Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

De ghostwriter

Door Annick Driessen

‘Ik dacht: ik zal maar eens helpen, want alleen lukt het je blijkbaar niet,’ verkondigde mijn tweelingbroer vanaf de andere kant van de wereld. ‘Goed idee,’ vond ik, al legde ik zijn woorden iets anders uit. ‘Dus luister, wat jij moet doen: bel gewoon die docent en leg een einddatum vast – eind september, oktober voor mijn part. Als stok tussen de deur.’ Mijn broer denkt meer in koevoeten dan in vluchtwegversperders.

Gezocht: hulp bij eindscriptie Participation Management. Deadline 30-11. Meer bleek niet nodig om vier bruikbare reacties te krijgen op een totaal van elf. De goede verstaanders boden meer dan alleen spelling- en grammaticacontrole. Sommigen probeerden een verondersteld schuldgevoel weg te nemen. Misschien was het waar, was het ‘tegenwoordig heel gebruikelijk de uitvoering aan een professional over te laten’ terwijl ik ‘de regie’ voerde. Van de twee aanbieders die geen kennismakingsgesprek in een koffiebar vol bananenplanten voorstelden, vroeg er één viermaal wat ik grofweg in gedachten had; de ander, ene Mei Lin, stuurde in minimale bewoordingen een prijsopgaaf per onderdeel, inclusief planning. Ik zette haar totaalprijs af tegen mijn uurloon maal het aantal uren dat ik extra zou kunnen werken als ik zowel onderzoek als schrijfwerk uitbesteedde, en wist genoeg. Ik kon me zelfs de variant veroorloven inclusief voorbereiding op de eindverdediging. Alleen nog even Patrick bellen, van planning, om te vragen of hij me de komende maanden extra kon inroosteren. Maar het was vijf voor vijf, dus niet nu.

Mei Lin stuurde al na twee weken haar proeve van bekwaamheid. Het begeleidend schrijven had Nescio niet minimalistischer kunnen opstellen, maar de scriptieopzet was doordacht en duidelijk uiteengezet. Ik maakte het afgesproken startkapitaal over voor hoofdstuk één (een overzicht van beproefde methodes met argumenten voor en tegen hun bruikbaarheid voor het gekozen onderwerp) en zette me ertoe Patrick nu daadwerkelijk te bellen over die extra uren.

Je hebt van die mensen die er geen moeite mee hebben anderen teleur te stellen. Die nooit sorry zeggen als iets hun schuld niet is en precies weten wiens probleem iets is. Zo iemand bleek Patrick.

Kwam het door Mei Lins afstandelijkheid dat ik al een paar keer had zitten fantaseren hoe ze eruit zou zien, hoe oud ze was, waar ze woonde, wat ze verder deed? In haar reactie op mijn oproep stond niets persoonlijks. Ze had één referentie opgegeven, maar die had ik natuurlijk niet nagetrokken. Ik kon alsnog bellen, maar kon hooguit iets vragen over werkwijze en resultaat, moeilijk iets over Mei Lin zelf. Steeds als ik achter de computer zat, op zoek naar een baantje waarbij ik wel meer uren kon maken, dwaalden mijn gedachten af.

‘Kun je misschien ook helpen met een sollicitatiebrief?’ waagde ik na een paar dagen tevergeefs zoeken te vragen. Ik kopieerde de link naar de vacature die ik op het oog had en voegde mijn cv bij. En hop, binnen een kwartier kreeg ik een prijsopgaaf. De brief kon morgen klaar zijn. Moest ze me daarvoor niet eerst een keer ontmoeten? Nee hoor, dat hoefde niet. Haar antwoord eindigde met een linkje naar een andere vacature: of dat niet meer iets voor mij was. Ze kon, als ik wilde, ook twee brieven maken, voor anderhalf maal de genoemde prijs. Ik vond één brief genoeg: naar de door haar gevonden organisatie.

De sollicitatiebrief die ik de volgende middag kreeg omschreef mij in zulke treffende bewoordingen dat ik ze zelf had kunnen gebruiken – als ik erop was gekomen. Mijn cv had Mei Lin iets anders gestructureerd – gratis, want ongevraagd. Vol ongeloof video-belde ik mijn broer in Australië. Zijn scepsis betrof niet alleen het feit dat ik een baantje zocht. Hij nam aan dat het een sollicitatiebrief in algemene bewoordingen was, totdat ik een alinea voorlas met ‘nuchter’, ‘kat uit de boom’, ‘gelijkmatig karakter’ en ‘ik werk bij voorkeur zelfstandig’ erin; toen vond hij het ‘uncanny’, voor iemand die me nooit had gesproken. Hij opperde zelfs mijn wachtwoorden te wijzigen en raadde in elk geval vervolgcontact af. ‘Better safe than sorry.’ Dat van de scriptie had ik niet verteld, dus ik verzweeg ook maar dat ik zijn raad niet kon opvolgen.

Er ging een week overheen, toen kreeg ik bericht dat ik op gesprek mocht komen. Al een paar dagen later stond ik de hele ochtend te enquêteren, om ‘s middags de verkregen informatie in een vanuit huis toegankelijk systeem in te voeren nadat ik er mijn basiskennis statistiek op had losgelaten. En de dag erna weer en de dag daarna weer. Het was geen super-enerverend werk, maar mijn ervaring is dat super-enerverend werk meestal gepaard gaat met hyper-enthousiaste collega’s – die zoeken dat op. Ik zoek andere dingen op.

In gedachten hoorde ik mijn broers waarschuwing, maar omdat ze me per slot van rekening aan het baantje geholpen had, liet ik Mei Lin toch even weten dat het was gelukt en goed beviel. Ze had niet anders verwacht, daarom had ze me de vacature immers opgestuurd, maar vond het fijn om te horen, typte ze terug. ‘Ik wil graag dat dingen kloppen.’ Het was de eerste persoonlijke informatie die ze losliet. En tegelijkertijd wist ik dat toch allang? De constatering was even simpel als verrassend: ik kende haar ook. Zij hield duidelijk van structuur; ik vermoedde een nog eindeloos veel gelijkmatiger karakter dan dat van mij. ‘Leef je van dit werk, eigenlijk, of is dit voor jou een bijbaantje?’ informeerde ik. Maar ook het antwoord op die vraag kende ik al, begreep ik onmiddellijk. Ze had geen website en slechts één referentie. Het verbaasde me dan ook niet dat ze geen antwoord gaf, maar wel dat ze me prompt het eerste hoofdstuk stuurde van mijn scriptie. Of eigenlijk: haar scriptie. Onze scriptie – mocht ik dat denken?

Voor het tweede hoofdstuk zou ze langer nodig hebben, liet ze weten. Dat kwam goed uit, dat had ik ook om het geld ervoor bij elkaar te krijgen. Anderhalve maand lang hoorde ik niets. Ik had het druk met werken en mijn laatste vak, en ik vertrouwde erop dat ik Mei Lin goed inschatte: haar hoefde je niet achter de broek te zitten. En ja hoor: daar waren hoofdstuk twee én drie. Een toegift, midden in het concert.

Een studiegenootje had me de avond ervoor, in de kroeg, wanhopig verteld dat, hoewel ze wél haar tentamen had gehaald, haar paper was afgekeurd en waarin ze ‘die gore rotkop’ van de docent allemaal wilde onderdompelen. Ik liet in het midden voor welk schrijfwerk ik Mei Lin ‘weleens’ had ingeschakeld, maar beloofde te vragen of ze tijd had.

Tot zover de illusie dat ik Mei Lin doorzag. Nee, ze nam de opdracht niet aan. Aannemend dat tijdgebrek het probleem was, schreef ik: ‘Je mag mijn scriptie best een weekje stilleggen, hoor.’ Per slot van rekening moest ik nu twee hoofdstukken ineens afrekenen en het geld voor hoofdstuk vier moest ik nog verdienen. Haar antwoord bleef hetzelfde. Ter voorbereiding op het overbrengen van deze boodschap riep ik in herinnering welke woorden Patrick destijds had gekozen. Maar zinssnedes als ‘leuker kan ik het niet maken’ of ‘het is wat het is’, kan ik niet uitspreken. Ik zei wel tien keer sorry en kon wel raden waar mijn studiegenootje mijn rotkop allemaal in wilde onderdompelen.

Gewoon om even lekker te mogen klagen, vertelde ik Mei Lin een paar dagen later dat ik het verzoek had gekregen voortaan op donderdag op een andere locatie te komen werken, een takkeneind weg. Oh, dan kon zij wel in mijn plaats gaan, liet ze weten. Mijn bezwaren stapelde ze op, om zich ertegen schrap te zetten. ‘Er is nooit iemand op locatie die jou van gezicht kent, toch?’ vroeg ze. ‘Eén dag per week kan makkelijk.’ Er kwamen vragen in me op, maar de motivatie om ze te stellen ontbrak.

We werkten al maanden alsof we één persoon waren en ik liet net de eindversie van mijn scriptie inbinden, toen haar voorstel binnenkwam elkaar te ontmoeten om de verdediging voor te bereiden. ‘Alles goed?’ vroeg de copyshophouder.

Maar zodra ik de deur voor haar opendeed, vervlogen mijn zenuwen. Iets anders dan thee kon ik haar niet aanbieden, maar ik duikelde nog ergens een laatste koekje op en we nestelden ons in mijn kleine woonkamer. Ze had trouwens nog een ideetje, zei ze, maar dat zou ze straks wel zeggen. Eerst wilde ze bij elke paragraaf wat achtergrondinformatie geven en daarna zouden we vragen doornemen die ik kon verwachten. We werkten hard; samen kan ik dat.

Na mijn afstuderen stroomden we door in een betere functie: zonder nog zelf te hoeven enquêteren, krijgen we de resultaten binnen om ze te interpreteren en verder te verwerken. Allemaal vanuit huis. Mei Lin neemt twee dagen voor haar rekening en ik drie. Het salaris komt binnen op een en/of-rekening en nooit haalt één van ons er onevenredig veel af. ‘s Maandags, tegen vieren, worden de boodschappen bezorgd die Mei Lin voor me heeft besteld.

Mijn tweelingbroer spreek ik nog zelden. Hij woont ook zo ver weg.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch