Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

De tweede dag van de lente

Door Katelijne Van den Brande

Het was de tweede dag van de lente en ik was klaar om afscheid te nemen van mijn oude vader. Dacht ik. Vel over gebroken botten was hij na zijn val, krachteloos en bijna transparant.
‘Het is tijd om te gaan, Kristien’, had hij gefluisterd, zijn gezicht vlakbij het mijne, zijn ogen onwezenlijk stralend.
Ik bladerde in de fotoalbums van mijn kinderjaren, zag me verrukt naar zijn verhalen luisteren en op zijn schouders naar de wolken reiken. Gelijkgestemde zachte zielen waren we, dromerig en vol verbeelding. Zo anders dan Mieke en onze moeder: altijd in actie, klaar om elk probleem praktisch op te lossen. Als ik vroeger een glas liet vallen, raapte mijn zus snel de scherven op, terwijl ik fantaseerde welk geluk ze zouden brengen.

Had ik de televisie maar niet aangezet. Wat begon met een paar bedrukte gezichten en een vaag verhaal werd al gauw een spijkerbom vol gruwelijke beelden die genadeloos bij me binnendrongen. Ik rook de doodsangst van de reizigers die de luchthaven uit vluchtten, liep verloren tussen het rokende puin, de verminkte lichamen, de verlaten valiezen, de kreten en het gekerm. Ik wrong me mee uit de vernielde metro en probeerde in shock de uitgang te vinden van die lange, duistere tunnel, tussen gewonden en kinderen die huilden als bange honden.
Mieke sms’te: ‘Nieuws gezien? Hij mag het niet weten! Ga er nu heen.’
En ik bleef maar kijken, zappen, googelen, alsof ik alsnog het bewijs zou krijgen dat het allemaal niet waar was, dat ons kleine land nog even vredig en veilig was als de dag ervoor.

Met een hoofd dat gonsde van geween en zinloos vergoten bloed, nam ik mijn gitaar en mijn liedjesboeken en reed ik naar het woonzorgcentrum van mijn vader. Hoe moest ik in godsnaam sereen afscheid nemen?

De laatste maal, dacht ik, toen ik in zijn gang liep en de vertrouwde weerzinwekkende geur van dettol en urine me tegemoet waaide.
Aan zijn deur hing een groot blad met Miekes handschrift in dikke stift: ‘NIET OVER DE AANSLAGEN PRATEN!’ Typisch.
Nog voor mijn hand de klink raakte, kwam ze al tak-tak-tak, op harde hakken, aangesneld. Ze zwaaide de deur open, haar ogen schoten vuur.
‘Ben je er nu pas!’ De p plofte, de s floot, het klonk als een bom.
‘En zwijg over de aanslagen!’
‘Sorry’, zei ik, terwijl het rookte in mijn hoofd.

Mijn vader lag in zijn bed, zijn blik vol zachtheid. Ik probeerde de mist opzij te duwen, richtte mijn aandacht op zijn glanzende ogen, zijn breekbare lijf. Ik haalde mijn gitaar uit de kist.
‘Zing je mee, Mieke?’
Ze kwam erbij, met stille stap nu. We zongen de liedjes van onze jeugd, bezongen alle vrolijkheid en warmte die we ons konden herinneren, mijn zus met haar volle altstem, ik hoog en helder. Vader luisterde aandachtig, zoals hij vroeger ook altijd deed. Mijn grootste geluk, noemde hij het vaak.

Maar het bleef niet lang zo vredig. Een klop op de deur rukte ons uit onze cocon. Mieke sprong recht, tak-tak-takte erheen, siste iets. Er kwam een fluisterend antwoord, luider gesis. Ik ging kijken. Daar stond Radja, één van de verzorgsters, een emmer vol witte rozen in de éne hand, één roos in de andere, een smekende blik.
Mieke stak haar kin strijdvaardig vooruit: ‘Geen woord, geen gebaar dat ook maar iets hiermee te maken heeft!’ Ze tikte met haar wijsvinger op het woord ‘AANSLAGEN’ op het blad tegen de deur.
Radja kromp inéén. ‘Als afscheid dan?’
Mijn zus bleef pal voor haar staan, de armen gekruist. Mijn hart kromp mee.
‘Dank je, da’s heel lief’, zei ik, nam de roos aan en ging ermee naar mijn vader.
‘Van Radja’, zei ik en zijn ogen lichtten op.
‘Zij is de allerliefste’, fluisterde hij.
Ik nam mijn gitaar, tokkelde verstrooid wat onbestemde noten.

Plots hoorde ik vlakbij iemand zwaar ademhalen. Daar stond Imelda, die aan de overkant van de gang woonde, steunend op haar rollator. Ze bloosde hevig, haar witte haar krulde alle kanten op.
‘André, niet vertrekken voor ik u heb uitgewuifd!’
Ze hees zich moeizaam op het bed, legde haar hand op de zijne.
‘En dat op zo’n vreselijke dag!’
Mieke veerde recht, als door een wesp gestoken. Straks sleurt ze Imelda van het bed, dacht ik bang. Maar vader was haar voor.
‘Het zal druk zijn aan de hemelpoort, maar ze laten me wel door’, fluisterde hij met een glimlachje. ‘Draag goed zorg voor Radja.’
Mijn mond viel open van verbazing. Mijn god, hij weet het, dacht ik, zag ik ook Mieke denken. Had ik maar gesproken over de mist in mijn kop, dacht ik, had ik Radja maar binnengelaten.
Terwijl ik zat te piekeren, schoot mijn zus alweer in actie.Vastberaden liep ze de gang op.

Al vlug kwam ze terug met Radja. Die ging bij mijn vader staan, legde haar hand zachtjes op zijn hoofd.
‘Halleluja?’ vroeg hij.
Radja’s lied borrelde parelend op, klonk fris als een bergbeek. Mieke en ik gingen op het bed zitten en vielen in, Mieke met haar warme alt, ik hoog en helder. Zo zongen we het ene lied na het andere, meerstemmig, in nieuwe harmonieën.

De dokter deed stil zijn werk. En wij, wij bleven zingen, weefden een deken van klanken. Het zonlicht viel schitterend en bijna tastbaar binnen, een stralenkrans die ons omringde.
‘Ga maar’, zei ik.

12 reacties

David

maandag, 11:23

schoon, Katelijne. Elk woord op zijn plaats, geen woord te veel. De verschillen in karakters meteen duidelijk. Meer van dat!

Marie-Chrystel Slosse

zondag, 19:31

Zulk n mooi, warm en vooral menselijk verhaal, Katelijne !Het heeft me ontroerd en geraakt doch ook doen glimlachen.Sterk !

Joke Vandenabeele

zondag, 10:02

Mooi hoe je de vele lagen (zowel positieve als minder leuke) van een familie beschrijft… en ook erg herkenbaar hoe samen zingen dit alles voor even opheft (even doet het er niet toe hoe iemand is en de vreselijke aanslag wordt ook even buiten gehouden).

Gerda

maandag, 22:21

Katelijne, echt goed!! Schoon geschreven. Graag gelezen. Zat direct in het verhaal. Chapeau!

Monique Vancoppenolle

dinsdag, 16:39

Sfeervol, ontroerend en mooi verwoord. Mijn gedachten gingen uit naar her overlijden van mijn ouders.
Bravo Katelijne!

tina depourcq

woensdag, 17:13

mooi geschrijf Katelijne. Vlug was ik in de sfeer en kon me inleven in het verhaal van de aanslag en in het verhaal van een vader die de wereld vaarwel zegt.
Succes met het verhaal!

Ingrid Tuypens

woensdag, 08:59

jouw woorden roepen beelden, geuren en geluiden op en ontroeren me. Heel mooi !

Djemaa

woensdag, 03:42

Ik was aangenaam verrast toen de naam radja voorkwam. Hahaha echt leuk!! Leuk verhaal. Mooi samen gebracht. Love it! Moogt mij altijd updaten wnr je weer een stuk schrijft ! 😊😊😊

jackie Vanobbergen

dinsdag, 20:19

herkenbaar, mooi in woorden gebracht.

Riet Van der Meirsch

dinsdag, 15:08

Ontroerend mooi

Marianne De Grave

zondag, 15:12

Ik word er stil van. Zo mooi!

liliane Aelbrecht

zondag, 11:01

prachtig, warm verhaal….

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch