertellen,’ zegt hij op amicale toon tegen de jongen, die hem overduidelijk nog nooit eerder gezien heeft.
De Genius van de man komt aangelopen.
‘Aha!’ roept de man.
‘Arend,’ zegt de jongen, en steekt zijn hand uit, ‘Ik ben Toni.’
Arend neemt Toni’s hand niet aan en grist zijn telefoon van de bar.
‘Mijn iPhone is helemaal kut naar de tering en jij,…’ Arend prikt Toni midden op zijn borstkast, ‘…gaat dat nu voor me oplossen.’
Toni kijkt hem een paar tellen stomverbaasd aan. Dit kwam niet voor in mijn training, zie ik hem denken. Hij herstelt zich.
‘Daar ga ik mijn uiterste best voor doen.’
Arend sluit geïrriteerd zijn ogen, alsof dit al een ellelange discussie is en Toni maar niet wil luisteren. ‘Nee, je gaat het godverdomme oplossen, want dit is helemaal kut en ik wil mijn telefoon weer terug.’
‘Ik ga mijn uiterste best doen,’ zegt Toni.
‘Ja, en een beetje meer.’
Arend draait zich om op zijn barkruk en bestudeert de zaak. Draait zich dan weer terug. ‘Heb je het al opgelost?’
‘Wat is precies het probleem meneer?’ zegt Toni.
Arend zucht diep. ‘Die fucking Apple maffia.’
‘Pardon?’
Arend grist zijn telefoon terug. ‘Hij doet allemaal dingen die een iPhone helemaal niet hoort te doen, hij blijft maar aan en aan en aangaan, maar hij gaat nooit áán, snap je?’
Toni pakt de telefoon en probeert hem aan te zetten. En inderdaad. Het arme ding blijft maar opnieuw opstarten.
‘Wat is er met uw telefoon gebeurd?’
‘Jaaa,…’ zegt Arend. Hij leunt tegen de bar aan alsof hij dronken een verhaal staat te vertellen, laat zijn ogen over de verdieping dwalen. ‘Is koffie overheen gegaan. In Kaapverdië.’
‘Aha,’ zegt Toni, op een toon alsof ongeveer negenhonderdvierennegentig van de duizend stappen naar een sluitende conclusie nu wegvallen.

Ik word me opeens weer bewust van Wensley naast me.
‘Zou u deze voorwaarden alstublieft even door willen lezen? Dan kunnen we haar klaar maken voor verzending.’
Verzending. Van mijn laptop. Mijn luik naar de wereld. Ze gaat weg. Het dringt maar nauwelijks tot me door. Ik wil weten hoe het Arend en zijn verdronken telefoon vergaat, en scan snel door pagina’s heen.

‘Dus je zegt dat-ie gewoon helemaal finaal naar de confettitering is?’ zegt Arend.
Toni ontkoppelt Arends telefoon van het infuus en knikt. ‘Dat vrees ik wel ja.’
‘Godverdomme. Nou ja dat valt dan gelukkig wel binnen jullie eerste jaar garantie want dat zou er nog eens moeten bijkomen van niet.’
‘Ik vrees het niet meneer, deze telefoon is aangeschaft in 2016.’
‘Dat lul je, stuk afval, toen was die hele fucking iPhone 6 nog niet uitgevonden.’
Toni is dan misschien wel een beetje een sociaal incapabele tech-nerd die totaal niet opgewassen is tegen dit doorgesnoven coke-geweld tegenover hem, maar nu heeft Arend toch echt een misstap begaan.
‘Jawel meneer,’ zegt hij met een miniscuul glimlachtje, ‘Toen was de 6 er al wel.’
Arend zwelt op. Alsof er opeens een dubbele hoeveelheid bloed door zijn toch al niet geringe zichtbare anderen pompt. ‘Het kan me godverdomme niet schelen of je je moeder er voor moet verkopen. LOS. HET. GEWOON. OP.’
Voor zover iemand op de hele verdieping zich nog op zijn eigen problemen aan het focussen was is dat nu voorbij. Het bliksemt aan de Genius Bar en iedereen kijkt er met open mond naar.
Opeens slaat Arend zijn tas van de bar af. Wensley vangt hem nog maar net op, maar dat lijkt Arend totaal te ontgaan.
‘Geef me dan een nieuwe? He? Ik ben mijn bon kwijt maar dan regel ik die wel. Of zo. Voor de garantie.’
Arend beent een paar stappen bij de bar weg en draait zich dan dramatisch om. Er staan tranen in zijn ogen. Ongespeeld, niet om te manipuleren, daadwerkelijke tranen omdat hij totaal onthand en ontdaan en in paniek is.
‘Ik wil godverdomme gewoon weer connected zijn,’ schreeuwt hij, ‘Ik wil gewoon weer in verbinding staan met de dingen. GEEF ME DAN GEWOON EEN NIEUWE. Ik wil dat je het NU oplost.’
‘Daar komen wel extra kosten bij kijken, meneer,’ zegt Toni, onverstoorbaar.
Arend legt zijn beide handen op de bar en slaat een oerkreet uit. Diep. Rauw. Het voelt alsof ik zijn stembanden kan horen scheuren. ‘CONNECT ME!’
Het petje van de jongen aan Arends andere kant is van zijn hoofd gevallen. Hij heeft het niet door.
Toni vertrekt geen spier. Als dit wordt gefilmd voor trainingsdoeleinden staat het Geniussen-klasje nu op hun tafels te juichen.
‘Meneer, ik doe mijn uiterste best om u te helpen. Ik zou het prettig vinden als we op een normale toon met elkaar kunnen communiceren.’
Arend lijkt een klein beetje in te zakken.
‘Het spijt me jongen, het spijt me, ik ben alleen gewoon zo gefrustreerd. Het is niet tot jou gericht he? Het is gewoon zo fucking moeilijk nu allemaal. Dit is geen leven.’
En dit wel? Hoor ik iedereen om me heen denken. Maar Toni gaat niet in discussie over de totale redeloosheid van alles wat hij zonet over zich heen heeft gekregen.
‘In dat geval ga ik alles voor u in orde maken.’

Wensley schraapt zijn keel naast me.
‘Hij is klaar voor inname,’ zegt hij en kijkt ergens vlak naast mijn schouder.
Opeens staat daar een man in een zwart uniform.
‘Arend?’ zegt de man, en steekt zijn hand uit. Deze keer pakt Arend de hand wel aan. ‘Mathieu. Ik kom even een praatje met je maken.’

Beduusd kom ik de winkel uit. Zonder laptop. Zonder wolk. Zonder hoop voor wereldvrede of levensadvies.

Ik vraag me af of ze een speciale deur op de Geniën-verdieping hebben voor mensen zoals Arend, waar Mathieu hem nu mee naartoe neemt. Een deur met enkel een slot aan de buitenkant, waarop een bordje hangt met een nondiscripte tekst zoals “Alleen toegankelijk voor mensen die echte kwaliteit weten te waarderen”. Een deur waarvan je het bordje eraf kunt halen, om het bordje dat eronder zit te lezen. “Enkel toegankelijk voor mensen waarbij onze marketing eng goed heeft gewerkt.”

Ik ben benieuwd of ik Arend ben over tien jaar. Of ik dan coke snuif om het contact met alles wat er te connecten valt vol te kunnen houden. Ik vraag me af of dat is wat volwassen worden en succesvol zijn betekent, anno nu. Ik ben benieuwd of ik me dan zal realiseren dat het zo ver is gekomen.

8 reacties

Paul Morris

woensdag, 15:04

Fantastisch Marlies!! Ik ging helemaal in mee. Fucking shocking what these little hand-computers do with us.

Peter Plas

woensdag, 14:44

Heel leuk geschreven Marlies! Had niet anders verwacht van jou eigenlijk! 🙂

Wim

dinsdag, 15:50

Langzaam op gang komend, zuigt dit verhaal je aandacht op. Mijn favoriete zin is die van het Geniusklasje, briljant!

Frieda

dinsdag, 14:57

Leuk en sterk verhaal !!

Josien

dinsdag, 14:09

Heeeel leuk verhaal Marlies!

Eva

dinsdag, 14:08

Dit is vet leuk allemaal liken!!!!!

Wies

dinsdag, 13:51

Ik hoop dat het inmiddels beter gaat met je laptop

Sam

dinsdag, 12:42

Weer een sterk (en goed) verhaal Marlies, ben niet anders van je gewend!

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch