Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

De lotgevallen van Huibje Alinkx

Door Mechtilde Meijer

Er springt een hond tegen me op, zo’n overenthousiaste bordercollie. Hij hoort bij een jonge vrouw die hem gegeneerd tot de orde roept: “Klorus, kom nou toch ’s hier, malloot, niet iedereen vindt je leuk!” De hond draalt even. “Ik wel, hoor” zeg ik, terwijl ik hem over zijn zachte kop aai. Klorus kwispelt verrukt, gaat zitten en biedt me zijn poot aan. “Tjonge jonge, alsof hij Gods geschenk aan de wereld is,” hoont de jonge vrouw liefdevol. “Hoi, ik ben Nicky”. Wat een leuk mens, denk ik.

Nicky blijkt in het oude poldergemaal te wonen. Na de bouw van het nieuwe gemaal was er te lang geen herbestemming voor het oude gebouw en viel het ten prooi aan vandalisme en de tand des tijds. Maar langzaam herrees het uit de puinhopen en werd het in zijn oude glorie hersteld. Sindsdien woont en werkt Nicky er met haar man, een ingenieur van Rijkswaterstaat. We zijn al pratend verder opgelopen en Klorus vindt het reuze gezellig. Bij de driesprong is het tijd om afscheid te nemen, vanaf hier is het voor mij drie kwartier lopen naar mijn huis in de stad en is het voor Nicky nog een kwartier naar het gemaal. We wisselen telefoonnummers uit en spreken af dat ik die middag langs zal komen met mijn collectie foto’s van zwerfvuil, omdat zij daar als kunstenares dolgraag iets mee zou willen doen.

Het gemaal is schitterend verbouwd. Waar vroeger de indrukwekkende machinerieën stonden achter de halfronde glaswand ligt nu Nicky’s atelier. De openslaande deuren leiden naar het terras aan de brede wetering, waar ze uitzicht heeft over de polders. Links achter het atelier ligt de keuken, die helemaal in deze omgeving past, blankhouten kasten, een granieten vloer, antiekblauwe deuren en een enorm 6-pits fornuis als middelpunt in het houten kookeiland, waaraan je met vier mensen kunt zitten. Terwijl Nicky thee zet, wijst ze naar de laptop op de tafel bij het raam. Ik zal je zo wat van mijn werk laten zien, dan weet je waarvoor ik je foto’s ga gebruiken. Ik ben zó benieuwd!”

Eenmaal met een kop thee aan tafel vliegt de tijd. We hebben het gevoel dat we elkaar al jaren kennen. Als ik vertel over de omgeving waarin ze woont, en hoe ik daar, als redacteur van het heemkundeblad, over geschreven heb, valt haar mond open van verbazing. “Ik wist het. Natuurlijk moesten wij elkaar ontmoeten!” Als ik haar vragend aankijk vervolgt ze: “Ik heb het idee dat ik je al jaren ken.” Alsof er een sneltrein gaat rijden maakt ze me deelgenoot van haar ervaringen in de afgelopen jaren. Ze praat snel maar ik kan haar volgen zonder te moeten onderbreken. Ze vertelt over de doos die ze vonden achter de balken van de zolder. Over de vele foto’s, oude aktes, boekjes, documenten die erin zitten. Ze blijkt paranormaal begaafd te zijn. Op die manier heeft ze haar omgeving en de mensen die er woonden al beter leren kennen. Haar waarnemingen bij sommige foto’s en voorwerpen waren de reden dat ze nog niemand over de doos heeft verteld.

“Dit moet gewoon zo zijn”zegt ze“kom eens kijken”.Beneden in het souterrain, is de werkruimte van haar man. Op een oude tekentafel ligt de inhoud van de doos uitgestald.

In één oogopslag zie ik dat dit gaat over het gehucht verderop, dat in de Tweede Wereldoorlog van de kaart werd geveegd. In brand gestoken en met de grond gelijk gemaakt op een nacht in oktober 1944, nadat de mensen uit hun huizen waren verdreven. Ik ben sprakeloos en tegelijkertijd dolblij dat iemand het de moeite waard heeft gevonden om deze doos in veiligheid te brengen. Er zijn foto’s van verschillende huizen en een paar prachtige opnames van het dijkje waaraan ze stonden in de tijd dat alles hier nog intact was. Ik herken de familietrekken van een aantal mensen en kan zonder meer beamen wat Nicky over hen vertelt.

Ik voel een vreemd soort spanning als ik door een beduimeld bruin boekje blader. Het blijkt het dagboek te zijn van Huibje Alinkx, het dienstmeisje uit het aangrenzende dorp, dat in 1910 zelfmoord pleegde. Een verhaal dat een eigen leven ging leiden, omdat veel mensen eraan twijfelden of het wel zelfmoord was. “Ik had hetzelfde” zegt Nicky, mijn gedachtegang volgend. “Al vanaf het moment dat ik dit boekje vastpakte voelde het warm aan, ik kreeg beelden van een wat bedeesde jonge vrouw met veel verdriet. En het werd me duidelijk dat ze door geweld om het leven is gekomen.” Als ze me ook de verschillende documenten laat zien weet ik dat hier niet alleen materiaal ligt voor een paar interessante artikelen maar genoeg om een heel boek mee te kunnen vullen.

Het stoort me niet dat Nicky haar paranormale gave kan aanwenden om mijn gedachten en gevoelens te volgen. Hier gebeurt teveel tegelijk om het in alle rust te kunnen uitleggen aan iemand die niet van hier is. Aan het einde van de middag staat ons besluit vast, we gaan een boek schrijven. Vrijdagavond gaan we met onze mannen om de tafel om een plan te maken. Die hebben er alle vertrouwen in maar drukken ons op het hart om niemand tegen ons in het harnas te jagen.

Het worden een paar intensieve maanden. We ontdekken dat Anna, een van de jonge boerinnen in het gehucht de beste vriendin van Huibje Alinkx was, en dat verklaart waarom het dagboekje in deze doos terecht gekomen is. Haar zoon, die in februari 1945 sneuvelde, was Huibjes petekind.

Huibje, afkomstig uit Vreeswijk, kwam in 1908 als dienstmeisje werken bij een van de rijkste boeren in het dorp. Ze werd verliefd op de molenaarszoon met wie ze zich verloofde. De zonen van de boer wreven haar regelmatig in dat ze het te hoog in haar bol had en boven haar stand zou trouwen. Toen ze hun dringende advies om de verloving te verbreken in de wind sloeg, vonden de zonen dat Huibje een lesje verdiend had. Hoe het ‘lesje’ plaatsgevonden heeft vermeldt het dagboekje niet. Wel, dat Huibje als gevolg daarvan zwanger is geraakt en ten einde raad was, omdat haar verloofde gezworen had wraak te zullen nemen. Uit de overlevering ‘weet’ menigeen dat Huibje uit schaamte zelfmoord heeft gepleegd, maar het vermoeden bestaat dat ze vermoord is door hetzij de boer, hetzij één van zijn zonen. De laatste dagen in haar dagboekje lijken die vermoedens te ondersteunen. Vooral de zin: ‘Zondag breng ik mijn spullen naar Anna, ik laat me niet alles afnemen.’

Hoewel Huibje veel aandacht opeist, krijgt het boek langzaam gestalte en groeit er een kroniek die recht doet aan deze prachtige omgeving. We reconstrueren het gehucht aan de hand van de aktes en andere documenten. Ook krijgen we hulp van de streekhistoricus die ons goede tips geeft en het onderzoek in de kadasterarchieven voor zijn rekening neemt.

Van alle informatie die Nicky ‘doorkrijgt’ bij de verschillende foto’s boetseer ik karakterschetsen van de markante figuren uit het gehucht zoals de veerbaas, de herbergier, de kooiker en enkele boeren.

Als we op een vrijdagochtend thuiskomen van de vormgever, is Nicky’s atelier één grote ravage. De halfronde ruit boven de tuindeuren is gesneuveld en her en der liggen glasscherven.

Dan zie ik de baksteen liggen met een breed elastiek erom en een gevouwen vel papier ertussen. Zwijgend bevoelt Nicky de steen en het papier. “Bad news” zegt ze.
“Kappen met dat boek of je kop gaat eraf” staat er. We besluiten voorlopig niets te doen, maar als ik een handgeschreven briefje onder mijn ruitenwisser vind: “Doden kunnen zich niet verdedigen, laat ze met rust!” schakelen we toch de politie in.

De dader blijkt een achterkleinzoon van de rijke boer uit het dorp te zijn, werkzaam bij het taalbureau dat ons manuscript controleert op correct Nederlands. Een van de agenten weet dat, omdat hij uit hetzelfde dorp komt en zowel de jongen als het verhaal goed kent. De jonge knaap slaat dan ook al snel door tijdens het verhoor en betuigt oprecht spijt. Het grote familiegeheim rond Huibje Alinkx is nooit naar buiten gekomen maar kwelt nu al generaties lang zijn familie. Ook Nicky begrijpt waarom hij tot zijn daden kwam. Hij durft ons nog niet onder ogen te komen maar heeft een brief geschreven waarin hij ons wanhopig verzoekt om het voorval niet op te nemen in ons boek.

Een half jaar later sta ik tussen de genodigden bij de onthulling van werken van lokale kunstenaars, die in het kader van de gemeentelijke herindeling de opdracht kregen het wezen van hun eigen woonkern tot uitdrukking te brengen in een kunstwerk. De burgemeester roemt in haar toespraakje Nicky’s veelzijdigheid. “Haar inburgering in onze mooie gemeente komt tot uiting in dit prachtige beeld, Dorpsvrouw. Terwijl de burgemeester het beeld onthult ontmoet ik Nicky’s blik. Alleen zij en ik weten wie hier werkelijk staat. Een miniatuurtje van Dorpsvrouw staat op mijn salontafel, naast ons boek: ‘Kroniek van een verdwenen dorp.’

14 reacties

Mechtilde

zondag, 15:54

Een wat trage maar zeer gemeende dankjewel, Willem!

Willem Olierook

donderdag, 10:08

Prachtig verhaal Mechtilde en schitterend geschreven!

Mechtilde

vrijdag, 17:56

Dankjewel Lucia

Lucia Bartels

maandag, 16:30

mooi verhaal Mechtilde!

Mechtilde Meijer

Auteur zondag, 11:14

Goed gezien Frouke, er zijn plannen om er een boek van te maken. Dankjewel voor je waardering.

Frouke van deelen

donderdag, 14:01

Inderdaad intrigerend, het wekt het vermoeden op dat er meer aan komt?!

Mechtilde Meijer

Auteur maandag, 15:05

Monique, Ypie en Marceline, dankjewel voor jullie mooie woorden. Wees ook gerust kritisch want ook hier (ik kan helaas niks meer veranderen) sta ik open voor feedback. Ik hou van groeien, al zijn het maar kleine stapjes.

Marceline

maandag, 13:52

Prachtig verhaal in een verhaal. Heerlijk om te lezen.

Ypie

maandag, 07:39

Mooi geschreven!

Monique de Rooij

zondag, 20:46

Wat een intrigerend verhaal Mechtilde.

Mechtilde

zondag, 19:40

Dankjewel Nancy, Aaltje en Stella. Daar ga ik van glimmen 😉

Stella Mantel

zondag, 19:28

Geweldig mooi geschreven!

Aaltje van Wieringen

zondag, 19:20

wat een prachtig, ontroerend verhaal en zó goed geschreven!

Nancy Bastiaans- Lommen

zondag, 17:44

Prachtig verhaal Mechtilde

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch