Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

De Gedaanteverwisseling

Door Anton Pater

Traag loopt mijn kwast vast in de stroperige verf. Deze dag is een vergissing, het is een dag waarvan je later kan zeggen: dat was de laatste zomerse dag. Een dag die gemaakt is om op een terrasje van een Prosecco te genieten. De zon spiegelt zich in het raam en in het wit van het kozijn, ik zie geen verschil tussen oude en nieuwe verflagen. Ik kan ze alleen maar voelen.
Er zoemt iets rond mijn oren, een wesp vliegt hoekig tussen de muren van de binnenplaats maar verlaat die niet. Mijn gezelschap is blijkbaar interessant, hoorbaar knalt het beest tegen de schutting. Daar blijft het plakken en fatsoeneert de vleugels. Het is een flinke jongen, misschien een koningin. Of een prinses.

Geen droomprinses, ik ken haar trucs. Ze steekt je in de nek terwijl je alleen maar aan wat jeuk krabt. Ze kruipt in je broekspijp terwijl je op de ladder je evenwicht bewaart om dat laatste moeilijke stukje oversteek met verf te bedekken. In de plooi van je knieholte zoekt ze een plek voor haar nest maar ze werkt zich vast en laat niets anders achter dan een keiharde bult die twee weken later nog jeukt.
Er zijn mensen van het soort dat kan overlijden aan één wespensteek, wanneer ik een wesp zie ben ik bang dat ik bij die groep hoor. Mijn wespensteekbulten zijn groot, rood en pijnlijk. Allergie voor wespen kun je opbouwen, zeggen ze. Met elke steek vult het anafylactische vaatje zich, totdat de emmer overloopt in een shock. Mijn allergie wil het beest een doodschop geven, voorzichtigheid remt me af.
‘Gewoon stil blijven zitten,’ zegt mijn meisje, wanneer ik met maaiende armen de krengen probeer te verjagen. Dat helpt niets, ze komen altijd bij je terug. Ze komen altijd bij mij terug.
Wespen hebben iets lafs: ze vliegen zo hoekig dat je ze nooit kunt raken. Ze kunnen je onbekommerd steken, een bij sterft tenminste nog, na zo’n laffe daad. Arrogant zijn ze ook, ze menen altijd dat zij meer recht hebben op dat biertje dan jij.

Ik zet een verflaag op de onderste glaslat, de wesp kruipt over het hout van de schutting. Dan valt ze, in het zaagsel dat ik bijeen heb geveegd. Haar zojuist opgepoetste vleugels zijn bedekt met stof, ze verliest een deel van haar aura. Dit kleine beest, dat zo gemakkelijk grote mensen naar een andere wereld kan helpen kruipt door het vuil om mijn voeten. Nu is het een eitje om mijn zool bovenop haar te zetten.
Verstandig ook.
Ik moet mijn aandacht bij het schilderen houden, zij mag de ingang van mijn broekspijp niet vinden.
Ik doe het niet.
Ik strijk de verf uit, de wesp veegt het stof van haar kop. Ze doet een poging om weg te vliegen maar valt om. Ze transformeert van een prinses in een koningin-moeder. Eentje waar de kleinkinderen nooit meer bij op bezoek komen. Koningin-moeder: het is een naam voor niemand.

Wim zit aan de andere kant van het raam achter zijn computer. Hij studeert filosofie, leest onbegrijpelijke boeken en heeft twee linkerhanden. Hij voldoet aan meer clichés maar zijn baard heeft hij afgeschoren toen hij wiskunde erbij nam als tweede studie. Zijn vader is opgelucht, niet alleen om de keuze van Wim maar ook omdat ik het schilderwerk dit jaar af kan maken. In het voorjaar verfde ik de boeidelen en de dakkapel, vanaf de ladder had ik uitzicht op de minaretten van een gloednieuwe moskee.

De wesp kruipt verder, bij elke poging om weg te vliegen valt ze opzij, één van haar motoren werkt niet. Ze bekommert zich niet meer om het stof op haar ogen, blind zet ze koers naar een afvoerput voor het hemelwater. Deze wereld na al die glorierijke vluchten en de productie van een fabelachtige kinderschare daarin te moeten verlaten: het zou een domper zijn. Ze kruipt langs het rooster en valt stil.
Het is te vroeg voor de middaglunch, pas over een uur zal de muezzin zich laten horen. Hoog boven de stad zal zijn zang oproepen tot het vieren van het allerhoogste en het hoogste van al neemt nu Prinses tot zich.
Dit kan het belangrijkste moment van vandaag zijn, denk ik. Ik kijk naar de gestrande wesp en besef dat dit het belangrijkste moment van ons leven is. Kan ze mij zien? Als dat zo is dan weet ze dat we al vijf minuten naar elkaar kijken. Als ze weet wat vijf minuten is.
Ze doet een teleurstellende vliegpoging. Er was onvoldoende luchtverplaatsing om nog om te vallen. Wims aanwezigheid bezwaart me maar ik houd mijn ogen op Prinses. Ieder moment kan het moment voorbij zijn. Een trilling trekt door haar vleugels, telkens verpest ze het.
Prinses: nu moet je gaan.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch