Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

De tas

Door Annick Driessen

INT., GANG, AVOND
ABEL (buiten beeld met Australisch accent): Ut waz ghezelligh!
Judith en Harm zwaaien nog even, met hun armen om elkaar, en sluiten de voordeur. Op de achtergrond klinkt een startende auto. Het stel laat elkaar los.
JUDITH: Nou? Hartstikke leuk, toch?
Harm trekt zijn schoenen uit en zet ze netjes naast elkaar bij de kapstok.
HARM: Oh, shit, hij laat z’n tas staan!
Harm pakt de zwartleren tas die onder de kapstok staat en rent ermee naar de voordeur. Op kousenvoeten hangt hij, met de tas zwaaiend, zo ver mogelijk uit de deuropening.
HARM: Abel! Your bag! Hey!
Harm komt weer naar binnen.
HARM: Al weg.
Judith heeft intussen haar hakken uitgetrokken. Ze pakt haar telefoon, toetst iets in, wacht met de telefoon aan haar oor…
JUDITH (tegen Harm): Voicemail.
JUDITH (in haar telefoon): Eh, hi, this is Judith. You left your bag at our place. But I’ll bring it to work tomorrow. Okay, bye! Oh, and we had a great time, by the way. Okay, bye!
JUDITH (tegen Harm): We gaan gewoon lekker naar bed, hoor. Ik neem niet aan dat hij z’n tas vanavond nog nodig heeft.
HARM: Z’n pyjama zal er wel niet in zitten, haha! Oh, maar z’n portemonnee, of huissleutels? Misschien moeten we even kijken. Of is dat –
De twee kijken elkaar aan.
JUDITH: Het voorvakje dan? Ik doe wel.
Ze rommelt door het voorvakje.
JUDITH: Nee, niks. We kunnen moeilijk die hele tas doorzoeken – zo goed ken ik hem ook weer niet. En als hij ‘m echt nodig heeft belt ‘ie wel, toch? Z’n telefoon zit er niet in, anders hadden we die wel af horen gaan.
HARM: De batterij kan leeg zijn…
Beiden kijken naar de tas. Dan zet Harm hem kordaat naast de voordeur.
HARM: Zo. Dan vergeet je ‘m morgen niet.
Judith gaat Harm voor de woonkamerdeur door.
JUDITH: Alsof ik zoiets zou vergeten. Je doet net of ik –
Harm trekt de deur achter zich dicht.

INT., GANG, OCHTEND
Judith komt de gang in terwijl ze de rits van haar laars dichttrekt. Ze schiet gehaast haar jas aan en zet twee stappen richting de voordeur. Ze loopt nog even terug voor handschoenen en keurt haar lippenstift in de spiegel. Dan rept ze zich de deur uit. We horen een motor starten, zien koplampen door de gang draaien, en horen de auto wegrijden. Harm komt de gang binnen. Hij strikt voor de spiegel uitgebreid zijn stropdas en gebruikt een schoenlepel voor zijn schoenen. Dan trekt hij rustig zijn jas aan, kijkt nogmaals in de spiegel, haalt een hand door zijn haar, pakt zijn aktetas, neemt zijn sleutelbos van het haakje en loopt naar de voordeur. Daar ziet hij de tas.

HARM zucht diep.

Hij pakt zijn telefoon uit zijn zak, toetst iets in en klemt hem tussen oor en schouder, terwijl hij zijn sleutels in het slot steekt. We horen hem de deur op slot en op het extra slot draaien, terwijl hij opgewonden telefoneert (we verstaan hem door de deur heen).
HARM: Judith, die tas! Hoe kun je die nou vergeten? Nee, hij staat hier. Dat kun je wel zweren, maar hij staat hier… Ja, zie maar… Hoezo? Je kunt dat toch gewoon eerlijk zeggen?

INT., KEUKEN, EINDE MIDDAG
Harm haalt net een ovenschotel uit de oven, als Judith de keuken binnenkomt.
JUDITH: Oooh, wat ruikt dat heerlijk! Je was toch niet vergeten dat ik vanavond ladies night heb, hè?
Harm zet de ovenschaal te hard neer.
JUDITH: Wel? Vergeten? Oh, Harm…
HARM: Ik dacht dat je Abel misschien zou hebben meegenomen. Om z’n tas op te halen.
JUDITH: Nee, dat was zo gek.
HARM: Wat?
Judith pikt een kerstomaatje uit de ovenschaal, brandt haar mond en begint omstandig lucht binnen te zuigen en met haar hand te wapperen.
HARM: Wat was zo gek?
JUDITH (met pijnlijke mond): Hij was er niet. Moest ineens weg.
HARM (terwijl hij zich omdraait en een glas witte wijn voor Judith inschenkt): Oh, nou, dan zat er waarschijnlijk niet veel bijzonders in die tas.
HARM (zich terugdraaiend met een vol glas): Hier, schat.
Judith gaat net onder de kraan hangen en drinkt langdurig. Harm heft het glas naar Judiths rug en neemt zelf een slok.
JUDITH: Maar hij heeft dus niet eens even iets laten horen, hè? Ik hoorde het van iemand anders.
HARM: Die jongen kan toch een dagje weg zijn; jij bent toch ook weleens een dagje weg?
JUDITH: Nee, terug naar Australië! Wég-weg.
HARM: Oh, weg-weg….
JUDITH: Ja. Weg-weg.
Ze pakt nog een tomaatje, bedenkt zich en stopt het Harm in z’n mond, die net naar de gangdeur loopt.

INT., GANG, EINDE MIDDAG
Harm stapt kordaat op de tas af.
JUDITH: Je kunt toch niet zomaar door de tas van een collega rommelen?
HARM: Die hele Abel is er toch niet meer?
JUDITH: Hij is niet dood! En wat bedoel je: ‘die hele’ Abel?
HARM (de tas openritsend): Nou, je lijkt nogal – Ik snap niet waarom we niet even in die tas kunnen kijken. Die man neemt toch z’n diepste geheimen niet mee als ‘ie ergens op bezoek gaat?
Harm kijkt op naar Judith.
JUDITH (gehaast): Nee, dat neem ik niet aan, nee. Ik vraag morgen wel of ze al weten wanneer hij terugkomt. Dan kunnen we altijd nog beslissen of we toch even kijken, hè?
Harm komt langzaam overeind, blijft naar Judith kijken en zwijgt.
JUDITH: Een tas is privé! Jij wilt toch ook niet dat jan-en-allemaal maar door je spullen rommelt?
HARM: Ik ga bijna denken dat jij weet wat er in die tas zit. Is er soms nog een heel andere reden dat je niet wilt kijken?
JUDITH: Harm, alsjeblieft.
HARM: Waarom bepaal jíj dan of we wel of niet kijken? Waarom bepaal jij wie hier over de vloer komt? Of is dit weer net als met die Edsart van je? Hè? Onder mijn eigen dak!
Judith zwijgt en kijkt hem getergd aan.
HARM (trekt zijn jas van de kapstok): Ik moet wat frisse lucht.
Judith probeert hem bij zijn armen te pakken, maar Harm weert haar af.
JUDITH: Harm, kom op nou. Hij is alleen komen éten!
HARM: Laat me d’ruit, ik –
Terwijl hij langs Judith bij de voordeur probeert te komen, struikelt hij over de tas.
HARM: Gódver!
Hij slaat de deur achter zich dicht. Judith gaat met haar rug tegen de dichte deur zitten.

De tijd verstrijkt op de gang: het wordt donker en weer licht. De gang is nu leeg: geen Judith, geen tas. We horen vogels fluiten. Judith en Harm komen achter elkaar de gang binnen en gaan de deur uit, in een versnelde versie van de dag ervoor. Nog een etmaal verstrijkt, precies als hiervoor, maar nog sneller.

INT., WOONKAMER, NACHT
Harm ligt onder een dekbed op de bank te woelen en te draaien. Hij legt zijn kussen waar eerst zijn voeten lagen en draait zich van de leuning af – dan ziet hij in een hoek van de kamer de tas. Met een ruk komt hij overeind.
Hij grijpt woedend de tas en maakt hem open. Hij haalt er een damesvestje uit, een stapel papieren, een tandenborstel.
HARM: Judíííth!
Judith komt met één arm in haar kamerjas gestoken de woonkamer binnen.
JUDITH: Wat ís er?
Harm wijst met de tandenborstel op het vestje dat op de grond ligt alsof het iets vies is. Hij gooit de tandenborstel erbij.
JUDITH: Een vestje…
HARM: Jouw vestje.
JUDITH: Oh, nou weet ik het weer! Dat had ik over m’n bureaustoel laten hangen. Nou, dan is het toch opgelost? Dan heeft Abel die tas natuurlijk expres laten staan! God, wij ons helemaal druk maken… Nou, kom gewoon weer gezellig in ons eigen bed.
Harm blijft onbeweeglijk staan terwijl Judith naar de slaapkamerdeur loopt.
HARM: Het is toch verdorie geen plastic tasje met wat vergeten spulletjes? Er zitten dossiers in! Waarom heeft die vent jouw tandenborstel in zijn kantoortas?
Judith raapt de spullen op, vouwt het vestje op en legt alles netjes op een stapeltje op de bank.
JUDITH: Ik poets na de lunch graag even m’n tanden.
De tas zet ze in een kast.
HARM: Níet in onze kast, Judith. Ik wil andermans spullen niet in ónze kast!
Bruusk opent hij de gangdeur en keilt de tas de gang in.
HARM: Weg!
Judith verdwijnt de slaapkamer in, de deur achter zich dichtsmijtend, om vrijwel meteen daarna aangekleed weer naar buiten te komen, pyjama en toilettas in haar handen. Ze legt de spullen bij het stapeltje op de bank en kijkt rond.
HARM (op bijtende toon): Wil je een tas?

Judith haalt een koffer uit de slaapkamer, stopt haar spullen erin en vertrekt.

INT., GANG, OCHTEND
Het wordt licht. De tas staat naast de voordeur. Harm komt verfomfaaid de gang in, trekt tergend langzaam zijn schoenen en jas aan en blijft een eeuwigheid voor de spiegel staan. Dan draait hij zich om en loopt naar buiten.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch