Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

De man met de tekeningen

Door Naomi Mooij

Ik staar nog eens naar het gezicht op de wand. Het kijkt mij lachend aan en voorzichtig glimlach ik terug.
“Jij heet Bartje”, zeg ik. Ik pak de zwarte, permanente stift en kalk in mijn mooiste schrift de naam onder de tekening. De kamer is halfleeg. Alleen aan de muren hangen een paar haken met daaraan verschillende gereedschappen en in het midden staat een ijzeren tafel. De vloer is ijskoud. Het lampje op het tafeltje naast mij zorgt ervoor dat ik nog net in het licht zit. Ik hou niet van donker.
In de andere hoek van de kamer hangt een kapstok met daaraan een grote, zwarte mannenjas en een felrode damesjas; die van mijn moeder. Mama heeft mij gezegd hier te blijven. Dat ik op haar moet wachten totdat zij terugkomt. Het maakt volgens haar niet uit wat ik hoor of wat er gebeurt; ik moet blijven waar ik ben. Ik rol voorzichtig de stift over de grond en zie hoe er een vlek op de stenen vloer ontstaat. Onder de gleuf van de deur bewegen een paar schaduwen heen en weer. Ik hoor hoe mijn moeder vreemde geluiden maakt; alsof ze pijn heeft. Voor heel even is het stil.
Ik draai mij weer om richting Bartje en teken met de rode stift een hartje op zijn wang. Het geroezemoes vanuit de kamer wordt steeds luider.
“Ga weg!”
Het huis wordt gevuld met mijn moeders stem. Daarna klinken er een paar doffe dreunen; alsof er met van alles wordt gegooid. Ik druk mijn handen tegen mijn oren, doe mijn ogen dicht en ik wacht. Mama komt zo. Mama komt mij zo halen en dan gaan we weg. Tussen mijn benen staat het koffertje met de stiften. Als het moet zou ik ze achterlaten; als we maar weggaan.

In mijn hoofd denk ik aan leuke dingen. Aan hoe ik vanmorgen op school heb gevoetbald, hoe ik scoorde en iedereen stond te juichen. Door de kiertjes tussen mijn vingers hoor ik het nog steeds. Ik wil de kamer inrennen, mama meenemen, weggaan, maar ik durf niet. Dan klinkt er een harde klap en het is stil. Doodstil. Voorzichtig spiek ik. In de deuropening staat een grote, brede man. Op zijn armen heeft hij verschillende, gekleurde tekeningen en om zijn nek hangt een dikke, gouden ketting. Hij veegt wat roods van zijn mond en pakt de zwarte jas van de kapstok. Ik klem het koffertje nog iets strakker tussen mijn benen. De voordeur slaat achter hem dicht. De kamer vult zich met leegte.
“Mam?”, fluister ik. Ik denk terug aan hoe mama mij had beloofd vroeg weg te gaan. We zouden pannenkoeken gaan eten, een film kijken en daarna samen in slaap vallen in haar grote bed. Het water in mijn ogen maakt mijn zicht wazig. Vlug laat ik de stift vallen en loop richting de deur.
“Mama?”
Ik roep, maar mama zegt geen woord terug.

1 reactie

Stefanie Schaap

dinsdag, 23:07

Mooi geschreven Naomi, het sleepte me mee vanaf het begin.

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch