Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Meer weten?

Sluiten

De Club

Door Yvo Nafzger

[Een bijeenkomst van jonge idealisten, die samen de wereld beter willen maken. Op de bijeenkomst van vandaag is het de bedoeling dat iedereen zijn grootste maatschappelijke zondes opbiecht aan elkaar. Een soort ‘mentale reiniging’. Men probeert de verhoudingen in de groep onhiërarchisch te laten zijn, maar toch kunnen ze er niet omheen dat Eén de oprichter is en Vier er als laatste bij is gekomen. De personages zijn genummerd en hebben geen geslacht. Dat is volledig aan de lezer.]

Eén: Goed.
Ik begin wel.

Drie: Ik vind het spannend.

Twee: Ik ook.

Drie: Heel spannnend
[Tegen Eén]
Denk je dat je het een beetje kunt inleiden.
Anders wordt het me misschien te veel.

Eén: Ik zal het proberen.

Twee: Al die emoties.
Ik zit nog bij te komen van het programma.

Eén: Ik zal mijn best doen om het een beetje zakelijk te houden.
Maar we moeten allemaal eerlijk zijn.
Want als we niet eerlijk zijn,
kunnen ze dingen tegen ons gebruiken.
En als dingen tegen ons gebruikt worden,
kunnen ze ons uit elkaar drijven.

Twee: Vreselijk.

Drie: Ik moet er niet aan denken.

Vier: Door wie dan?

Eén: Iedereen.

Drie: Ja.

Twee: Iedereen.

Eén: Iedereen die ons iets zou willen doen.
Iedereen die zou willen dat we hier niet zijn.
Iedereen die zou willen dat we liever niets doen.
Juist daarom moeten we eerlijk zijn.

Drie: We moeten eerlijk zijn.

Twee: Eerlijk!

Vier: Begin maar dan.

Eén: Goed.

Twee: Oké.

Drie: Ja.

[Vier is inmiddels opgestaan en loopt naar de koffietafel om iets lekkers uit te zoeken]

Eén: Allereerst hoop ik dat jullie begrijpen hoe moeilijk dit voor mij is.

Drie: Natuurlijk.

Twee: Vanzelfsprekend.

Eén: Het was ook nooit mijn bedoeling…

Twee: Nee.

Drie: Natuurlijk niet.

Eén: … Om bewust iemand pijn te doen.

Drie: Dat weten we.

Twee: Ja, dat weten we toch?

Eén: Om bewust iemand te…
Ik krijg het mijn strot gewoon niet uit.
[Vier staat nog steeds bij de koffietafel en draait zich kort om.]

Vier: Zeg het maar.

Drie: Ja.

Twee: Wij zijn er voor je.

Eén: Om bewust iemand te…
Iemand te…
[Korte stilte]
Te discrimineren.
[Doet een hand voor zijn mond en wendt zich met zijn/haar gezicht af, om zijn verdriet te verbijten. Twee loopt op hem/haar af, wil hem/haar troosten. Maar Eén laat bij de eerste aanraking van Twee al weten niet getroost te willen worden.]
Nee, ik moet dit zelf doen.
[Korte stilte. Eén maakt zich klaar.]
Het is denk ik al een jaar of drie geleden.
Ik was op weg naar de reformwinkel.

Twee: Wat goed.

Drie: Fantastisch.

Twee: Dat je daar drie jaar geleden al kwam.

Eén: En onderweg naar de winkel,
zag ik twee, Noord Afrikaans uitziende jongens,
van een jaar of zestien, met een betonschaar,
een fiets openbreken.
Dus ik liep op hen af om te vragen of dat wel hun fiets was,
die ze aan het openbreken waren.
[Twee tuit zijn lippen en ademt in. Hij/zij maakt het sissende ‘Oei’ of ‘Oh, oh’ geluid.]

Drie: Ai!

Eén: Ja, ik weet het, ik weet het.
Hoe kon ik zo kortzichtig zijn.

Vier: Wat zeiden ze?

Eén: Ze keken me allebei een beetje boos aan,
en zeiden dat ik me met mijn eigen zaken moest bemoeien.
En vooral moest blijven doorlopen.
Twee: En terecht ook ergens.

Drie: Tsja.

Eén: Natuurlijk terecht.
Volkomen terecht!
Ik begrijp ook niet waar het vandaan kwam.
Hoe ik het in mijn hoofd haalde om,
met zo’n ontzettend racistisch vooroordeel in mijn gedachten,
die jongens aan te spreken
Ik snap heel goed dat ze boos waren.
Ik was waarschijnlijk de zoveelste witte wijsneus,
die zich met hen bemoeide, hen wantrouwde.
Terwijl ze,
hoogstwaarschijnlijk,
gewoon hun eigen fiets aan het openbreken waren.
Gewoon,
omdat ze het sleuteltje kwijt waren.

Drie: Absoluut.

Twee: Het was inderdaad hoogst waarschijnlijk hun eigen fiets.

Drie: Daar kun je vergif op innemen.

Eén: Ik heb me die dag als een intolerante racist gedragen,
en dat is één van mijn grootste zondes,
die ik vandaag met jullie wil delen.

Twee: Je maakt het tenminste bespreekbaar.

Drie: Zo is het.

Twee: Je doet je uiterste best om te reflecteren op je acties.
En op die manier…

Drie: Je bent voor mij een enorm reflectiepunt.

Twee: … Word je je bewust van je gedrag.

Drie: Een soort van reusachtige reflector.
Dat ben je voor mij.

Twee: Je bent een voorbeeld voor ons allemaal.

Eén: Bedankt.

Twee: Ondanks je racistische gedrag,
ben je een enorm voorbeeld.

Eén: Dank jullie wel.

Twee: Je mag trots op jezelf zijn.

Drie: Heel trots.

Eén: Maar weet je wat het grappige was:
Ik realiseerde me snel dat ik fout zat.
Het was nog in de reformwinkel zelf.
Ik stond in de rij voor de kassa,
toen ik mijn grote fout plotseling inzag.
‘Wat heb ik nou toch gedaan’, dacht ik bij mezelf.
Volgens mij kon je het schaamrood op mijn wangen zien.
[Drie staat op en gaat naast Eén staan. Drie Slaat een arm om hem/haar heen.]
Toen ik buiten stond met mijn boodschappen,
zag ik die twee jongens voorbijkomen.
Met die fiets!
Dus ik dacht bij mezelf: ‘Het is nu of nooit!’
Dit is mijn kans om alles weer goed te maken.

Drie: Wat goed.

Twee: Wat dapper.

Drie: Dat je dat durfde.

Eén: Ik begon op ze af te lopen.
Eén van hen bleef met de fiets in zijn handen staan,
en de ander liep op me af.
Hij stond pas stil toen hij heel dicht bij me was.
Ik kon zijn aftershave goed ruiken.
Ik haalde diep adem en zei:
‘Ik wilde even sorry zeggen.
Sorry voor wat ik net tegen jullie heb gezegd.
Sorry dat ik me zo intolerant heb gedragen.’
[Twee begint te klappen. Drie omhelst Eén innig.]

Vier: En toen?
[Een ijzige stilte valt. Vier loopt van de koffietafel naar één van de cognitiezetels. Hij/Zij gaat er lekker lui op zitten.]

Vier: Wat gebeurde er toen?
[Drie Laat Eén los uit de omhelzing.]

Eén: De jongen voor me bleef me recht in de ogen aankijken.
Er volgde een lange stilte.
Toen nam hij plotseling een stap naar achteren,
spuugde een dikke klodder, zo recht voor mijn voeten,
en stak zijn middelvinger naar me op.
Geruisloos liepen ze de straat uit,
die jongens met hun fiets.

Drie: Wat erg.

Eén: Ja.

Drie: Wat een verschrikkelijk verhaal.

Twee: Je was gewoon te laat.

Eén: Ik weet het.

Twee: Je had ze al te diep gekwetst door zo intolerant te zijn.

Eén: Ik was te laat.
Dat vergeef ik mezelf nooit.

Drie: Groepsknuffel dan maar?

Eén: Dat hoeft echt niet hoor.

Twee: Jawel!
[Iedereen, ook Vier, doet een groepsknuffel.]

Eén: Pfff. Ik moet even bijkomen.

Twee: Dat snappen we.

Drie: Ik voel de emotie uit dit verhaal ook.

Twee: Volkomen begrijpelijk.

Drie: Ik voel het tot in mijn poriën.

Eén: Laten we even pauzeren.

Twee: Laten we dat doen.

Drie: Even bijkomen.

Eén: Heeft iedereen aan de hapjes gedacht?

Twee: Jazeker.
[Drie en Vier stemmen in. Eén Pakt zijn/haar tas en haalt er iets uit.]

Eén: Want ik heb iets heel speciaals:
Tofoekoekjes!

2,3,4: [Een beetje gemaakt] Oooooh!

Eén: En jullie?

[Drie grijpt zijn/haar rugzak en haalt er een 10-eierdoosje uit.]

Drie: Ik heb hier uren voor in de keuken gestaan.
Tadaaaa!
Gevulde eieren.

2/4: Lekker!
[Eén zwijgt en kijkt een beetje verontwaardigd naar Drie]

Drie: Wat?
Alleen jij bent hier ‘vegan’
Wij mogen wèl eieren.
Sorry.
Ik wist op een gegeven moment niets veganistisch meer.
[Twee eet een eitje op.]

Eén: Geeft niets.

Twee: Lekker gekruid ook!
Wat zijn je geheimen?
Wacht, niets zeggen:
Piment en een vleugje citroengras?

Drie: Bijna.
Piment en een vleugje galangawortel!

Twee: Echt lekker.

Eén: En jij, wat heb jij?

Twee: Ik had het echt ontzettend druk deze week, sorry.
Dus ik heb gewoon maïschips uit de reformwinkel.

Eén: Ook lekker.

Drie: Chips zijn altijd goed.

Eén: En jij?

Vier: Ik ben op de ouderwetse toer gegaan.
Wat ik bij me heb is helemaal zelf gemaakt.
Het is gebaseerd op een recept van mijn oma,
maar omdat haar recept normaal gesproken met koemelk wordt gemaakt,
en jij veganistisch bent, heb ik, speciaal voor jou, sojamelk gebruikt.

Drie: Wat is het?

Vier: Zelfgemaakte:
NEGERZOENEN!
[Twee slaat van shock een hand voor zijn/haar mond. Drie beent snikkend weg. Er valt een lange en ijzige stilte.]

geen reacties
0 Fictie

Absoluut

Tammo Ponte

0 Non-fictie

Miami

Stephan van Erp

2 Non-fictie

Migraine

Alexander Roessen