Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

De hand van mijn vader

Door Tara Kwint

Mijn moeder zegt dat het niet waar is. Elke keer als ik ernaar vraag – en dat is niet vaak – gaat ze huilen. Terwijl ik zwijgend op antwoord wacht, roept ze dat ze niet begrijpt waarom ik zulke dingen verzin nu papa dood is! En ze verlaat de kamer. Ik hoor haar voetstappen op de trap, haar slaapkamer open- en dichtgaan. En ik wacht. Ook huilend, maar vastberaden.
Een half uurtje later komt ze terug. We zijn alle twee opgedroogd. Ze zet het houten kistje op de salontafel. ‘Voor jou,’ zegt ze, ‘als ik er niet meer ben.’ En na een paar minuten: ‘Zullen we thee drinken?’

Maar als het niet waar is, als ik alles verzin, waarom sta ik hier dan in het magazijn van de kliniek, Rita naast me? ‘We gaan vandaag met speksteen werken,’ zegt ze.
‘O?’ Ik wil niet met speksteen werken. Ik wil een foto naschilderen, mozaïek op een voorgetekende ondergrond plakken, een modelvaasje van klei naboetseren. ‘Ik houd niet van steen.’
‘Het mooie van speksteen is,’ glimlacht Rita, ‘dat het zich naar je hand zet als je er geconcentreerd mee aan de slag gaat.’ Ze loopt voor me uit naar een vierkante plastic bak in de hoek van het magazijn. Ik slof achter haar aan.
‘Kies een steen op gevoel,’ zegt ze.
Gevoel? Wat is dat? Heb ik gevoel? Geen idee. Het enige wat ik op dit moment voel is weerzin. Tegen het magazijn. Tegen Rita. Tegen speksteen. Het woord alleen al. Ik houd niet van spek, niet van steen, ik houd niet van gevoel; ik houd van niets en niemand, en ook niet van mezelf. Toch pak ik – omdat ik Rita niet eeuwig kan laten wachten – de eerste de beste steen uit de kist. Hij is zachtroze, dat bevalt me wel, de vriendelijke kleur van oud-Hollandse rozen. Rondom heeft hij puntige uitsteeksels. Als doornen. Die hak ik er wel af. O ja, die uitsteeksels hak ik eraf.
Met een energie die me verbaast stap ik achter Rita het magazijn uit, het halletje door naar het arbeidstherapielokaal.

Rita gaat aan het hoofd van de minstens drie meter lange tafel zitten en haalt een paarse knot wol en breipennen uit haar gehaakte tas.
Ik zoek een plaatsje aan de overzijde van de tafel, zover mogelijk bij haar vandaan. ‘En nu?’
‘Ga je gang, laat je leiden door de steen.’
Uit de gereedschapskast haal ik een beitel en een klopper. Een paar keer verleg ik de steen. Na een minuut of vijf geef ik hem acht ferme tikken, dan breekt de grootste punt af. Hij klettert op de vloer. Fijn, die is weg. Ik pers mijn lippen op elkaar en hak met volle kracht verder. Ook de kleinere uitsteeksels krijgen er van langs. De steen lijkt nu op een lichaam zonder ledematen. Zielig. Ik moet iets minder hardhandig te werk gaan. Als ik zo doorga blijft er niks van hem over en, die steen kan er tenslotte ook niks aan doen dat hij een steen is.
Ik loop naar de kast en wissel de beitel en klopper in voor een vijl en schuurpapier. Met rustige, aaiende bewegingen schuur ik de ruwe breekvlakken glad. Na een halfuur zit er een gat in het schuurpapier.
Hé, neuriet Rita een liedje? Nee, ze telt mompelend de steken op haar breipen. Het is mijn eigen stem die ik hoor. Ik maak een propje van het schuurpapier en gooi het naar de prullenbak. Net ernaast. Rita kijkt even op van haar breiwerk, zegt niks.
Mijn vingers strelen de glimmende bovenkant van de steen. Ik doe mijn ogen dicht, til het beeld op en leg het tegen mijn wang. Even denk ik aan Roza, mijn lievelingspop die ik vroeger tegen me aanhield als ik troost nodig had.
‘Zullen we even pauzeren? Een kopje koffie drinken?’ Door Rita’s stem ben ik terug in het lokaal. De steen leg ik op tafel en dan zie ik het! Dit is geen speksteen, dit is …, dit is … Een paar keer knipper ik met mijn ogen. Het bloed stijgt naar mijn wangen, mijn hart klopt als een razende. Het is duidelijk. Hoe ik de steen ook neerzet, van welke kant ik hem ook bekijk, het is onmogelijk er iets anders in te zien dan een piemel. Een immense, dikke piemel.
‘Fuck this!’
Krampen als bliksemflitsen schieten door mijn buik. Wat doet dat ding hier? In mijn handen? Ik schuif de steen met kracht van me af. Hij roetsjt over de tafel en komt vlak voor Rita’s breiende handen tot stilstand.
Ze legt haar breiwerk neer. ‘Wat gebeurt er?’
‘Stomme speksteenopdracht!’ Ik sla met mijn vuist op de tafel. ‘Waarom moest ik dit doen? Je ziet wat er gebeurt!’ Tranen prikken achter mijn ogen. ‘Jij vindt het natuurlijk prachtig, hè? Patiënte met incestverleden maakt geslachtsdeel. Hoe mooi kun je het hebben? Ideaal voor een verslag!’
Rita trekt een blocnote uit haar tas, loopt naar me toe en legt haar hand op mijn schouder. Ik schud hem van me af. ‘Dat beeld gaat de prullenbak in! Ik wil het nooit meer zien!’
Ze haalt een balpen uit haar borstzakje en klikt de punt naar buiten. ‘Het is niet voor niets dat deze vorm eruit gekomen is. Het verleden beheerst je gedachten, bewust of onbewust. Je hebt het nog steeds niet losgelaten.’ Ze praat met zachte stem, maakt aantekeningen in haar blocnote en kijkt me doordringend aan. ‘Het moest zo zijn,’ is haar conclusie. ‘Wat denk jij?’

Natuurlijk, meerdere keren per week schrik ik ’s nachts wakker. Ik ben zeven. Het is avond. Ik lig in bed. Mijn moeder op de overloop. Strijkt het wasgoed. De strijkplank kraakt onder haar handen. Stoom ontsnapt sissend aan het hete ijzer. Mijn vader naast me. ‘Dag, liefje.’ Sigarettengeur. Ik druk mijn gezicht in mijn kussen. Wég! Wég! Een groot, warm lichaam bovenop me. Zijn hand op mijn bil. ‘Wat houd ik van je.’ Zijn tong in mijn mond. Een raar, groot, hard ding tegen mijn bovenbenen. ‘Hm …’ Een smorende geur stijgt op in mijn neus. Ik word verpletterd. Ik stik … De strijkplank kraakt. En kraakt.

Maar dat heeft niks met dit beeld te maken. Dat is toevallig zo ontstaan. Toch geef ik Rita gelijk. ‘Ja,’ zeg ik, ‘het moest zo zijn.’
Ze legt haar hand nogmaals op mijn schouder. Dit keer laat ik hem liggen. ‘We stoppen er even mee. Ik stel voor dat je het mee naar je kamer neemt en er de komende dagen nog eens goed naar kijkt.’
‘Wikkel jij hem maar in een doek, ik raak hem niet meer aan!’

Even later loop ik met het beeld, ingepakt in een witte handdoek, door de gangen van het ziekenhuis op weg naar mijn kamer, mijn hoofd opzij gedraaid.
‘Fuck!’ roep ik. ‘Fuck! Fuck! Fuck!’ Mijn stem ketst van links naar rechts tegen de muren. ‘Ik vermorzel hem, hij gaat eraan!’
Ik duw de deur van mijn kamer open en ga direct door naar het toilet. Met dichte ogen trek ik de handdoek van het beeld. Ik tel tot drie en smijt het met al mijn kracht op de tegels. De holle knal dendert tegen mijn trommelvliezen.
Het bovenste stuk is van de steen afgebroken en her en der liggen splinters verspreid. Ik raap de grootste brokstukken op en keil ze in het pedaalemmertje. Van het restant is wonder boven wonder een groot deel intact gebleven. De steen is nu ovaal met een paar verdikkingen in het midden. Eenzaam ligt hij tegen de rand van de wc. Langzaam verdwijnt mijn walging. Ik pak hem op en leg hem voorzichtig in de wastafel. Ik laat het water er overheen stromen, minutenlang. Volgende week neem ik hem mee naar Rita, nu hij kapot en schoon is, verdient hij een tweede kans. Als ik voorzichtig te werk ga, kan ik van de verdikkingen misschien de binnenkant van een hand maken. Aan de ronde bovenzijde schuur ik dan inkepingen, zodat de suggestie van vingers ontstaat. Als het klaar is, kan ik hopelijk mijn vader voor het laatst de hand schudden: ‘Tabé, vader.’

Mijn moeder is nu vijfentachtig. Ik weet wat er in haar houten kistje zit. Juwelen. Spaargeld. Papieren. Al met al ter waarde van minstens dertigduizend euro. Op het goede moment zal ik het kistje leeghalen en de hand van mijn vader er voor in de plaats leggen. Daarna gaat het met mijn moeder mee, het familiegraf in.

7 reacties

Hanneke

donderdag, 10:43

Wat een aangrijpend verhaal. Boeiende schrijfwijze. Gegrepen door de stijl zowel als door de inhoud.

Annet

woensdag, 23:06

Indrukwekkend verhaal, je voelt de emotie van de schrijver. Heel mooi geschreven, geen woord teveel! Groot talent.

Lydia van Houten

maandag, 18:58

Je hebt mijn stem! Goed verhaal, pakt meteen en vraagt om gelezen te worden. Veel succes met de wedstrijd.

Hartelijke groet, Lydia

Loes Masseree

zondag, 20:28

Prachtig geschreven. Ik ben elke regel met je meegegaan.

Tara Kwint

zondag, 19:34

Beste Michel en Janko, dank jullie wel. Alhoewel ik niemand de ervaringen die ik hier beschrijf, gun, is het wel mijn bedoeling ze voor de lezer enigszins invoelbaar te maken. Blijkbaar is dat gelukt.

Hartelijke groet, Tara

|M. Oskam

donderdag, 00:07

Dit verhaal zit dicht op je huid. Het schuurt. Maar is zo goed geschreven alsof je het zelf ondergaat.

Janko

zaterdag, 17:33

Prachtig geschreven. Intens, direct en dichtbij.

0 Fictie

Djinn

Jos Jansen

0 Non-fictie

Twee

Maudy Kruiswijk

0 Poetry slam

Handen

Johan Saanen

0 Fictie

Grafrede

Bert Daenen

0 Fictie

Luchten

Rosie Oceans

0 Poetry slam

Missen.

martin stolwijk