Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

De man die geen kleur meer zag

Door Jens van Galen

Beste broer,

Mijn nagels zijn vuil en ik voel het zand tussen mijn kiezen knarsen. Had ik geen blaren op mijn handen, dan zou ik niet geloven wat voor onwerkelijks mij zojuist is overkomen.
Verbeeld U een der eigenaardigste kerkhoven, omringd met bomen als betrof het een uitgehold bos. Een veld met oude grafstenen, scheve kruizen en een klein stenen gebouw waarvan de wanden begroeid met het groenste klimop. U weet dat deze plaatsen mij inspireren zoals zee noch bergen dat kunnen. En ik verbaasde mij over dit aller eigenaardigste kerkhof dat reeds een schilderij was.
Op weg naar de uitgang viel mijn oog op een schaduw in een schaduw. Ik bleef staan om mijn vermoeden te bevestigen dat daar inderdaad iemand stond en niet een struik. Want ik weet hoe eenvoudig mijn zintuigen in het donker te misleiden zijn. Mijn ogen zien wat zij willen zien en mijn oren horen wat zij willen horen. Herhaaldelijk klonk er een geluid dat ik aan mens noch beest kon toedichten en waar een ander het op een lopen had gezet, bleef ik als aan de grond genageld staan.
Toen ik weer bewoog was dat tot mijn grote schrik en geheel tegen mijn wil in de richting van deze griezelige verschijning terwijl ik niets liever wilde dan rechtsomkeer maken. De schaduw bleek een man gehuld in lompen. Hij hanteerde een spade en was, zo wist ik zeker toen ik nog slechts armlengten van hem verwijderd was, een grafrover. Het akelig soort volk dat trouwringen van vingers wrikt en broches uit borstholten vist.
Ik kondigde mijn komst aan met het schrapen van mijn keel zonder nog enig idee te hebben van mijn opzet. De man draaide zich om en leek net zo geschrokken van mijn aanwezigheid als ik van de zijne. Het licht van een olielamp viel op zijn gezicht en ik zag een huid zo bleek en dun dat deze doorschijnend leek, als houd je een vel papier voor de zon.
Toen ik mijn moed had verzameld en vroeg wat hij aan het doen was zei hij een tijdlang niks en stond hij daar maar naar mij te kijken met zijn holle ogen. Ik voelde mij zeer ongemakkelijk. Uiteindelijk, alsof hij voor zichzelf had besloten dat ik geen bedreiging vormde, antwoordde hij me dat hij zijn eigen graf aan het graven was.
Ik stelde hem een aantal onbenullige vragen omdat ik niet wist wat ik zeggen moest waarna hij in een hevig hoesten verviel. Zijn gezicht kleurde blauw en paars en ik vreesde dat hij zich niet meer zou herstellen en ter plekke zou sterven. Nochtans veegde hij het bloed van zijn kin en lachte een sombere lach. We raakten verwikkeld in een ongewoon en openhartig gesprek waarin hij me vertelde over het verlies van zijn dochter en vrouw en de kleurloosheid van zijn bestaan.
Dit laatste trof mij bijzonder en voelde ik als een fysieke pijn, want ik geloof dat een leven zonder kleur geen leven is. Ik wilde hem mijn schilderijen laten zien en hem wijzen op de lila tonen in de grond en het rood in de lucht. Totdat ik mij realiseerde dat deze man eigenlijk al dood was en mijn voornemen daarom jammerlijk zinloos.
Samen groeven we zijn graf en toen hij vond dat het diep genoeg was sloot hij mijn handen in de zijnen als om afscheid te nemen. Ik gaf hem mijn jas omdat het erg koud was. Met open ogen en zijn handen gevouwen over zijn haperende borst legde hij zich op de bodem van zijn graf. De maan kwam op en ik zag de sterrenbeelden nu hier dan daar. Ik week niet van zijn zijde en bleef daar wachten. Een tijdlang blies hij witte ijswolken, totdat hij dat niet meer deed.
Lieve broer, ik voel mij schuldig dat ik meer verdriet ervaar bij het begraven van een mij volstrekt vreemde man dan bij het overlijden van Pa en Moe. Ik hoop dat ge hierdoor niet slecht over me denkt. Enfin, mijn lichaam doet zeer en ik ben erg moe.

à Dieu Theo.
Tout à toi, Vincent

1 reactie

a.schijff

maandag, 12:14

een mooi beeldend en passend in de tijd geschreven verhaal.

0 Fictie

Rauwe pijn

Sahar Noor

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam