Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

De oude olijfboom

Door Marceline de Waard

De kerkklok slaat negen uur en nauwelijks merkbaar gaan de hoofden van de oude mannen op het plein naar rechts. Het is 1 juni. Al vijftig jaar lang is dit de dag dat Sofia uit het smalle straatje naast de kerk komt voor haar tocht naar de oude olijfboom boven op de heuvel. En zoals ieder jaar kijken de oude mannen op het plein haar na. Zij zien in het deinen van haar jurk nog steeds het mooiste meisje van het dorp. Morgen is het la Festa della Repubblica. Allen denken aan de keer dat zij met haar dansten. Haar rok wervelend om haar benen. Opnieuw voelen ze haar heupen wiegen onder hun handen. En opnieuw kijken ze in haar fonkelende ogen en horen ze haar lach waar ze het nog steeds warm van krijgen.

De oude mannen voelen niet hoe inmiddels Sofia’s schoenen schuren tegen de knobbels naast haar grote teen. Bij iedere stap steekt de artritis in haar knieën en heupen. De lange zwarte jurk, passend bij haar status als weduwe, drukt op haar schouders.

Haar voeten branden als ze bij de oude olijfboom aankomt. Langzaam zakt ze neer op haar vertrouwde plekje. Ze sluit haar ogen en haar ademhaling komt tot rust. Opnieuw is het 1 juni 1967. De zomer dat haar broer Vittorio meedeed met een Europese jeugduitwisseling.

Bij hem logeerde Ben, een Nederlandse jongen. Hij stapte de keuken in, zijn blauwe ogen deden haar wangen gloeien. Ze schonk koffie, zette de cakes en koekjes op tafel en steeds voelde ze zijn blik. Uiteindelijk durfde ze terug te kijken, sloeg hij zijn ogen neer en kleurde rood.

Aan de andere kant van het dorp loopt Ben de heuvel op naar de oude olijfboom. De zon brandt, van onder zijn pet lopen straaltjes in de kraag van zijn hemd. Bij iedere stap prikt de rotsige ondergrond door de zolen van zijn schoenen.

Het is voor het eerst na vijftig jaar dat hij deze tocht onderneemt, in gedachten is hij deze heuvel ontelbare keren opgelopen met zijn arm om haar schouders. Opnieuw kriebelen haar donkere krullen tegen zijn kaak. En opnieuw verdrinkt hij in haar ogen en proeft hij haar lippen.

Boven aangekomen bonkt zijn hart in zijn borst. Hij stopt om op adem te komen. Sofia zit onder de oude olijfboom, haar ogen gesloten. Zijn keel zwelt bij het zien van de lijntjes en schaduwen in haar gezicht. De donkere krullen grijs. En terwijl zijn ademhaling tot rust komt, vervagen de jaren op haar gezicht en is het weer de week voor 1 juni 1967. Hij stapte de keuken binnen van Vittorio’s familie en hij zag alleen haar. Dansende krullen op haar rug en een middel waar zijn Hollandse handen met gemak omheen zouden passen. Zij zette koffie met allerhande gebak op tafel en hij kon niet stoppen met kijken naar haar roze wangen waarop haar wimpers als waaiertjes rustten. De warmte van de schok toen ze opkeek en hij snel naar de tafel keek, is hij nooit vergeten.

De hele week bleef hij dicht bij haar en zij bij hem. Op 1 juni, in de drukte van de voorbereidingen van la Festa della Repubblica, ontsnapten ze en nam zij hem mee naar dit plekje onder de oude olijfboom. De dag na het feest moest hij terug naar huis. Twee maanden later trouwde zij met Giuseppe.

Een jaar later logeerde Vittorio bij Ben. Hij hoorde hij dat ze getrouwd was en moeder.

Vijf jaar geleden overleed zijn vrouw, hij ging op Italiaanse les en hervond via internet het contact met Vittorio.

Ben loopt naar haar toe. Zijn naderende voetstappen doen Sofia opkijken. Even is het of haar oudste zoon naar haar toekomt. Ze stelt haar blik scherp en denkt dan dat ze hallucineert. Totdat Ben haar handen pakt en haar omhoog trekt. Ze voelt zijn warmte door haar heen gaan. Haar donkere ogen vinden zijn blauwe, het vraagteken verdwijnt en haar lach veroorzaakt bij hem weer diezelfde schok als toen.

‘Waar was je?’ Haar hand raakt voorzichtig zijn wang aan.

‘Ik wist het niet.’ Zijn duim volgt de welving van haar mond.

Hij pakt haar beet en zwiert haar rond. Alle pijnlijke ongemakken verdwijnen, haar rok wervelt om haar benen. Hij zet haar neer en hun lippen vinden elkaar. Ze trekt de pet van zijn hoofd en streelt zijn nek. Zijn handen verdwijnen in de lagen van haar jurk, liefkozen de volheid van haar heupen en billen. Hij trekt zijn mond los en kijkt haar aan terwijl hij langzaam de knoopjes van haar jurk openmaakt. Ze kijkt weg, ze is geen achttien meer en heeft vijf kinderen gekregen. Zijn ogen glijden over haar lichaam en haar gezicht wordt warm. Hij legt zijn handen eromheen. ‘Sei la cosa piu bella del mondo. Toen al was je een schoonheid maar nu ben je betoverend.’

Haar wimpers komen omhoog, haar gezicht straalt. Ze trekt zijn shirt over zijn hoofd en maakt zijn broek los. Haar vingers kriebelen door het grijs op zijn borst. Waar eerst de hardheid van de jeugd was, voelt ze nu de zachtheid van de jaren. En waar hun vrijen vijftig jaar terug de gehaastheid en snelle ontlading van de jeugd had, vrijen hun lichamen zich nu langzaam in elkaar. Vijftig jaren verdwijnen en dan is er alleen nog maar dit.

Achteraf blijven hun lichamen verstrengeld.

Zijn hand volgt de omtrek van haar gezicht. ‘Mag ik blijven?’

Ze kijkt in zijn ogen die zo lijken op die van haar oudste zoon en bijt op haar lip, haar ogen lopen vol.

‘Wat is er?’

Ze slikt. ‘Het kan niet.’

Hij verstaat het nauwelijks. ‘Wil je niet?’

Haar wijsvinger volgt de lijn van zijn wenkbrauwen, via zijn wangen naar de vouwen bij zijn mond. Het hoekje van de mond van haar oudste krult net zo op als dat van hem.

De laatste stralen van de avondzon verwarmen de oude mannen op het plein. Ze schuifelen met hun voeten. De kerkklok heeft allang zes uur geslagen, het tijdstip waarop Sofia normaal gesproken het plein oversteekt om naar huis te gaan. Dan horen ze haar voetstappen naderen. Nog eenmaal draaien hun hoofden naar links, richting de straat die van de heuvel afloopt.

1 reactie

Ben

maandag, 09:55

Prachtig en invoelbaar geschreven. Kreeg een brok in m’n keel.

0 Fictie

Rauwe pijn

Sahar Noor

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam