Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

De trein en ik we go way back.

Door Julia ter Veld

(Photo by Roger Ressmeyer/Corbis/VCG via Getty Images), ‘Richard Brautigan Waiting for Train’

Beste …,

Je hebt zojuist ingecheckt. Inchecken is ‘ja’ zeggen. Inchecken gaat over het bombarderen van eindstations. Zelf kiezen waar je uitstapt, aan de noodrem trekt of jezelf het raam uitwurmt. Bijvoorbeeld tussen Utrecht Centraal en Breukelen in oktober. Die bramen staan daar maar te bramen. Wie helpt die bramen de jampot in, wie denkt er verdomme eens aan de bramen? Dat je treinreist wil niet zeggen dat meteen het hele leven enkel van station naar station gaat. Inchecken is alles wat je denkt en doet zien als vooruitgang. Je wordt alleen maar ouder en de lijst transacties op je rekening en ov-chipkaart alleen maar langer.

Ingestapt

We zitten in de trein naar Schagen. Je kijkt maar naar je laptop, je Iphone, de trein vanbinnen en van buiten. Alles is rond. Nergens een hoek die door een schedel kan. De scherpe randjes verdwijnen uit onze samenleving. Ik kan gewoon in slaap vallen, zolang ik mijn hand op de rits van m’n tas leg en degene tegenover me voor tenminste vijftig procent een gelijke mindset uitstraalt. De trein heeft zich als het ware om mij heen gevouwen zodat ik me comfortabel en bediend voel. Ik snap het wel, ik snap het wel maar ik wilde dat het spannend was.

De trein en ik, we go way back

Ik heb de trein leren kennen als een plek waar je lang stil moet zitten. Moeilijk. Het kost tijd, en zeker als je naar de Efteling gaat. Maar zoals het bier lekkerder is als er lang aan gebrouwen is, is ook de Efteling leuker als je lang met de trein moet. Een enkele keer was de reis zelfs leuker dan de bestemming zelf. Bijvoorbeeld toen we de nieuwe kat gingen ophalen uit Emmen, en hem loslieten in de trein, hem kwijtraakten en we papa lieten omroepen met de stem van Ernie. “Diegene die vandaag een zwarte kat zag, heeft inderdaad ongeluk. Je mag de kat níet houden, en je gaat niet langs start. De kat hoort bij de dame met de rode jurk (dat was ik).” Bij station Amersfoort zag ik de kat het perron op sprinten en toen heb ik voor het eerst een kat gevangen, met bloed aan m’n knie en kattenkrab op m’n wang.

Staren naar het digibord

Het spoorboek had een autoriteit zoals kookwekkers die ook in zekere zin hebben. Maar sinds de letters en de cijfertjes kunnen worden bijgesteld met bluetoothverbindingen, is het spoorboek niet de autoriteit, maar beukt het echte leven daar keihard doorheen. “Wegens een aanrijding met een persoon rijdt de (…) sprinter naar Breukelen niet. U kunt gebruik maken van snelbussen. Kijk op de app, of op de digitale borden.” Dit is op z’n zachts gezegd een toevoeging op de geprogrammeerde waarheid van het spoorboekje. Nu de waarheid constant ge-update kan worden zijn ze bij de NS gedwongen de laatste stand van zaken bij te benen, en met oplossingen te komen. Reizigers leren te staren naar de digiborden. Deze reizigers willen allemaal binnen de aangegeven tijd gearriveerd zijn. Zijn het nog reizigers, of zijn het massa’s die zo efficient mogelijk van perron naar perron verplaatst moeten worden?

Even koekelen

In 1989 werd station Amsterdam Centraal geopend. Het was ontworpen door Pierre Cuypers. Het was prachtig. Het legde direct een hoge lat voor andere steden. Treinen wilden nu alleen nog maar stoppen op perrons waar ook een behoorlijk station te vinden was. Een lekkere koek, en een mooie grote klok om te zien hoe op tijd ze wel niet waren. Spoedig ruilden de treinen hun kameleontische groen in voor een eigenzinnig blauwgeel jasje. In plaats van dat een trein zich wat dienstbaar op de achtergrond houdt kroont zij zichzelf meer als boegbeeld van de vooruitgang. Ze gingen steeds harder en harder en harder…

Hoe is de relatie tussen stokoud spoor, en de nieuwste mens eigenlijk? Wij voelen ons fit genoeg om de hele wereld over te reizen terwijl een trein alleen kan gaan waar zij al sporen heeft liggen. Voelen wij ons niet te goed voor het spoor? Zijn we niet allang toe aan reiscapsules die ons in een wip teleporteren van eigen fauteuil naar de vergadertafel?

Omdat mensen nou eenmaal niet met touwtjes maar met relaties aan elkaar zitten

In 1967 verschijnt het gedicht ‘All watched over by machines of loving grace.’ van Richard Brautigan. Hierin wordt een ode gedaan aan de technologie die er uiteindelijk voor zal zorgen dat de mens niets anders hoeft te doen dan het puur menselijke: er voor elkaar zijn. In het gedicht wordt het beeld geschetst van machines die alle taken van ons overnemen. Een beeld dat velen van ons angst aanjaagt. Onze identiteit valt niet zelden samen met het werk dat we doen. En nu die identiteit ons door machines wordt afgenomen worden wij betekenislozer, tenzij we anders gaan kijken. Brautigan laat ons namelijk ook zien dat we te veel en hard werken, enkel voor die identiteit. Machines zijn nooit gemeen, dat kunnen alleen de mensen erachter zijn. En die pak je niet aan met machines, maar met handen, monden en gezichten. Daarom roept Brautigan op de machines te omarmen zoals zij dat bij ons doen.

De machinerie zit nu in het topgedeelte van de trein. Niet vanwege hiërarchie maar zodat de mensen zo het perron op kunnen glijden. Mijn opa en oma moesten voorheen soms een taxi nemen vanaf ‘Centraal’ omdat bij ‘Rotterdam Noord’ het perron naar beneden afloopt. Dan stonden ze daar met z’n tweeën vol spanning of de trein niet te ver door zou rijden. Zo zie ik oude mensen graag: de hele dag gemoeid met de gebrekkigheden die erbij komen kijken. Bij het ouder worden. Je hebt je hele leven gehad om te leren koesteren wat je hebt. Ik hoop dat mij dat lukt. Dat ik dan geen touchscreen meer raken kan omdat m’n vingers vast zijn overleden. Dat ik m’n hand op een elektrische kookplaat leg, niks voel, hem alleen zwart zie blakeren en dan kan denken: wat bijzonder onnodig op mijn leeftijd, die handen.

Het ouder maar niet dommer worden vereist dat je kunt loslaten. Ik heb juist zo geleerd dingen vast te houden. Mijn foto’s en jeugdverhalen worden gekoesterd en verlekkerd. Het heden dringt zich elke ochtend op en ik sta aan de deur om te kijken wat van het heden ik erbij wil en wat niet. Ik ben genoeg vertroeteld om te geloven dat ik mag beslissen wie of wat ik in mijn leven hebben wil, en wie of wat niet.

Maar zo werkt het niet.

Het heden komt gewoon binnen, en ik als ik alleen blijf geloven in wat was, dan wordt mijn wereld steeds kleiner ten opzichte van de rest. En in die kleine wereld, zijn de mensen steeds meer weg.

Aankondiging van aankomst

Inchecken is niet zo makkelijk als het woord doet vermoeden. Het is leren houden van dat de lijst transacties alleen maar langer wordt. Het is meeliften én ouder worden.

Als je straks bent uitgecheckt hoef je alleen maar verder te gaan. Je hoeft je niet te verwonderen over de data die nu via het ov-paaltje naar een kantoor verzonden worden, je hoeft niet je mobiele data aan of juist uit te zetten om wat voor ’n reden dan ook. Je hoeft niks te controleren.

Check Uit.

Dus dit was het nieuws. Want nu je het leest is het weer oud.

Namens het treinpersoneel wensen wij u allen nog een voorspoedige reis.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch