Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

De Bloedvrouw

Door S.T. Hills

PARIJS, 1971

Elizabeth la Laurent flaneerde door de straten van Parijs. Met haar lange, ravenzwarte haren was ze een aantrekkelijke verschijning voor zowel mannen als vrouwen. Een jonge vrouw had haar uitgenodigd naar de bioscoop. Ze had een extra kaartje en wilde niet alleen gaan. Er draaide een film over Dracula. Een klassieke zwart-wit film uit 1931 met Bela Lugosi in de hoofdrol. Elizabeth was nog nooit naar de film geweest en de hele gebeurtenis had haar overdonderd. Haar ogen waren gefixeerd op het doek en nog meer op de acteur die de rol van Dracula speelde. Ze was gefascineerd en voelde een sterke aantrekkingskracht. Helaas was hij vanavond niet beschikbaar om haar lusten te bevredigen.

Het was nog zwoel toen ze de bioscoop verlieten en de toegangspoort van de begraafplaats Père-Lachaise door wandelden. Meer dan een miljoen zielen lagen hier te rusten. Ze liepen verder toen de vrouw plotseling stopte. Ze waren vlakbij de Mur des Fédérés. De plek waar honderd jaar geleden 147 communards van Belleville waren geëxecuteerd, op de laatste dag van Bloedweek. De vrouw keek naar Elizabeth en voelde een rilling over haar rug. Ze was nog opgewonden van de film, maar ook het uiterlijk van Elizabeth deed haar knieën knikken. Ze greep Elizabeth bij de hand en nam haar mee achter een van de tomben. Ze trok haar naar beneden op het gras en fluisterde in haar oor dat ze haar wilde beminnen. Toen ze haar lippen op de mond van Elizabeth duwde, beet Elizabeth hard in haar lip. De metalen smaak van het bloed was heerlijk. Ze beet harder en zoog het bloed op. De vrouw probeerde los te komen maar Elizabeth had haar stevig vast. Ze beet in haar tong en het bloed stroomde eruit. Elizabeth raakte in een staat van vervoering. Ze had in de linguale slagader gebeten, de bloedvoorziening van de tong. De vrouw zou doodbloeden, stikken in haar eigen bloed. Elizabeth zag het leven uit haar vloeien. Ze trok de vrouw overeind en zorgde dat ze het bloed uitspoog. De smaak en het zicht van bloed had haar wellust deze avond getemperd. Ze wist dat deze behoefte zou veranderen in een verslaving. Dit was nog maar het begin.

ROCAMADOUR, 2018

Rocamadour was een stad waar mirakels plaatsvonden. Het was een heilige plek met oude huizen, torens en een kasteel. Gedrapeerd tegen een rotswand. De majestueuze gebouwen op de hogere hellingen en de stad op de lagere helling van de vallei. De Notre Dame kapel had een zwarte Madonna. Ze was gesneden uit walnoothout en werd bezocht door pelgrims van over de hele wereld. Bovenin de kapel hing een ijzeren klok uit de 19e eeuw, waarvan gezegd werd, dat hij spontaan zou luiden als de Madonna ergens ter wereld een wonder verrichte.

Jack Marshall was niet in de stad maar bij Rue de la Mercerie. Hij had een interview met Elizabeth la Laurent voor de Underground Times. Vorige maand had hij een nazi gesproken. De eerste van zijn twaalf interviews. Als acteur vond hij het fantastisch om in de rol van journalist te kruipen. Het dossier van Elizabeth was schokkend. Ongewenst, jarenlang ingebakerd. Zodra ze kon lopen moest ze vader helpen met de varkens. Als ze niet luisterde pakte hij de hooivork en prikte in haar lichaam. Jack klopte op de deur en Elizabeth deed open.

‘Goedemorgen, kom binnen’.

De salon had een robijnrood vloerkleed en de muren waren zwart. Er hingen spiegels en een grote kroonluchter. Twee zwarte Chesterfields stonden tegenover elkaar. Een groot haardvuur completeerde het interieur. De gordijnen waren dicht en het licht was gedimd. Het voelde aan als het kasteel van Dracula. Jack dacht voor een moment dat als Elizabeth haar mond open zou doen er een paar lange hoektanden tevoorschijn zouden komen. Ze droeg een lange, zwarte jurk met rushes langs de halslijn. Een ketting met een zwart kruis om haar hals sierde haar lage decolleté. Jack voelde zich geïntimideerd zoals ze boven hem uittorende. Snel ging hij zitten op een van de sofa’s. Hij keek op zijn notitieblok en besloot dat het tijd was voor het interview.

‘Hoeveel vrouwen heeft u gevangen gehouden?’

‘Ik heb niet geteld. Ongeveer 20 per jaar. De eerste tien jaar waarschijnlijk het dubbele. Toen ik ouder werd nam ik ze wat langer onder mijn vleugels. Ik ben gestopt op mijn 65e. Ik werd te langzaam, zij te sterk. Jack berekende snel het aantal en kwam tot een schokkend resultaat van 1160 vrouwen.

‘Wat deed u precies met ze?’

Eerst observeerde ik ze en daarna lokte ik ze naar mijn huis. Later gebruikte ik chloroform of GHB. Ik kleedde ze uit en bond ze vast. Dan pakte ik mijn vaders hooivork en prikte ze in hun rug, buik, armen en benen. Gewoon, kleine wondjes waar het bloed langzaam uit droop. Het bloed ving ik op en bewaarde het in een ton. Altijd mooie, slanke vrouwen. Zoals mannen ze graag zien. Houdt u ook van grote borsten? Natuurlijk doet u dat. Domme vraag van mij. Als ik klaar was dan richtte ik me op hun gezicht. Ik liet altijd een herinnering achter. Een mooi litteken bij de ogen, neus of mond. Bij de hele mooie sneed ik in de lippen, ik maakte er een soort clownsmond van. Ze zouden nooit meer een man kussen zonder aan mij te denken.’

Jack voelde zijn maag omkeren.

‘Had u een favoriet?’

‘Zeker. Een politieagente die al jaren op me jaagde. Op een dag kreeg ik haar te pakken. Ik stopte ze in mijn Iron Maiden. Maandenlang heb ik plezier met haar gehad. Helaas heb ik op een avond de sluitingen van de ijzeren maagd niet goed dichtgedaan. De volgende ochtend was ze vertrokken. Tot op heden heb ik spijt van mijn onachtzaamheid. ‘

Jack wist genoeg en reikte in zijn tas naar het speciale cadeau dat hij van het hoofdkwartier mee had gekregen. Hij stond op en gaf het aan Elizabeth.

‘Hier is een presentje van onze krant. Als dank voor uw medewerking.’

Jack gaf haar het cadeau en ze pakte het uit. Een bloedafname buisje. Onderin kon je de antistollingsgel waarnemen. Het buisje was gevuld met bloed. Er zat een certificaat van echtheid bij. Het bloed was afkomstig van Béla Ferenc Deszö Blaskó, beter bekend als Bela Lugosi. In 1927 speelde hij Dracula in een Broadway bewerking van Bram Stokers boek. Later, in 1931 speelde hij in de klassieke film. Bela Lugosi was de held van Elizabeth. Hij portretteerde de man die ze altijd had willen hebben. De man die je hartstochtelijk kuste en het bloed uit je nek zoog.

Elizabeth was in haar nopjes en liep naar Jack.

‘Dit is het mooiste cadeau dat ik ooit heb gehad.’

Ze drukte haar boezem onder zijn neus. Hij keek in haar decolleté en onderdrukte de neiging om het scherpe kruis aan haar ketting te pakken en door haar hart te steken.

‘Geen dank.’

Snel stapte hij naar de deur en maakte zich uit de voeten. Hij reed naar de stad en beklom de 216 treden van de grote pelgrims trap. Boven was de Notre Dame kapel. Hij ging niet naar binnen. Hij ging op een muurtje zitten om het uitzicht over de stad en de vallei te bewonderen. Hij moest zijn hartslag weer in een normaal tempo zien te krijgen.

Elizabeth liep naar de schuur achter haar huis. Zorgvuldig goot ze het buisje met bloed in de plastic ton. De ton die voor driekwart gevuld was met bloed dat ze over de jaren verzameld had. Ze roerde het bloed van haar held erdoorheen. Ze kleedde zich uit en stapte in de ton. Ze knielde en doopte haar lichaam in de vloeistof. Ze stond op en bewonderde haar lichaam in de spiegel op de muur tegenover haar. De spiegel naast de ijzeren kast waarin ze zoveel vrouwen gevangen had gehouden. Haar gezicht had een extatische uitdrukking. Ze was verrukt. Haar wonden waren niet zichtbaar, ze was mooi. Ze knielde weer in de ton. Ze sloot haar ogen en na een paar seconden wilde ze weer opstaan. De vloeistof in de ton was echter veranderd in een kleverige massa. Ze schreeuwde en vloekte maar hoe meer ze bewoog, hoe harder de massa werd. Elizabeth was veranderd in steen. Ze was bevroren in de tijd.

Jack had een tijd op het muurtje gezeten. De mensen bekeken die hijgend langsliepen, na de enorme klim op de trap naar de kapel. Ze kwamen de zwarte Madonna bewonderen en de ijzeren klok. Om 5 minuten voor 12 begon de klok opeens te luiden. Mensen renden van buiten naar binnen en van binnen naar buiten, hun armen in de lucht. Ze knielden neer en begonnen te bidden. Ze keken omhoog en bedankten de zwarte Madonna voor het mirakel dat ergens ter wereld had plaatsgevonden. Jack haalde zijn schouders op en liep naar beneden. Hij moest het verslag nog versturen en zich voorbereiden op zijn derde interview. Hij geloofde niet in mirakels.

4 reacties

S.T. Hills

Auteur dinsdag, 14:20

Er komt zeker meer, Caroline. De Bloedvrouw is samengesteld uit bewerkte passages van het eerste deel van een tetralogie die ik aan het schrijven ben. Hopelijk kan ik mijn eerste boek volgend jaar uitbrengen.

Jose Dekker

vrijdag, 19:50

Spannend..
Knap om de aandacht van de lezer vast te houden tot de laatste regel.

Caroline I.

donderdag, 20:01

Ik wil meer…..

Miriam

maandag, 10:00

Wow, de rillingen lopen over mijn lijf!!!

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch