Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

De begrafenis

Door Caly Blue

Je hebt het goed gehoord hoor, ja. Mijn begrafenis was een plaatje. Ik meen het echt. Het toeval wilde dat het een prachtige koude lenteochtend was, waarop de helft van de mensen nog steeds in volle winteruitrusting is komen opdagen en de andere helft van de aanwezigen vergaan is van de kou. De dauw wachtte hen op in de vorm van ijskristallen op spinnenwebben die opgelicht werden door een zonsondergang waar geen begrafenis op dat gemeentelijke kerkhof aan kon tippen. Het was en is nog steeds ons fijne België waar elk seizoen gekenmerkt wordt door kleurloze regens.

Honderden schaduwen van gelijkvormige kruisen die in elkaar overliepen en de anonimiteit verzekerden. Niet voor mij natuurlijk, want daar lag ik in die traditionele, eikenhouten kist met mijn foto die er fier op stond. Kaarsrecht, zo heb ik zelf nooit gelopen, maar ik lag er wel zo bij. Mijn God, als je daarboven op me zit te wachten, zo ben ik toch nooit geweest? Niet goed, niet recht en al helemaal niet traditioneel.

Degenen die ertoe deden waren er, dus dat deed al veel. Mijn ouders die kapot waren bijvoorbeeld. Mijn zussen ook natuurlijk, zo hoort het ook, maar ik vraag me af in welke mate nu ze mijn kleerkast en mijn juwelen volledig kunnen opeisen zonder dat ik achter hun veren moet zitten om het terug te geven. Dan heb je nog de rest van mijn familie en een groot deel van mijn klasgenoten door de jaren heen, ook al stonden die er maar verweesd bij.

Zelfs die roodharige was komen opdagen, ik wil haar naam niet meer weten, wat ik wel nog weet is dat die zo achterlijk was dat ze tegen het zesde jaar nog niet doorhad dat twee tot de derde macht geen zes is. Ach, zo van die mensen mogen aan mijn graf staan snotteren, het is niet dat ik er lang stil bij zal blijven liggen. Geloof me, ze was lang niet de enige die ik bij leven niet kon luchten, maar de dood brengt een zekere gemoedelijkheid. Over de doden niets dan goeds, zegt men altijd, maar dat laat niet weg dat ik over de levenden mag spreken.

Bon, ik was al lang blij dat mijn beste vriendinnen er waren. De vijf meiden die de jungle beter bekend als ‘de middelbare school’ net iets draaglijker maakte. De vijf die hun mond opentrokken als ze aan mijn roodomrande ogen en mijn net niet uitgelopen mascara zagen dat het niet oké was, dat mijn leven een puinhoop was en dat ze me het enige gaven wat ik echt nodig had: een omhelzing met de warmte die zij me alleen konden geven. Eentje die de alledaagse drama even deed vergeten en genoeg kracht gaf om de hele cirque vervolgens weer te trotseren.

Maar hij was er ook. Met zijn tranen, zijn groots verdriet, zijn tragische bestaan, zijn onverbeterlijke blik die deed uitschijnen dat hij van niets wist. Hij, als ik kon, dan had ik hem vermoord, maar ik kon het niet.
Daarom was ik degene die daar lag met rigor mortis en had hij enkel kippenvel voor het resterende deel van zijn leven dat hij moest zien te trotseren met een relatie die stuk gelopen was op de slagader van zijn vriendin. Nee, ik zou nooit zelfmoord plegen, wat denk je wel van mij? En nee, zo kapot was hij er ook niet van.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch