Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Meer weten?

Sluiten

De gift

Door Erik Steur

‘Het is een gegeven dat sommige gedachtes nooit in mij zullen ontspringen,’, antwoordde ik. Ik had mij van tevoren voorgenomen dit te antwoorden en besefte weer eens dat iets wat geschreven staat anders klinkt wanneer men het uitspreekt. ‘Is dat het einde van uw antwoord?’, vroeg de man voor mij, langs mij heen starend. Ik probeerde een spitsvondige opmerking te verzinnen maar antwoordde met ‘Ja,’. De man bediende het toetsenbord van de laptop voor hem en de onaangename pieptoon klonk opnieuw.
‘U begrijpt volledig dat de behandelmethode enkel en alleen wordt toegepast omdat alle andere mogelijke behandelingen zonder bevredigend resultaat zijn toegepast op u en uw psychische stoornis en het lijden dat daardoor wordt veroorzaakt in uw werk en sociale leven?’ ‘Ja, dat begrijp ik,’
‘Kunt u uw antwoord vervolledigen zoals ik van tevoren hebben toegelicht?’
‘Ik begrijp dat de methode alleen wordt toegepast omdat alles al geprobeerd is voor mijn geestelijke gesteldheid en… het lijden dat wordt veroorzaakt,’ De pieptoon klonk. De man glimlachte. ‘Dank voor uw antwoorden.’ Hij vernauwde zijn ogen terwijl hij naar de laptop keek, ook al droeg hij een leesbril. Na enkele klikken met de muis klapte hij de laptop dicht en borg deze op in zijn aktetas. Hij stond op, knikte, en begaf zich naar de enige deur in de ruimte. Hij opende de deur en sloot deze achter zich waarbij hij de tijd nam om de deur niet te laten slaan. Ik bestudeerde een vlak van weerkaatst zonlicht dat rechts voor mij op het bureau lag. Haast onzichtbare vibraties in het weerkaatste licht leken het witte tafelblad te doen bruisen. Ik hield mijn hand in het zonlicht en zag mijn aderen, waar bloed door heen stroomde dat door mijn almaar kloppend hart werd voortgestuwd, alsof ik door het aanschouwen van het strekken en krommen van mijn vingers een richtsnoer zou kunnen herleiden uit de eenvoudige functionaliteit van de schepping.

Meneer de Jong opende de deur en stond breed glimlachend in de deuropening. ‘Kom verder, Tim,’, zei hij krachtig wenkend. Ik stond haastig op en volgde meneer de Jong door de deuropening. In stilte liep ik achter hem door de gang. Meneer de Jong leek moeiteloos de neiging om iets te moeten zeggen te onderdrukken. Met enige aandacht bekeek ik de deuren links en rechts van ons. Ik kon niets bijzonders ontdekken. Meneer de Jong bleef staan, en keerde zich naar mij. Hij opende een deur rechts van ons, zonder enig kenmerk; hij moest de deuren geteld hebben, ik was dat vergeten te doen. Hij glimlachte opnieuw, of wellicht nog altijd. We betraden een weinig verlichte kamer; de ramen waren geblindeerd. Een vrouw stond op uit een bureaustoel. Ze gaf me een zachte, warme hand, noemde haar naam en vervolgde met een krampachtig en daarom vriendelijk knipperen van de ogen. Ze nam plaats aan een bureau met computer. ‘Tim, ik spreek je naderhand,’, zei meneer de Jong en hij verliet de ruimte. ‘Ga maar op de rand van het bed zitten,’, zei Linda terwijl ze naar haar scherm staarde en enkele keren met haar muis klikte. ‘Tim, hoe voel je je?’ vroeg ze, met haar ogen nog op haar scherm gericht. ‘Ik voel mij prima, bedankt, en hoe gaat het met u?’
‘Meneer de Jong heeft de methode al enkele keren met je doorgenomen, maar ik zal in het kort herhalen wat er precies staat te gebeuren,’
Ze draaide haar bureaustoel traag naar mij toe en liet haar handen op haar knieën rusten. ‘Je gebruikelijke medicatie is uitgewerkt. Je bent nu in de juiste gemoedstoestand voor de behandelingsmethode. Zometeen ga je liggen en krijg je een snelwerkend slaapmiddel toegediend en brengen we de elektrodes aan op je hoofd. Binnen een kwartier val je in slaap, en zul je in een droomtoestand terecht komen; de psychisch regulerende en ordenende werking van dromen is bij deze behandelingsmethode geïntensiveerd. In de droom zal een voor jou bekend persoon verschijnen en je iets willen geven. Je zult de gift in de droom accepteren, daar heb je geen controle over, alles is vooropgezet. Na die ontmoeting zal de droom nog enige momenten voortgezet worden, maar die inhoud zal willekeurig en betekenisloos zijn. Je zult even later ontwaken. Begrijp je dat?’ ‘Ik begrijp het,’ ‘Oké,’, zei ze zacht, wellicht klonk ze zelfs een beetje triest. Ze had een injectienaald in haar hand en stond op. Vanaf dit moment heb ik geen keuze meer, dacht ik opgetogen bij mezelf.

Ik zat te wachten in de kamer waar ik door de man met laptop enkele ogenblikken geleden was ondervraagd. De nacht was gevallen, de kamer werd kunstmatig verlicht. Er werd ferm op de deur geklopt en de klink werd zonder mijn antwoord af te wachten naar beneden geduwd. Mijn vroegere leidinggevende op het kantoor waar ik had gewerkt voordat ik in de psychiatrische instelling werd opgenomen, kwam binnen. Hij droeg een zakelijk kostuum. Onder zijn linkerarm had hij een zwarte ringbandmap. Zijn gelaat stond effen. Hij naderde mij en stak zijn vrije hand uit. Ik stond op en vatte deze; hij liet mijn arm schudden. Hij reikte mij de map aan welke ik opende. Deze bevatte volgeschreven bladen. Tranen welden op in mijn ogen. ‘Ik heb je verhalenbundel gelezen, en het houdt niet over, beter schei je uit met dat dromerige gedoe,’, zei mijn leidinggevende. Hij liep langs me en nam plaats in de stoel waaruit ik was opgestaan. Ik keek achter het bureau, maar de bureaustoel bleek weggehaald. ‘Luister, laten we alles vergeten, ik heb nog een mooi project voor je waar je in principe morgenochtend aan kunt beginnen: het draait er om dat we een hele boel krantenpagina’s in a4 formaat zullen knippen zodat we ze daarna per post kunnen versturen,’, vervolgde hij. ‘Wat zeg je ervan?’ ‘Natuurlijk, ik ga ermee aan de gang,’, antwoordde ik als in een reflex. Mijn antwoord betekende dat mijn genezing aanstaande was, dacht ik bij mezelf. Mijn baas keek op zijn horloge, sprong op uit zijn stoel en griste de map uit mijn handen. ‘Uitstekend,’, zei hij met een gestreken gezicht. ‘Denk erom… die behandelingsmethode mag dan wel aanslaan… wellicht word je mijn beste werknemer… en je zult sowieso naar mijn pijpen dansen… maar ik weet wel hoe je over mij denkt, want ik kan je gedachten lezen,’, vervolgde hij. Hij keek mij onderzoekend aan, alsof hij wou zien of ik mijn gezicht in de plooi kon houden. Hij bleef mij aan kijken terwijl hij zich van mij verwijderde en de ruimte verliet. Ik vroeg mij af of vanaf dit moment het betekenisloze deel van de droom zou aanvangen.

Ik had mij bedacht en wilde mijn verhalenbundel terug. Ik verliet de kamer en begaf mij via het trappenhuis naar de begane grond. Mijn lopen werd een rennen, richting de uitgang van het complex. Bij de draaideuren aangekomen versperde mijn vader mij de weg. ‘Zeg, weet je hoe de voetbalclub gespeeld heeft? Er hangen hier nergens televisies, ik kan niet op teletekst kijken,’, vroeg mijn vader mistroostig. ‘Ik heb geen idee pa, maar ik heb hier geen tijd voor, ik moet achter mijn baas aan, heb je die toevallig zien passeren?’ ‘Maar natuurlijk! Ik ben zo geweldig blij voor jou vriend, dat je morgen weer aan het werk gaat. Het is misschien niet de beste baan, maar je gaat je wel redden in dit leven. Je hebt nooit gezien wat jouw opname met mij gedaan heeft,’ Ik liep langs mijn vader door de draaideuren, zijn hand gleed van mijn schouder. Ik zag op de parkeerplaats een zwarte personenauto opstarten. De auto trok op maar minderde vaart toen de bestuurder mij zag zwaaien. Ik opende de voorste passagiersdeur aan en zag op de passagiersstoel de map met mijn verhalenbundel. ‘Laat maar zitten, laat maar zitten, laat maar zitten,’, riep ik naar binnen, ik pakte de map en sloeg de portier dicht. De auto trok op met hoge toeren. Ik opende de map en keek naar de bladen. De teksten zaten vol doorhalingen en er waren vele kanttekeningen gemaakt, met rode inkt aangebracht. Het papier leek echter te bruisen als door de zon beschenen. Alles was definitief verloren, behalve mijn verhalen.
Ik moest nu mijn vader onder ogen komen. Hij zou het wel begrijpen. Ik liep aarzelend terug het complex in, maar het leek verlaten te zijn. In de wachtkamer hing een televisie aan de muur, op een tafel in het midden lag een afstandsbediening naast enkele tijdschriften. Ik schakelde het toestel aan en toetste een cijfercombinatie in voor de juiste teletekstpagina. Alle voetbalploegen hadden 0-0 gespeeld. Ik verliet het complex opnieuw en zag dit keer aan de overkant van de straat rijtjeshuizen. De voortuin van mijn ouderlijk huis leek verzorgder dan in het echt. In de woning brandde licht en ik zag gedaanten bewegen, waarop ik met enige enthousiasme de woning trachtte te bereiken, wellicht was mij dat nog gegeven voordat ik zou ontwaken.

geen reacties
0 Fictie

Absoluut

Tammo Ponte

0 Non-fictie

Miami

Stephan van Erp

2 Non-fictie

Migraine

Alexander Roessen