Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

De kornoelje

Door Ariën Knibbe

De laatste keer

De planten die ik afgelopen zaterdag heb gekocht, staan te verpieteren in de zwarte containerpotten. De bladeren hangen er zielig bij. De felle zon tekent diepe schaduwen. Het is dinsdag tien uur ’s ochtends. Ik ben te druk bezig geweest met het voorbereiden van de presentatie.

De esdoorn prijkt zijn fijnbesneden bladeren. In elk jaargetij heeft hij een andere kleur. Bij het uitlopen rode puntjes, daarna lichtgroene blaadjes, vervolgens in het late voorjaar abrikooskleurig en in de zomer alle kleuren van bleekgroen tot scharlakenrood.

Ik begin met de grootste plant. Dat is een struik, een kornoelje. In mijn ooghoek zie ik dat de buurman ook al weer in zijn tuin is. De struik zit vast in de pot. De haarwortels zijn door de gaatjes in de bodem gegroeid. Ik pak mijn grootste emmer en doe die bijna vol met water. Met twee handen pak ik de struik bij zijn dikste takken en dompel de container in de emmer. Het past niet. De zwarte bovenrand steekt er ruim bovenuit.

‘He buurman, wat onverwacht om je op dit tijdstip in je tuin te zien.’

Om mij beter te kunnen zien is hij een stuk de tuin in gelopen. Hij oogt relaxed met zonnebril en korte broek. Ik antwoord niet en werk door.

‘En met je nette pak aan nog wel…’

Ik blijf hem negeren.

‘Zou je je niet eerst omkleden?’

‘Nee,’ zeg ik op een toon die elk weerwoord uitsluit.

Hij loopt terug naar zijn tuinsetje. Mijn buurman zit altijd in zijn tuin. In zijn keukenhoftuintje wordt elk grassprietje dagelijks bijgewerkt.

Alle lucht in de wortelkluit moet worden opgevuld met water om de struik na het verplanten een goede start te geven. Ik zet het wankele gevaarte onder de kraan en laat het water zachtjes over de aarde lopen. Al snel stroomt de pot over. Na een paar minuten komen er geen luchtbelletjes meer naar de oppervlakte. De onderkant van de kluit is verzadigd. Ik laat de kraan nog een tijdje lopen, de hele omgeving is inmiddels nat. Dan doe ik de kraan dicht. De pot is een stuk zwaarder geworden. Met moeite til ik hem uit de emmer.

‘Je pak is helemaal vies geworden! Waarom doe je dat?’ Mijn buurman is opnieuw zijn tuin ingelopen.

Wat moet ik antwoorden? Dat ik geen zin had gehad mijn pak uit te trekken nadat ik besloten had vandaag niet naar mijn werk te gaan? Dat het me niet kon schelen?

‘Waarom ben je eigenlijk niet naar je werk?’

Een zacht briesje geeft een lieflijk geritsel dat alleen van een dichte struik met kleine blaadjes kan komen. Ik laat een stilte vallen en zeg daarna wijzend:

‘Wat vind je van mijn esdoorn?’

Beduusd antwoordt de buurman:

‘Dat is natuurlijk het pronkstuk van je tuin.’

Ik draai me om en wijd me weer aan de kornoelje. Leg de plant op zijn zij. Beginnend in een drainagegat knip ik de onderkant van de pot eruit, daarbij zo min mogelijk de haarwortels beschadigend. Ik ga zitten en zet mijn beide schoenen tegen de bovenrand van de pot. Uit alle macht trek ik aan de struik. Langzaam komt er beweging in. Wrikkend komt de kluit los. Hijgend sta ik op.

‘Kan ik je soms helpen?’

Zonder op te kijken antwoord ik:

‘Nee, niet nodig. Ik vind het wel lekker alleen.’

‘Gaat het wel goed met je? Wil je een kop koffie?’

Gaat het goed met me? Mijn werk is mijn lust en mijn leven. Maar is dat nog steeds zo? De laatste tien jaar heb ik vijf reorganisaties meegemaakt. Van horizontaal naar verticaal en weer terug, en altijd in matrix natuurlijk. En nu deze.

De telefoon gaat. Het zal mijn directeur wel wezen. Nee, het is Marloes. Ze voelt zich niet lekker en komt naar huis. Ze klinkt erg verbaasd als ik vertel dat ik thuis ben en haar kan opvangen en verwennen.

De spade gaat met volle kracht de grond in. Het plantgat moet anderhalf keer zo breed en diep worden als de kluit. Ik gooi de overtollige aarde op het tuinpad. Al snel ontstaat er een berg aarde. Het is goede aarde met veel pieren. Een regenworm is in tweeën gedeeld door de scherpe spa. Beide helften kronkelen. Ik weet dat niet alleen het deel met het rode hoofduiteinde zal overleven, maar allebei. Met mijn linkerhand wis ik het zweet van mijn voorhoofd. Waarschijnlijk heb ik nu een zwarte streep op mijn kop. Een koolwitje fladdert voorbij. Zijn vleugels lijken wel licht te geven.

Hoe zouden ze mijn afwezigheid oppakken? Ben ik te ver gegaan? Ik staar met een doffe blik naar de esdoorn. Die verandert elke maand van kleur maar blijft altijd even mooi. Sterker, het is deze eigenschap die de esdoorn mijn lieveling maakt. Hij regenereert zichzelf meerdere malen in een seizoen.

Waar komen toch al die wortels vandaan die ik aan het weghakken ben. Op de zak, die ik langs de scheurrand openmaak, staat “40 liter Potgrond”. De aarde is niet meer terug te zien nadat ik de zak in het plantgat heb leeggestort. Volgende zak. En nog een. Met een krachtsinspanning til ik de kornoelje op zijn plek. Ik draai de struik een paar keer een stukje rond en loop naar achteren om het effect beter te bekijken. Uiteindelijk staat hij goed. De aarde op het tuinpad gaat weer terug. Verbazingwekkend toch altijd dat de grond nooit hoger wordt ondanks de extra tuinaarde en kluit.

De voordeur gaat open. Met mijn nette schoenen stamp ik de aarde rond de kornoelje aan en loop naar binnen.

De kornoelje zal zich in deze grond wortelen. Dit is de laatste keer dat hij verpot wordt.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch