Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Danser

Door Sandra Visser

Ik lig op de grond, mijn hoofd opzij gedraaid, mijn armen gespreid. Mijn wang ligt platgedrukt op de vloer. Mijn kiezen dringen in het zachte vlees. Zojuist ben ik neergestort. Gevallen. Succesvol student aan de balletacademie. Veelbelovend talent. Jong, sterk, gezond en toch lig ik hier op de grond van de repetitieruimte. Onderuit gegaan tijdens een simpele plié. Niet eens het lastigste deel uit het stuk van de choreograaf. Ik lig op mijn rug, mijn borst voelt zwaar. Ik wil overeind komen, maar dat is onmogelijk. Ik kan me niet bewegen.
De vloer strekt zich voor mij uit als een donkere, eindeloze vlakte. Een glad landschap, met de vegen en krassen die onze voeten, schoenen en spitzen achterlaten als we dansen, springen, eleveren. Het leven kan er zomaar over wegglijden. De deur door, de gangen in, naar buiten. Om rond te dwalen in de straten en het rumoer van de stad en nooit meer terug te keren.

Ver weg van mij staan de andere dansers en danseressen. Een waas van balletmaillots, hemdjes, rokjes en een enkele tutu. In groepjes staan ze bij elkaar. De voeten uitgedraaid. Eerste positie, vijfde positie. We kunnen niet anders. Vermoeidheid tekent hun gezichten, maar dat is niet het enige. Onze lijven brengen gemakkelijk emotie tot uitdrukking, onbewust, soms ongewild. Ze kunnen het niet verbergen. Ik kan er niet aan ontsnappen. Ik lees de angst en de radeloosheid af van hun lichamen. De jongste danseressen hebben de handen voor het gezicht geslagen, sommige zelfs het hoofd weggedraaid. Het kon een tafereel uit een groots opgezette choreografie zijn. De sterdanser van het stuk plotseling ingestort.
Mijn wereld staat stil. Zij staan stil. We staan zelden stil. Er is altijd wel iets aan ons wat beweegt. Ons lichaam moet warm blijven. We moeten het koesteren. Alleen de muziek gaat door. De vrolijke noten van het derde bedrijf van het Zwanenmeer echoën door de ruimte. Totaal ongepast, zou mijn moeder zeggen.

Mama.

De choreograaf is de eerste die in beweging komt. Hij staat het dichtst bij de muziek. Met een zachte tik laat hij de violen en blazers verstommen. Hij komt naar mij toe. Danseressen schuifelen voorzichtig achter hem aan, alsof hij ze kan beschermen tegen het onheil dat zich voor hun ogen afspeelt. Ze komen als één lichaam op me af. Synchroon, zoals dat het corps de ballet past. Hun gestrekte voeten glijden geluidloos over de vloer. Lichte gazelles, opgeschrikt en nerveus, sommige klaar om te vluchten, andere behoedzaam verstild. Op een meter afstand blijven ze staan. Iets houdt ze tegen. Ik houd ze tegen. Hun verschrikte, holle ogen plakken aan mij vast. Ik zie de angst. Die angst geldt mij. Alleen Daphne loopt door.

Daphne

Ze valt op haar knieën bij mij neer. Ze buigt over me heen, kijkt me bezorgd aan. Ik zie haar kleine borsten in het dunne, huidkleurige balletpakje. Ze zijn stevig en de welving is nauwelijks zichtbaar. Haar lichaam is pezig en gespierd. Ze weegt vijftig kilo. Soms iets meer. Ik kan haar als een veertje optillen. Boven mijn schouders lichten, om mijn lijf plooien, haar tegen me aan drukken. Ik ken haar lichaam minstens zo goed als haar minnaar het kent. Misschien zelfs beter. Als wij dansen, functioneren wij als één. Haar nabijheid voelt vertrouwd. Ik wil naar haar lachen. Ik wil haar geruststellen en zo mijn eigen angst wegnemen. Maar ik faal. Ik faal genadeloos. Zelfs een lichte lach is onmogelijk. Ik kan mij niet bewegen. Ik ben tot niets in staat.
Ik ben bang. Dit is het moment waarop mijn hartslag zou moeten versnellen. Er gebeurt niets.

Mijn hart slaat niet. Het is stil. Er is een vreemde rust in mij. De stuwende kracht die mijn bloed doet stromen is verdwenen, de warme golfslag die mijn lichaam voedt en mijn spieren van zuurstof voorziet. Ik doe mijn uiterste best om ergens in mij de rustige cadans van het pompen van mijn hart te ontdekken. De vertrouwde beat van mijn leven. Hij is er niet. Niet in mijn vingertoppen, niet op mijn lippen, niet bij mijn slapen, niet achter mijn ribben. Verdwenen is het hart dat klopt, dat slaat, op hol slaat, samenknijpt, steigert, voelt, liefheeft. Er is geen beweging. Mijn borstkas blijft waar hij is. Het tevreden dalen en stijgen is tot stilstand gekomen. Het zachte, ritmische ruisen van mijn ademhaling is gestopt. Langs mijn neusvleugels stroomt geen lucht. Het is leeg in mij. Mijn lichaam zwijgt. Ik wil zuchten, schreeuwen, huilen, vloeken. Ik wil overeind komen. Staan, lopen. Dansen. Ik kan het niet. Mijn lichaam gehoorzaamt mij niet. Ik lig genageld aan deze vloer, machteloos en hulpeloos, vervreemd van mijn eigen lijf. Hopeloos zoekend naar het ritme van mijn leven. De drum, de cadans die je pas echt opmerkt als hij er niet meer is. Het is stil. Het is zo godvergeten stil.

Ik ken elke spier in mijn lichaam. Ik beheers elke spier in mijn lichaam. Een danser heeft volledige controle over lichaam en geest. Het is een vereiste. Niets houdt ons tegen. Nooit is de pijn van mijn gezicht af te lezen. Een beschadigde kuit- of bilspier, een ontwrichte enkel. Ik dans door. We dansen altijd door. Onze bewegingen lijken vanzelfsprekend, ook al zijn ze nog zo onmogelijk om uit te voeren. We vervloeken de choreograaf, maar kunnen tegelijkertijd de verleiding niet weerstaan om zijn waanzinnige en tartende bedenksels tot in perfectie uit te voeren. Met in ons hoofd de uitvoering, de aandacht en het applaus, omdat we het onmogelijke hebben gepresteerd.
Wij laten ons niet tegenhouden door een lichaam dat minder wil, dat protesteert, dat aangeeft dat de grens is bereikt. Er is geen grens. Wij rekken de grens op. Wij staan boven ons lichaam. Wij beheersen en overheersen het. Wij verlangen van ons lichaam dat het naar ons luistert. Wij eisen dat het doet wat wij het opdragen.

Het hart is een spier. Een spier waar ik geen controle over heb.

Daphne.

Ik hoor je stem. Ik wil je aankijken. Ik wil mijn ogen openen, maar mijn oogleden zijn zwaar. Ik ben moe, zo onwaarschijnlijk moe. Slaap is nog nooit zo verleidelijk geweest.

Het wordt donker om mij heen. Met gesloten ogen zie ik je gezicht. Je serene glimlach waar het publiek zo van houdt. Je groene ogen waar ik het vertrouwen in kon lezen als ik het zelf niet had, als ik je optilde en je liet balanceren tussen hemel en aarde. Ik zie je hals die kan reiken tot de sterren, je sterke taille waar ik mijn handen zo vaak omheen heb gelegd. Jij kent mijn hart. Jij kent mijn emotie als ik dans, de twijfel, de ambitie, de passie, de hartstocht, het verlangen. Blijf bij me en dans.
Dans. Dans voor mij. Draai je eindeloze pirouettes, je adembenemende fouettés en spring jouw onovertroffen grand jetés. Dans en spring. Spring zo hoog als je kan. Ga door, ga alsmaar door.
Jij bent mijn levenslijn. De puls van mijn hartslag. Het koord waarlangs ik me omhoog moet trekken uit dit diepe, duistere gat waar ik zo heel plotseling in beland ben. Ik moet me eraan vasthouden, vastgrijpen en niet loslaten. Laat me niet los en neem me mee. Dans. Dans voor mij en red mij.
Loop niet bij mij vandaan. Laat me niet achter. Spring. Blijf springen. Beweeg en blijf bewegen. Sta niet stil. De lijn mag niet vlak worden. Een vlakke lijn is een dode lijn.

Een vlakke lijn is een dode lijn.

Ik lig op de grond. Mijn hoofd opzij gedraaid. Mijn armen gespreid. Er staan drie mannen en een vrouw in onooglijk lelijke, groene pakken om mij heen. Ze zijn druk met mij bezig. Ze drukken een kap op mijn mond, plakken stickers op mijn borst. Ze praten tegen me. Ik versta ze niet.

3 reacties

Maria Schenk

zaterdag, 20:05

Het verhaal heeft mij geboeid. Ik vond de sfeer van de balletwereld goed getroffen. De alles overheersende ambitie, die de grenzen van het lichaam overschrijdt en uiteindelijk fataal blijkt, wordt zeer indringend beschreven. Het einde is abrupt en laat toch weer een beetje twijfel ontstaan over het lot van de danser. Wat mij betreft is het voor de danser mooi, om in het harnas te sterven.

Tineke Okx

zaterdag, 19:55

Het verhaal over de “stervende” danser vind ik heel goed.
Het sterven is volgens mij gelinkt aan het zwanenmeer.
Het einde vind ik enigszins abrupt, maar de waarnemingen over wat er van een lichaam gevraagd wordt , zijn vlijmscherp beschreven.

Ton van Huijstee

vrijdag, 14:00

Het verhaal klopt niet. Zijn gedachten zijn herinneringen van na de val, meer niet en er is geen bevredigend einde.

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch