Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

De Engelsman

Door Tel Liane

Bij het opstaan had ze in het spiegeltje van haar toilettas een rimpeltje in haar gezicht gezien. Ook was ze dikker geworden door alle pasta’s en het Italiaanse ijs. Het leek wel of ze zwanger was dacht ze zo dik was haar buik. Ze gooide de toilettas in de hoek van de tent en wilde gaan joggen om zo wat gewicht kwijt te raken. Zonder haar gymschoenen aan te doen, spurtte ze de tent uit. Het was vroeg. Ze kwam onderweg naar het strand slechts een man tegen. Die middag zou het zover zijn dan was de zonsverduistering, daarvoor was ze helemaal alleen naar Italië afgereisd.

De eerste zonnestralen glinsterden in het water van de Adriatische Zee. Het koele zand kroop tussen haar tenen. Al rennend stootte ze op iets hards. Een helse pijn flitste door haar enkel. De boosdoener was een grote steen die op het strand lag. Voorzichtig probeerde ze verder te lopen. Het ging niet, ze moest omkeren. De pijn was te erg. Strompelend ging ze terug naar de camping.

De Nederlandse buren, die een caravan hadden, brachten haar een plastic zak met ijsblokjes.

‘Hier schat, heb je wat ijs voor op je voet.’ zei de vrouw. ‘Heb altijd wat ijsblokjes in de vriezer. ’t Is hier zo heet, kunnen we wel wat verkoeling gebruiken. Nou heb jij er ook nog wat aan. Gelukkig is ie niet gebroken.’

De hele dag zat ze in haar eentje met het ijs op haar enkel voor de tent een boek van Agatha Christie te lezen. Tien kleine negertjes. En toen waren er nog maar… Met haar hoofd totaal in het verhaal verdiept, ging de tijd snel. Aan het einde van de middag was de pijn gelukkig gezakt. Net op tijd. Straks zou de zonsverduistering zijn.

Ze liep moeizaam door de camping naar de kust. Een zachte wind stak op en blies door haar haren en langs haar gezicht. Er waren een aantal mensen op het strand. Ze ging naast iemand staan. Hij leek haar sympathiek en lachte naar haar. Het was een Engelsman.

Een zwerm zwarte vogels vloog over de zee richting de rotsen. Op zoek naar een slaapplaats, duidelijk in verwarring gebracht door de naderende zonsverduistering. De rotsen, waar ze op een keer naar toe gezwommen was. Eerst naar het eiland waar de puntige stenen onder haar voeten pijn deden. Dan klimmend naar een klif die steil naar beneden ging, waar golven kapot sloegen tegen de stenen massa. Daar waar je alleen was en op jezelf aangewezen. Wat, als ze zou vallen, had ze gedacht of naar beneden zou duiken. Zou ze dood neervallen? Ze had het gevoel gehad naar beneden getrokken te worden. Niemand die haar tegenhield. Er waren verhalen bekend van mensen die zo’n duik niet overleefd hadden, die op de rotsen in zee te pletter waren gevallen. Haar maag was weeïg geworden van het idee en voorzichtig was ze opgestaan en omgekeerd. Ze vond zichzelf laf en had er nooit met iemand over gepraat.

De Engelsman wees naar de zon. Ze keek door een foto-negatief.

Het leek alsof ze de golven tegen de rotsen hoorde beuken, het schuim zag van de golven. Ze wilde ernaar toe gaan, terwijl de zon langzaam zijn gloed verloor, maar zou eerst een stukje moeten zwemmen voordat ze bij de rotsen zou zijn.

Achter haar de pijnbomen van de camping. Zachtjes bewogen de takken heen en weer door de opkomende wind. Het dekzeil van de boot die op het strand lag, klapperde. Een jongen had zijn arm om een meisje geslagen. Ze leunden tegen de boot en keken naar de zon.

Laten we naar de rotsen gaan,’ zei ze en pakte zijn hand. De rotsen hadden een aantrekkingskracht op haar die ze niet kon weerstaan. Ze moest en zou deze zonsverduistering op de rotsen zien. Ze wilde haar angsten in de ogen kijken en overwinnen.

‘Wil je me er afduwen? Heb je genoeg van mij?’ Hij lachte en kneep haar plagerig in haar arm.

Ze liep half hinkend naar een boot die vlak achter hen lag.

‘Kun je wel lopen met je enkel?’

‘Het gaat wel,’ antwoordde zij.

‘Klim anders maar op mijn rug.’

Ze klom op zijn rug en hij waadde met haar door het koele zeewater, het kwam tot aan zijn middel. Het laatste stuk moesten ze zwemmen. Het donkere water zag er mysterieus uit. Ze huiverde en keek naar voren naar het rotseiland.

De Engelsman trok haar bij de rotsen omhoog.

‘Nu moet je proberen zelf te lopen. Het is te gevaarlijk om je hier te dragen.’

Ze hield zijn hand stevig vast en voorzichtig klom ze zo goed ze kon naar boven.

‘We hebben het gehaald,’ zei hij.

Contouren vervaagden en de nacht leek versneld zijn intrede te doen. Weer vlogen er vogels over en zag ze bewegende schaduwen over het strand en de zee in slierten naar zich toekomen.

Boven op de rots ging hij vlak bij de rand staan. De zon werd kleiner en kleiner. Donkerte omsloot hen. Hij hield zijn armen in de lucht. ‘Kom bij me staan en omhels me,’ riep hij. ‘Straks is de zonsverduistering voorbij, laat de zon weer zijn stralen zien en verlicht hij ons.’

Ze liep voorzichtig naar hem toe. Bang voor de diepte, keek ze naar beneden. Hij wankelde en voordat ze in de gaten had wat er gebeurde hoorde ze een kreet.

‘Aaaaaaah!’

Het ene moment was hij nog vlakbij haar, het andere moment stond ze alleen. Het laatste wat ze hoorde was een plons.

Ze keek om zich heen. Veel zag ze niet in het donker. Had hij zich te pletter gegooid? Wat moest ze doen?

Als in een roes klom ze langzaam de rotsen af. Pijnscheuten gingen door haar heen. Het was haar idee geweest om hiernaar toe te gaan. Het was allemaal haar schuld. Ze kon haar gedachtes niet stop zetten. Gedachtes aan de dood. Hij was zelf gesprongen. Ze had hem niet geduwd. Wat als ze haar niet geloofden?

Ze had het gevoel de rotsen op haar schouders mee te torsen en kon het beeld van de Engelsman die verdwenen was niet van zich afzetten. Het leek alsof ze zich in een akelige droom bevond. Radeloos keek ze om zich heen op het strand.

Iemand tikte op haar schouder. Ze draaide zich om en keek in het lachende gezicht van de Engelsman.

‘Hello my love, Wat vond je van mijn sprong? Was ik niet geweldig!’

Met opengesperde ogen keek ze hem aan.

‘Waat, ik dacht dat je dood was. Hoe kon je…’

Hij kuste haar en ze proefde het zoute zeewater op zijn mond.

Opgelucht sloeg ze haar armen om hem heen.

Hij ondersteunde haar terwijl ze strompelend naar haar tent liep.

geen reacties
0 Fictie

Rauwe pijn

Sahar Noor

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam