Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Meer weten?

Sluiten

De sabbatical

Door Riekske Van den Brug

Er even tussenuit. Weer echt tijd voor elkaar hebben. Dat was waarom ze het aanbod van een collega van Antons broer met beide handen hadden aangenomen. Een maand lang in een pension. Dat ze wel zelf moesten runnen. Maar het was er nooit heel druk, want het lag in een klein dorpje net over de grens in Noord-Duitsland. En in deze koude tijd van het jaar zouden er zeker weinig mensen zijn die een overnachting boekten. Dat betekende genoeg tijd om de omgeving te verkennen. Om een maand lang echt samen te zijn. Geen verplichtingen. Geen drukte. Anton was net zo enthousiast geweest als zij: ‘Het wordt een soort sabbatical’.

Bij aankomst in het middeleeuwse Friedburg kreeg Suus een wat benauwd gevoel. Het lag er wel erg verlaten bij, met maar één kerkje en een piepklein stationnetje. Eenmaal over de drempel van Korridor voelde ze echter een last van zich afvallen. Het pension was stijlvol ingericht. De kamers hadden allemaal een eigen, historisch karakter, las ze in de beschrijving. Dit was waar ze naar hadden verlangd. Een totaal andere omgeving. Vakantie. Vrijheid. Van de overdracht in het plaatselijke dialect, door buurvrouw Meijer, begreep ze weinig. Iets over ‘geliefde kerstmarkten en een cultureel festival.’ Van de lijst met reserveringen begreep ze des te meer. Bijna het hele pension was volgeboekt.

De volgende dagen verdween het gevoel van vrijheid definitief. Een aantal gasten had al ingecheckt. Er was gedoe over de kamers en ze zou toch moeten koken, want het enige restaurant in de buurt was dicht. In de eetzaal wenkte de man van een nieuw, jonger stel haar. Ze vielen op; zij met luipaard leren legging en hij met krokodillen puntlaarzen. ‘We hebben de verkeerde sleutel gekregen. We hebben de Nis gereserveerd.’ Ze haalde de boekingslijst erbij. In de Nis had ze net een ouder echtpaar geboekt. ‘O, ik zie dat de suite nog vrij is,’ zei Suus opgelucht. ‘Op de eerste verdieping, maar veel ruimer en met bad.’ Meteen zag ze dat dit niet ging werken. De man richtte zich op en snauwde: ‘wij willen geen bad. Wij willen de kamer die we gereserveerd hebben. Eefje heeft ons de Nis toegezegd.’ Vervolgens keerde hij zich naar zijn metgezellin om daar op bijna onhoorbare toon mee te converseren.

Ze negeerden haar nu. Ze kon daar niet zo bij hun tafel blijven staan. Ze liep naar de keuken om te overleggen met Anton. Die had de wijnvoorraad bekeken. Gelukkig. Daar was voldoende van. Dat gold niet voor de voedselvoorraad. ‘Dat moest er nog bij komen. Hoe goed kent Frits die Eefje eigenlijk?’ mopperde ze. ‘O ja,’ zei Anton, net op het punt naar de dichtsbijzijnde supermarkt te vertrekken. ‘Dat is waar ook. Een bericht van Eefje. Of we de Kunzmanns echt in de Nis kunnen plaatsen. Vanwege de sfeer. En of we haar kleine rolkoffer voor haar op de trein willen zetten. Die was ze vergeten. Ze maakt een bedrag over.’ Weg was hij. Ze prakkiseerde. Eerlijk gezegd had ze de Kunzmanns niet ingeschat als mensen met interesse in sfeer en middeleeuwse nissen. Maar goed. Ze tuurde door het raam. Daar zat een staartmees te snoepen van een vetbol. Jammer dat ze het van hun kamer achter niet konden zien. Al had die wel een mooi uitzicht op de kleine haven. O, wacht, natuurlijk. Dat zou ze doen. Ze begaf zich naar de knusse lounge en stapte op het oudere stel af dat zich warmde aan een kruidenthee. ‘Wij hebben u niet onze beste suite op de begane grond aangeboden. Mag ik dat alsnog doen? Het is met uitzicht op de haven.’ Vervolgens verhuisde ze hun eigen spullen naar de kamer boven en maakte de ‘suite’ beneden klaar voor de oudere gasten. Zo. Nu het diner. Ze zou het eenvoudig houden.

In de gastenruimte zat Olgar Svinsonn. Hij deed zich tegoed aan een koffiebroodje. ‘Overheerlijk,’ prees hij. Ze kwamen van het bakkertje. Ze glimlachte daarom zwijgend. Svinsonn sprak in goed Engels met een licht Deens accent. Niemand wist veel van de plaatselijke excentriekeling, de half Deense Svinsonn. ‘En wat vind je van de gastvrouw?’ polsde hij. ‘Onze ongrijpbare Eef?’ Suus glimlachte geforceerd en begon over de kamers. ‘Ik heb haar zelf nog nooit ontmoet. Ze heeft heel leuke dingen met de kamers gedaan, met historische elementen. Eentje heeft zelfs een nis uit 1480.’ Svinsonns borstelige wenkbrauwen fronsten samen onder zijn geruiten hoed. ‘Onmogelijk. Het huis dateert van na 1720. Daar is niks middeleeuws aan. Geloof me, ik heb me er in verdiept.’ Suus keek hem bedenkelijk aan. Eefje zou het toch wel weten.

Het diner was zonder te veel klachten verlopen en de nachtrust op de comfortabele boxspring had haar goed gedaan. Maar bij het ontbijt zag ze een paar tafels met betrokken gezichten. ‘Is alles naar wens?’ Nee, zo bleek. Ze hadden lawaai overlast gehad. ‘Dit is al de tweede keer. Dat gebonk. Dat heeft ons uit onze slaap gehaald. Elke keer dit seizoen. We komen speciaal voor de kleine ambachtelijke kerstmarkten. En de rust.’ Verwijtende blikken nu. Het oudere stel had dezelfde klachten. ‘Het leek wel een verbouwing.’ De enige gast alleen, een zekere sikkeneurige Büber, schoof bij de klagers aan. ‘Waar kwam het vandaan?’ ‘Uit de kelder,’ meende meneer Grüning. ‘Uit de Nis,’ zei zijn vrouw op datzelfde moment beslist met een blik op de Kunzmanns. Maar die gaven aan de hele nacht doorgeslapen te hebben.

‘Ach, sommige mensen overdrijven gewoon,’ meende Anton, toen ze alleen in de keuken waren. Zelf hadden ze niets gehoord. Maar zij hadden aan de andere kant van het pension geslapen, na het omruilen van de kamers.

Het cultureel festival was voorbij en daarmee kwam er wat rust en ruimte in pension Korridor. Eindelijk konden ze er samen op uit. De omgeving verkennen en een leuke ‘Stube’ opzoeken. Hopelijk met kaarslicht. Eerst reden ze nog langs het station om Eefjes koffer op de trein te zetten. Daar aangekomen zagen ze een van hun gasten. De sikkeneurige Büber. Zeker op weg naar huis voor de kerstdagen. Die wou Suus zelf eigenlijk ook wel liever thuis doorbrengen; gewoon een soepje met stokbrood, samen met hun dochter en zoon. Ze keek eens naar haar man. Die leek niet zo graag terug te willen. Ze overhandigde de kleine rolkoffer aan de beamte achter het loket. ‘Moment mal.’ Ze voelde een hand op haar schouder. Büber. Hij leek niet meer knorrig, eerder triomfantelijk. Hij hield zijn hand op voor hun ogen. Nu pas zag ze dat hij een pasje vasthield met zijn foto erop. Met dat ene woord; Polizei.

De volgende ochtend werd ze katterig wakker. Gedachten duikelden over elkaar heen. Eefjes rolkoffer. Met gestolen goederen. Büber. Het verwarrende verhoor. De nis. Geluiden uit het vertrek naast haar duidden erop dat Anton wakker werd. Door een kier in de wand had ze hem nauwelijks kunnen zien, maar misschien juist beter kunnen horen. ‘Ik wil niet weer terug,’ had hij wanhopig gefluisterd. ‘Die collega’s, de muffige ruimte, ik kan het niet meer. Het kan me niet schelen dat ze me verdenken, als ik maar niet weer naar kantoor hoef.’ Ze hoorde het gerammel van sleutels.

‘Jullie kunnen naar huis,’ zei de bewaker. In het Nederlands! Ze hadden dus alles wat Anton en zij hadden besproken kunnen verstaan! Nu geloofden ze dat ze er niets mee te maken hadden. Even later stonden ze buiten bij hun auto. Het had de hele nacht gesneeuwd. Ze keek naar Anton. Naar huis? Naar het pension? Die schudde zijn hoofd. ‘Eerst naar een Stube.’ Anton veegde met zijn arm de sneeuw van de voorruit. Ze boog zich voorover om hem te helpen en zag een ondeugende trek op zijn gezicht verschijnen. Ineens kreeg ze de volle laag. Hahaaa, riep haar man jongensachtig. Ze pakte een lading sneeuw en rende op hem af. Even later holden ze elkaar achterna als twee verliefde pubers.

In de lounge van pension Korridor praatten ze die avond met Olgar Svinssonn. Die had het zich daar gemakkelijk gemaakt en de laatste paar gasten voorzien van eten en drinken. ‘Ze hadden het goed voor elkaar,’ vertelde Anton. ‘Korridor deed dienst voor het doorverkopen van gestolen waar.’ ‘Vandaar de naam: doorgang,’ vervolgde Suus. ‘Exclusieve voorwerpen verstopten ze tijdelijk in een holte achter de zelfgemetselde nis.’ ‘Vandaar de herrie,’ knikte Svinssonn begrijpend. ‘Ach, ja, de Kunzmanns, Eefjes spelers in het verhaal.’ Svinssonn hief het glas; ‘op de twee charmante, zij het wellicht naïeve beheerders. Anton en Suus.’ Tja, hadden ze vantevoren in de rolkoffer gekeken, dan … Maar ja, ze hadden het zo druk gehad. ‘Ik heb jullie wat op te biechten. Zoals ik eerder al zie; ik heb me in het pension verdiept.’ Svinssonn zweeg even. ‘Toen ik het een paar jaar geleden kocht.’ Nadat Anton en Suus van de verbazing bekomen waren, namen ze Svinssonns aanbod aan om de komende maanden het pension te runnen. Suus belde hun kinderen. Marit en Freek konden allebei met de kerstdagen naar hun toekomen. Nu konden ze pas echt beginnen aan hun sabbatical.

geen reacties
0 Fictie

TEVREDEN

Laura Leihitu

0 Non-fictie

Pelgrims

Isa Altink

0 Fictie

Retro

Daphne Hubeek

1 Fictie

aurora

Vincent Gligoor