Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

De katten van Marie

Door Yvonne Schoolderman-van Betlehem

Op het moment dat ik mij omdraai in bed, hoor ik opeens een ijzingwekkend geluid. Ik kijk op mijn smartphone; 4:44 uur.
Wat zal ik doen: mij weer omdraaien, doen alsof ik niets heb gehoord en lekker verder slapen? Of toch maar mijn joggingbroek, jas en sloffen aanschieten om gewapend met mijn telefoon de koude nacht in te stappen? Op weg naar de herkomst van dit geluid, dat zeer waarschijnlijk bij mijn lieve buurvrouw Marie vandaan komt.
Natuurlijk doe ik het laatste. Ik mopper wel en heb wat bravoure. Maar ja, wat wil je als je net weer in slaap dreigt te vallen en schrikt door zo’n geluid. Wie Marie is? Marie woont al net zo lang naast mij als ik naast haar. Eigenlijk is zij mijn huisbaas, maar de laatste jaren zijn de rollen omgedraaid. Toen ik hier ruim tien jaar geleden kwam wonen, halverwege mijn rechtenstudie, kookte zij drie keer per week voor mij en de andere studenten. Tegen een kleine vergoeding deed zij ook mijn was en voor nog een extra bedrag maakte zij onze gemeenschappelijke keuken, badkamer en de toiletten schoon. Inmiddels woon ik alleen in dit huis naast haar, is het huis verbouwd tot een mooie woning en ben ik geen student meer.
In de afgelopen twee jaar stond Marie steeds vaker bij mij aan de deur omdat ze haar sleutels was vergeten of omdat ze een kopje suiker kwam halen…terwijl ze eigenlijk een klein beetje zout nodig had. Op een dag kwam ik erachter dat Marie steeds vaker vergat om te koken. Ze zei zelf dat ze soms de tijd vergat en dan te laat was om boodschappen te halen of haar boodschappenlijstje lag nog thuis. In haar huis stapelde het afval zich op en er kwamen steeds meer katten bij haar wonen.
Katten zijn Marie’s nieuwe studenten geworden. Ze vertroetelt ze, geeft ze te veel en te vaak eten. Ze vergeet de kattenbakken te verschonen, waardoor er een penetrante lucht van kattenpis in huis hangt. Het huis en later ook Marie vervuilde steeds meer. Marie heeft een zoon, maar die woont drie uur rijden van haar vandaan. Toch bezoekt hij zijn moeder zo’n 1x per maand. Inmiddels bewaak ik de sleutels van het huis van Marie en ben een soort van mantelzorger voor haar geworden. Ik kook zo’n vijf keer per week voor haar, breng haar elke dag de krant (ze leest ‘m niet, maar dat is mijn excuus om elke morgen even te kijken hoe het gaat) en neem haar elke week mee naar de supermarkt zodat ze zelf haar boodschappen kan uitkiezen. Soms breng ik haar naar de kapper, of naar de huisarts of het ziekenhuis. In overleg met haar zoon heb ik geregeld dat er iemand komt om het huis zo goed en zo kwaad als dat gaat schoon te maken. Dat valt niet altijd mee en vaker dan één keer per twee weken laat Marie niet toe. Marie vertrouwt eigenlijk alleen haar katten en mij nog en wantrouwt iedereen die haar boeltje, onder het mum van schoonmaken, overhoop haalt. Dan kan ze na die tijd haar sleutels niet meer vinden (die worden overigens veilig opgeborgen in een zogenaamde sleutelkluisje) en is ze steeds uren bezig om haar katten gerust te stellen. Vrijwel elke keer nadat er iemand is geweest om haar huis te poetsen, hoor ik de nacht daarna een ijzingwekkend geluid. De eerste keer zat ik letterlijk rechtop in bed, het dekbed hoog opgetrokken en nauwelijks in staat om na te denken. Laat staan om te bewegen.
Vannacht is het de zevende of achtste keer dat ik dit geluid hoor en weet ik min of meer wat mij te wachten staat. Rustig, maar wel op mijn hoede, loop ik mijn huis uit en open de voordeur van het huis van Marie. Daar tref ik Marie, zoals ook al de laatste drie keer, zittend in de gang aan met een van haar tien of twaalf katten op schoot.
‘Schrik niet Marie, ik ben het Jasper. U weet wel, een van de studenten uit het huis hiernaast.’
Ik zeg bewust student. Als ik zeg dat ik de buurman ben, dan raakt Marie in paniek.
‘Oh Jasper…ik ben zo geschrokken. Noortje was ik de hele middag en avond al kwijt. Ze lag niet op haar vertrouwde plekje bij de kachel en kwam ook niet om een stukje leverworst te halen. Vannacht heb ik op de bank geslapen, dan kan ze mij snel vinden. Ik moest plassen, maar het lichtknopje is weg in de gang. Ik kon het niet meer vinden. En..en…’
Huilend en stotterend praat Marie verder.
‘Ineens hoorde ik een klap en schoot er iets langs mijn benen. Noortje. Noortje schrok zo…en ik ook…Volgens mij heb ik gegild en Noortje krijste. Maar nu is het goed hè Noortje?’
‘Volgens mij gaat het nu inderdaad goed met Noortje, ze spint zo hard bij u op schoot. Kom, zal ik u naar bed brengen, in plaats van terug naar de bank, nu Noortje veilig thuis is?’
‘Ja, dat is goed’
Tien minuten later loop ik het huis weer uit. Marie ligt veilig in bed, met Noortje aan het voeteneind. Allebei ongedeerd. Marie moet alleen nog wat opwarmen. Ik kijk nog even naar het kattenluikje in de deur. Ook in orde. Misschien kan ik daar een lampje met bewegingsmelder op maken en een geluid van een spinnende kat, zodat Marie niet zo schrikt als een van de katten ’s nachts thuiskomt. Zolang er niemand komt schoonmaken blijven de katten wel binnen. Het kattenluikje zit in de voordeur en Marie houdt zelf de deur naar de gang meestal dicht. Alleen als de hulp er is of als er iemand op bezoek komt, wil er wel eens een kat naar buiten ontsnappen. Ik heb dus nog even de tijd om dit briljante idee uit te werken.
Als ik mijn huis binnenloop en boven aan de trap aankom, slaak ik zélf een ijzingwekkende gil. Vanaf mijn bed kijken tien paar kattenogen mij onbewogen en doordringend aan. De lucht is niet te harden. Snel sluit ik mijn slaapkamerdeur en besluit vannacht op de bank te slapen.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch