Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

De avonden

Door maartje molenaar

Het is negen uur, echter sinds vijf uur al donker dus voor het gevoel zou het ook elf uur kunnen zijn, of zeven natuurlijk. Mijn trekkerige ogen en gapende mond willen mij eerder in het late tijdstip doen laten geloven. Ik wrijf in diezelfde ogen, neem een slok thee uit de grote mintgroene mok met die eerst nog geeuwende mond en ontgrendel de telefoon met mijn vingerafdruk.
Zal ik mijn laptop al aan de lader leggen, of eerst maar even wat onderzoek doen naar de concurrentie? twijfel ik en scrol door naar de site van de verhalenwedstrijd. Na drie halve verhalen ben ik positief gestemd: dit kan ik ook. Ongetwijfeld, denk ik optimistisch en begin aan de vierde. Vijf verhalen later is mijn positivisme omgeslagen in verwarring. Ik moet natuurlijk dicht bij mezelf blijven, niet de stijl van anderen proberen te imiteren, spreek ik mezelf moed in en bekijk de programmering van de publieke zenders. Met een schuin oog kijk ik nog even vluchtig naar de kast waar vermoedelijk mijn niet opgeladen laptop zich schuilhoudt en check meteen de tijd: vijf voor tien. Als ik nu nog zou beginnen aan mijn prijswinnende inzending wordt het slechts een schim van wat het zou moeten zijn. Ik graai de afstandsbediening tussen de bankkussens vandaan en druk de televisie aan.

‘Jongens, eet eens door jullie moeten nog douchen,’ zeg ik gehaast en gris de bijna lege borden onder de neuzen aan tafel weg om ze in de vaatwasser te laden. Ik zie vriend verbaasd op de klok kijken en zich afvragen waar deze daadkracht vandaan komt. ‘Mam, ik heb eergister bij de zwemles nog gedoucht. Ik ben nog schoon hoor,’ probeert één van de vier onder de natte onderbreking van zijn spel uit te komen. Tevergeefs.
Ik jaag ze fris de trap op richting de bedden en bedenk ondertussen of de oplader van de laptop eventueel op een andere plaats kan liggen. Dat ik na deze krampachtige routineuze haastklus straks alsnog misgrijp en tot tien uur in kasten en lades moet graaien en grutten tot ik het opgeef en weer een dag dichter bij de deadline kom zonder ook maar één woord op papier- beeldscherm- te hebben staan zie ik niet zitten.
‘Mam. Mam! Mama. Ma-Ma!!’
‘Ja, wat is er?’ sis ik richting de trapopgang.
‘Mijn been doet zeer,’ zegt kind nummer drie hard genoeg om kind nummer vier te laten huilen.
‘Dan wrijf je er maar even over,’ probeer ik als halfbakken oplossing hard fluisterend aan te dragen en loop toch de woonkamer in, ondanks de steeds harder protesterende dreumes.
Gelukkig, de oplader ligt inderdaad naast de laptop, zie ik met de kastdeur half open. Mijn hand reikt in zijn richting wanneer er weer geluid van boven komt.
‘Mam! Hij kotst!’
Snel, maar niet snel genoeg om te voorkomen dat alle knuffels, dekens en haren onder de maagsappen gesmeerd zijn, ren ik naar boven om de schade op te nemen.
Ik wrijf nog even over een het been met groeipijn, geef de gewassen dreumes een slok water en kijk naar het scherm van mijn mobiel: tien over tien. Een zucht en een blik richting de kast is het meest wat ik aan mijn meesterwerk zal kunnen doen vandaag. Ik druk de televisie nog maar even aan.

‘Welterusten,’ roep ik vrolijk op de overloop en trippel de trap af. Half acht. Het is half acht en ik heb ze gewoon in bed, denk ik triomfantelijk en doe- omdat ik zeker weet dat niemand dit ziet- even een kleine juichbeweging.
‘Moet je niet nog even douchen, je ruikt naar de boerenkool,’ meldt mijn tienerdochter die beneden op de bank haar huiswerk maakt. Ik ruk de kast open, druk de oplader in de laptop en neem het geheel mee naar het stopcontact naast de bank, waarop ik nu neer wil ploffen.
‘Mam, wat doe je?’
‘Ik ga even op mijn laptop. Iets voor mezelf doen,’ zeg ik en druk de stekker in het stopcontact.
Dochter rolt met haar ogen. ‘Mam. Ouderavond. Acht uur,’ is de zakelijke melding voordat ze zich weer op haar boeken richt terwijl YouTube non-stop vloggers laat schallen uit haar mobieltje.
Vloekend fiets ik tien minuten later door de miezer en het donker op weg naar de middelbare school. De vochtigheidsgraad van mijn kleding en haren laten de boerenkoolaroma’s ontplooien en tot volle wasdom komen. Mijn uitgelopen mascara maakt het geheel af.

Wanneer ik naar mijn laptop reik voel ik mijn buik over mijn broekrand hangen.
Tien minuten later trek in de voordeur achter mij dicht, druk het lampje en de hardloop-app aan en begin aan de eerste vijf kilometer sinds drie maanden. Als ik om kwart voor tien, moe maar voldaan (rood/paars aangelopen en hoestend) neerstort op de bank is er juist een uiterst educatief programma bezig op de televisie; zal de verbouwde boerderij met authentieke bedstedes winnen óf toch die kunstzinnige woonboot vol snuisterijen uit de plaatselijke kringloopwinkel? Welke B&B houders organiseerden het meest originele uitje en wie had de meeste streekproducten op de ontbijttafel uitgestald? Ik wacht gespannen af, mijn laptop en verhaal compleet vergeten door al deze prangende levensvragen.

Acht uur. Ik klap mijn laptop open, hij is in ieder geval volledig opgeladen. Mijn vinger gaat richting de aan-knop en op hetzelfde moment drukt vriend Netflix aan. Een zucht ontsnapt. ‘Wat?’ klinkt er naast mij op de bank. ‘Er staat een nieuw seizoen op, sinds vandaag. Die zouden we kijken toch? Pak jij even iets lekkers.’ Mijn vinger trekt zich terug van de knop en de laptop klap ik dicht.
Moet ik een schema maken? Zijn vaste tijden om te schrijven handig en hoe doen anderen dit? Vele vragen spelen door mijn hoofd, de nieuwe afleveringen doen hun best maar worden hierdoor naar de achtergrond verdrongen. Als ik nu eens twee keer in de week laat opblijf? Of een nachtje zou doorhalen? Nee, dat gaat voor een hobby-zelf een mega serieuze, als ik alle schrijfsites mag geloven- veel te ver.

‘Shit,’ fluister ik zo zacht maar intens mogelijk, wanneer ik op de donkere overloop op een legoblokje ga staan. Na enkele seconden stilstaan, wrijvend over de getroffen voetzool, hoor ik niets dan rustige ademhalingen uit de slaapkamers komen. Voetje voor voetje sluip ik de trap af.
De waterkoker maakt meer herrie dan overdag -ik weet het, dat lijkt alleen maar zo- en het pak koek knispert harder dan normaal. Ook een auditieve illusie. Maar ik heb het verdiend; deze week heb ik toch weer eens vijf kilometer gerend én ik ga beginnen aan mijn verhaal. Vreselijk verdiend.
En vooralsnog gaat het verbazingwekkend goed: de laptop druk ik aan, de code druk ik in en de cursor knippert vol verwachting.
Vol verwachting of vol ongeduld?
Ik neem een slok van de, iets te hete, thee en voel wat in mij opborrelen; niet veroorzaakt door de thee of koek, nee het borrelt vanuit mijn brein. Goed? Nee, het is een steeds harder knagend gevoel van opkomende ergernis. Ik bijt op mijn lip, schuif op mijn stoel en neem nog een koek.
Mijn vingers hangen bewegingsloos boven de toetsen en ik sper mijn ogen nog eens goed open. Het helpt niet. Niets. Helemaal niets.
Ik schud nog maar eens flink met mijn hoofd, wrijf in mijn handen en breng mijn vingers weer in de startpositie.
Weer niets.
Helemaal niets.
De verhalen van de concurrentie proberen allemaal tegelijk naar de voorgrond te komen; misbruik, verdriet, gemis, dood, verderf, nog meer misbruik maar nu door een leerkracht, dode kinderen, overleden echtgenotes, gestoorde familieleden, gesloten inrichtingen, automutilatie, automutilatie ín gesloten inrichtingen…
Mijn hersenen proberen uit alle macht deze verhalen te verdringen en mijn eigen verhaal naar boven te krijgen. Het lukt.
Maar dan is het mijn beurt om in te storten van ellende; want ik heb niets.
Er is niets.
Helemaal niets ergs. Geen trauma. Nul.
Alhoewel, misschien na vanavond eentje dus.
Een trauma wegens ontbrekend trauma en ongeschreven verhalen die hierdoor voor altijd ongeschreven blijven.
De cursor knippert nog altijd ongeduldig.
Of vol verwachting?
Want is het wel nodig, zijn de dagen die voortkabbelen in deze jaren waarin wij leven niet een bijzonder genoeg verhaal op zich? Is onze tijdsgeest, zijn onze wensen en dromen- of het ontbreken ervan- het misschien wel waard om opgeschreven te worden?
De dagen tot de deadline zijn minimaal, maar ik open de blogsite om een eigen blog aan te maken. Ik red het nog wel. Desnoods haal ik een nachtje door; als ik het aan niemand vertel is het nooit gebeurd.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch