Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

De brief

Door Petri van Otten

Sara loopt naar de brievenbus. Met haar duim en wijsvinger omklemt ze het broze stuk van het verroeste sleuteltje, omdat het anders zou breken. Er is slechts een kleine klik nodig om het deurtje te openen. Twee handgeschreven enveloppen liggen op de bodem van de brievenbus. Het bibberige handschrift op één van de enveloppen verraadt dat tante José ouder wordt. Sara versnelt haar pas als ze terug naar binnen loopt. Ondertussen schudt ze haar omgehangen jas van haar schouders en laat hem op de grond liggen. De brief van tante José valt ernaast. Ze graait een mes uit de keukenla en zet het mespunt onder de hoek van de envelop. Dan begint haar hand te trillen. Haar hart bonkt in haar keel. Is dit dan de brief? Haar gedachten flitsen terug naar die broeierige zomeravond.

Die avond had ze naar hem gekeken. Na een dagje strand met hem en zijn verloofde Rianne stond hij naakt voor de douchecabine, klaar om onder de sproeier te stappen. De douchedeur stond op een kier. Normaal gesproken zou ze hem dicht doen. Die avond deed ze dat niet. Sara zag hoe het water langs zijn schouders naar beneden gleed richting bilnaad, waar de watermassa in druppels uiteen spatte. Zijn handen vermengden de shampoo door zijn haar. Het schuim gleed naar beneden. De zeepbellen leken op ogen die haar naar binnen lokten. Een uitnodiging waar ze graag op in zou gaan, al was het maar één seconde. Die ene seconde zou ze de rest van haar leven koesteren. Haar ademhaling werd oppervlakkiger. De badkamer vulde zich met waterdamp. Zijn lichaam vervaagde. Ze maakte haar ogen groter. Het krassende geluid van het dichtdraaien van de kraan. Sara schrok en deinsde achteruit. Ze rende de gang uit. Naar buiten. Achtervolgd door het oordeel dat glurende vrouwen hoeren waren. Een vonnis dat ze niet wilde. Zeker niet, omdat ze drie dagen later getuige zou zijn van het huwelijk van de man, die ze zojuist begluurd had.

De bel. Verdorie, zo vroeg. Met de envelop in haar hand vliegt Sara door de keuken als een losgelaten ballon. Gehaast steekt ze hem tussen een stapeltje rekeningen. Ze moppert, opent de deur en glimlacht breed.
‘Wat leuk, kom binnen,’ hoort ze zichzelf zeggen.
‘Koffie,’ vraagt ze kortaf, in de hoop dat Marie-Louise zegt, nee, ik kom je snel even feliciteren dan ben ik weer weg.
‘Lekker,’ antwoordt Marie-Louise, terwijl ze zich tussen de kussens op de bank nestelt.
Sara rommelt in een keukenkast op zoek naar een schoon kopje. In de kamer hoort ze Marie-Louise druk praten. Sara luistert met één oor. Ze zet de kopjes onder het Senseo apparaat en terwijl ze wacht tot het lampje niet meer knippert, kijkt ze naar de rekeningen waartussen de brief verscholen zit. Ze haalt diep adem, pakt de gevulde kopjes en neemt ze mee naar de kamer.
‘Ik heb wat voor je meegebracht,’ zegt Marie-Louise.
Sara pakt het cadeautje langzaam uit. Het trage tempo geeft haar ruimte om haar aandacht niet op Marie-Louise te hoeven richten. Met haar handen pakt ze het cadeautje uit, met haar gedachten is ze bij hem.

Ze rende aan één stuk door. Aan het einde van de boomgaard verstopte Sara zich achter het tuinhuisje. Hijgend stond ze met haar rug tegen de muur. Haar uitzicht over de weilanden werd vertroebeld door het kloppen van haar voorhoofd. Ze liet zich langzaam naar beneden zakken tot ze tegen het huisje zat. Met haar handpalmen bedekte ze haar gezicht. Verward door de opwinding die ze zojuist gevoeld had en de herinnering aan haar vriendin, die een half jaar geleden zo verheugd was, omdat Sara getuige wilde zijn op haar bruiloft. Toen ze opkeek zag ze dat het al aardig donker geworden was.
‘Hier ben je,’ hoorde ze van opzij. Haar hart leek twintig slagen in een seconde te maken. Haar spieren verstijfde. Sara bleef strak voor zich uitkijken en zei zachtjes, ‘ja’.
Zonder iets te zeggen, ging hij naast haar zitten. De tjirpende krekels vulden de stilte. Zwijgend keken ze beide voor zich uit.
‘Ik heb je zien staan,’ zei hij uiteindelijk en keek haar van opzij aan.

‘Mooi, echt heel leuk,’ zegt Sara. De oppervlakkigheid van haar intonatie heeft geen enkel raakvlak met de woorden die ze uitspreekt.
‘Rianne is niets veranderd,’ zegt Marie-Louise.
‘Nee,’ moet ze toegeven en ze kijkt naar de drie frisse jonge kopjes op de zojuist gekregen foto.
‘Weet je nog waar deze gemaakt is?’
Ze ziet op de achtergrond van de foto een tak van een notenboom. Aan de tak ziet ze een deel van het touw, waarvan ze de autoband die eraan hing, nog zo voor zich ziet.
‘In de boomgaard achter het ouderlijk huis van Rianne,’ zegt ze.
Dit kan toch geen toeval zijn, zou Marie-Louise het weten,’ denkt Sara.
‘Ja, nu zie ik het ook. Nu weet ik het weer. En helemaal achterin stond een tuinhuisje. Mijn God, wat hebben we daar vaak tot in de kleine uurtjes gezeten. Weet je nog dat de vader van Rianne een keer binnenkwam en ons betrapte met een fles Bacardi?’
‘Ja,’ lacht Sara en ze ziet zichzelf in gedachten weer zitten, gehurkt tegen het tuinhuisje.

Zwijgend had ze voor zich uitgestaard. Haar billen bijeen geknepen en haar schouders tot boven haar oren opgetrokken. Ze hoopte dat ze net als Dr. Spock van Star Trek in een lichtstraal kon verdwijnen.
Dan voelde ze hoe zijn hand over haar schouder gleed richting haar nek en uitkwam bij haar andere schouder. Hij trok haar stevig tegen zich aan en kuste haar haren.
‘Laat dit ons moment zijn,’ zei hij zachtjes.
Als bij het doorknippen van een te strak gespannen lint, schoten haar spieren los en gaf ze zich over aan het moment dat hij zojuist als hun eigendom bestempeld had.
‘Laten we naar binnen gaan,’ fluisterde hij in haar oor.
Alsof ze van binnenuit bestuurd werd, stond ze op en liep naar de deur. Ze voelde hoe zijn hand haar rechterbil omsloot en haar naar binnen duwde. Ze draaide zich om en zag hoe hij zijn shirt over zijn hoofd uittrok. Terwijl ze hem strak aankeek, opende ze de rits van haar rok en voelde ze het stof langs haar benen naar beneden glijden. De stretcher die tegen de achterwand stond, mistte twee veren, maar bleef op zijn poten staan toen hij naast haar was komen liggen.

‘Hoe gaat het eigenlijk met Rianne?’
‘Het laatste wat ik van haar gehoord heb, is dat ze verhuisd is naar Eindhoven met haar nieuwe vriend.’
‘En Sjors,’ vraagt Sara voorzichtig.
‘Geen idee en eerlijk gezegd interesseert me dat ook niet. De klootzak. Hij zal wellicht wel weer een ander slachtoffer gevonden hebben, dat hij kan bedriegen.
Geschrokken en verbaasd kijkt ze Marie-Louise aan.
‘Je gaat me toch niet vertellen dat je niet weet dat Sjors tijdens hun huwelijk vaak buiten de deur at? Dan heb je echt onder een tegel geleefd. Zelfs de oppas van Sofie wist hij in bed te krijgen. Hun eigen bed nog wel. En Lizette. Heb je dat verhaal nooit gehoord?’
Sara krimpt ineen. Af en toe komen er woorden binnen van de verhalen die Marie-Louise vertelt. Collega van het werk…toen Sofie net geboren was…op de camping met een blonde stoot, terwijl Rianne drie tenten verderop lag te slapen…met Suus…ja, echt waar.
‘Dat je dat niet weet,’ hoort ze Marie-Louise tenslotte zeggen.
Sara loopt naar de keuken. Terwijl ze wat rommelt met vieze kopjes, gonst het hele verhaal door haar hoofd. Ze klemt zich vast aan het aanrecht met het stapeltje enveloppen in haar vizier.
‘Ik hoef geen koffie meer, hoor. Ik ga weer naar huis,’ roept Marie-Louise.
Gelukkig, denkt Sara en loopt terug naar de kamer.

Ze zet het mespunt in de rand van de envelop. Een klein scheurtje is voldoende om het mes erin te steken en met één beweging de envelop te openen. Haar handen trillen. Een kaart. Als deze van hem is, zal ze hem meteen in duizend stukken scheuren en verbranden. Sara opent de kaart.
Hartelijk gefeliciteerd met je verjaardag. Maak er wat moois van! Lieve groetjes van Willemien (je allerliefste collega).

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch