Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

De prins

Door Mathijs Baars

Het is mijn verjaardag; ik heb de zon gevraagd mij te doen vergeten hoe oud ik ben, de wolken heb ik gevraagd mij te doen vergeten dat ik ouder word. Het is niet vroeg in de ochtend en ook niet laat in de avond. Mijn wensen zijn vervuld en het toneel van de wereld is klaar met de voorstelling; de acteurs zijn weg en de gordijnen zijn dicht. Pas bij het kopen van nieuwe tickets aan het loket van een droom zal een nieuwe tijd zich aandoen. Ik zit over een verlaten plein te kijken, bij het licht van de maan. Naast mij zit een prins. Het plein is verlaten en ik kan bijna met zekerheid zeggen dat de rest van het dorp ook uitgestorven is, op een enkeling na die wellicht zijn hond aan het uitlaten is, of, zoals vaker in de dorpen, jongeren die een beetje rondhangen. Zo ook wij. En daarom, zo denk ik met zekerheid; het dorp is verlaten, het doek is dicht, tijd is gestopt, zo zitten wij de nacht door te praten. Naast elkaar op de vastgeketende terrasstoelen van een van de weinige restaurants van ons dorp, aan een van de weinige pleinen in ons dorp.

De prins verteld over draken. Over romances, intriges, coupes, muiterijen, moorden en bedrog. De prins is een echte prins, want in bijna alle verhalen komen ridders en prinsessen voor, maar nog veel vaker draken, allen door hem bevochten en overwonnen. Met of zonder gemak, links- of rechtsom. Terwijl hij onophoudelijk door ratelt kijk ik naar zijn bewegende mond. In het donker lijkt die vanbinnen wel uit zand te bestaan. Wellicht dat de prins een pratende zak zand is, bedenk ik. Maar wat dan nog, het zou geen verschil maken. Het maakt me bang maar het zou geen verschil maken. Zijn stem klinkt hard in de rust van het duister, hoog boven ons vliegt een verloren vogel als een schaduw over. De verhalen van de prins vervelen als ernaar geluisterd wordt, als je niet luistert, zo heb ik geleerd, vormen ze echter een deken. Eentje waarvan de prins het bestaan schijnbaar niet kent. Ik ben er vertrouwd mee, hij is warm van de nostalgische klanken van uitgekauwde avonturen, en geeft de luisteraar het gevoel dat er vroeger al genoeg heeft plaatsgevonden om nu volledig content te zijn met een gebeurtenis-loze wereld. Al weet ik dat de prins dit anders ziet, toch zeg ik er niks over. De prins lijkt gelukkig, aan de randjes, maar ik weet dat die makkelijk rafelen. De prins koestert zijn dode draken en, aangezien alle draken reeds dood zijn, begint het bestaansrecht van de prins in te teren. Zijn gelukzalige binnenkant begint zich als een beschermend concentraat naar buiten af te stralen, afnemend door de jaren heen. Ik ben benieuwd wat er van hem terecht zal komen, maar ik zeg niks, hij lijkt gelukkig.

De nacht begint te kreunen en de ochtend roert zich; we kopen beide tickets voor de voorstelling van morgen, het beloofd niet zoveel spectaculairs te worden maar we hebben hem allebei nog niet gezien; daarbovenop hebben we beide toch niets beters te doen. De terugweg voert langs een laan, onder hoge bomen door, allemaal vol in blad. Terwijl ik loop denk ik aan hoe de bomen van kleur veranderen tussen dag en nacht, aan hoe ieder blad omgeven wordt door pikzwarte lucht, en aan die arme draken. Terwijl ik loop probeer ik boven mij, tussen de bladeren door de sterren te zien. Ze zwaaien altijd naar me, maar alleen als alles verlaten is, alleen als het toneel leeg is. Ik vraag ze of het goed komt, hoe ik iets van mezelf kan maken en of ik niet al te laat ben. Ze stellen me gerust en fluisteren me nogmaals toe dat ik klein ben en zij gigantisch, al lijkt het andersom. En dat zij uit zand bestaan, en ik ook, en de prins ook, en zelfs die arme draken. En dat het op die manier allemaal wel goed komt.

~

Helder en opgewekt. Wakker en als nieuw. Er bekruipt me een opmerkelijk bewustzijn van de aanwezigheid van al mijn ledematen. Ik bekijk mijn handen en mijn armen. Ze doen me denken aan ochtenddauw op on-gemaaid gras en ik voel me blij. Met een goed gevoel eet ik mijn ontbijt. Er ontbreekt niets. Een mens heeft vitaminen nodig. Een mens heeft vezels nodig. En rustig eet ik door, stilletjes in mijn eentje aan de keukentafel. Ik eet door want een mens heeft koolhydraten nodig. Een mens heeft mineralen nodig. Een mens heeft water nodig. Ik word overmand door rust. Alsof er iemand begint met niet meer te schreeuwen in mijn hoofd. Alsof het afwezig laten zijn van chaos een opzichzelfstaande onderneming is. Met een leeg bord, een volle maag en een hoofd in de steigers bekijk ik de zonsopkomst. “Goed zo”, zegt die. “Je hebt alles bedacht, verworpen en bijgesteld. Je bent op je bek gegaan en je hebt herpakt. Ik ben je beloning. Dit moment is de eindstreep maar zuur als je les ben ik een vuurbal, en vereis ik gewichtigheid”. Ik hoor hem aan en bekijk gebiologeerd zijn gehele wedergeboorte als voor de eerste keer. De dampige wolken gaan een traag samenspel aan en zo nu en dan vliegt er iets van staal of vlees voorlangs. Een schouwspel, en ik ben zeer tevreden dat ik de concentratie en interesse op kan brengen om te aanschouwen. Het bezegeld mijn stille afspraak die ik stilletjes met de zon maak. Ik voeg de daad bij het woord; ik schuif mijn raam open en klim naar buiten. Het is koud maar helder, “mensen zullen me maar raar vinden als ze me nu zien” denk ik. Met alleen mijn blauwwit gestreepte pyjamabroek klap ik mijn vleugels uit. Ze zijn grijzig wit en verbazingwekkend zwaar, trots geef ik een paar eerste, onhandige slagen en vlieg boven de gebouwen uit. Hoger en hoger; de stad is prachtig in de gloed van de ochtend met het gras vol dauw en de bomen wuivend, opgevuld met het roodbruin en grijs dat de stad vormt. Nog hoger en hoger; de auto’s en mensen worden mieren en een landkaart ontvouwt zich langzaam onder mij. Fris van het seizoen maar warm van de inspanning ben ik extatisch, hoe prachtig het hier is, hoe beeldschoon en rustig! Hoe klein de problemen en oplossingen vanaf hier lijken, en in verwondering vraag ik mij af of meer dan slechts objecten onderhevig zijn aan het perspectivisch kleiner worden bij het vergroten van afstand.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch