Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

De verdwijning

Door Pieter Drift

Zand liep door mijn vingers, korrels vielen terug op het strand. Drie meter verder zat Liesbeth. Zij kuste bijna teder een papieren zakdoekje, een rode afdruk bleef achter. Nogmaals deed ze het Daarna verfrommelde ze de tissue en stopte hem in haar tas. Ik keek naar haar en probeerde me voor te stellen hoe het zou zijn als ze haar lippen op mijn mond zou drukken. Liesbeth stond op en liep naar de zee. Daar stonden Menno en Frank tot hun middel in het water. Ze wierpen een frisbee naar elkaar. Ze gooiden steeds harde naar elkaar, lachten luis en maakten overdreven sierlijke duiken. Liesbeth haalde een hand door haar lange haar. Frank had gefluisterd dat ik die dag verkering aan haar mocht vragen. Volgens Menno zou ze tegen ons alle drie ja zeggen, alleen dit keer viel mij de eer te beurt. Ze gunden het me, zeiden ze.

Menno en Frank waren de populairste jongens van onze school. Enkele weken geleden begonnen ze tegen me te praten. Waar ik het aan te danken had, wist ik niet. Gisteren vroegen ze of ik ook mee ging naar het strand. Naast de handdoek van Liesbeth lagen Elma en Yvonne. Ze giebelden met elkaar. Drie jongens en drie meiden. Het was goed verdeeld.

Liesbeth kwam teruglopen. Ik keek naar haar navel die een beetje in haar buik verdween. Ze viel op haar knieën en zei iets tegen Elma. Met z’n drieën lachten ze. Ik legde mijn hoofd op mijn arm en keek naar Liesbeth. Ze lag op haar buik en had haar hoofd naar haar vriendinnen gedraaid.

Menno en Frank kwamen luid pratend het water uit. De frisbee zeilde net over me heen en kwam een meter van mijn hoofd in het zand terecht. Menno pakte zijn handdoek, droogde zijn haren en borst.

Liesbeth draaide haar gezicht naar de jongens toe. ‘Zullen we gaan?’

Frank raapte zijn handdoek op, legde hem naast Liesbeth. ‘Waar wil je heen?’

‘Gewoon verdwijnen.’

Elma en Yvonne gingen rechtop zitten. Even werd er gegrinnikt en keek iedereen naar Liesbeth. Ze stond op. Alle drie trokken ze hun kleren aan. Ik was de enige die reageerde, trok mijn broek over mijn zwembroek en deed mijn shirt aan. Menno draaide zich op zijn rug en zei: ‘Ga maar vast.’

Hij keek naar Liesbeth en gaf haar een knipoog, dat zag ik.

‘Wij volgen jullie straks wel in de verdwijning,’ grapte Frank.

Met z’n vieren kropen we onder het prikkeldraad door en gingen de duinen in. Het was onwerkelijk. Liesbeth liep voorop en leek te weten waar we naar toe gingen. Mijn ogen volgden de drie lijven. Soms keek ik achterom. Ik had verwacht dat Menno en Frank ons uiteindelijk wel zouden volgen. Elma week uit naar links en Yvonne naar rechts, Liesbeth bleef rechtdoor lopen. Ik volgde haar. In een duinpan hield Liesbeth stil en legde haar handdoek neer. Ik bleef staan en keek om me heen. Nergens was iemand te bekennen. De zon scheen fel. Liesbeth trok haar shirt uit en ging liggen. Met mijn handdoek om de nek liep ik een beetje rond. Ik wist niet wat ik moest doen. Nu verkering vragen? Een paar meter verderop zag ik een berg zand die nog niet lang geleden gegraven was. Ik liep er heen en zag er naast een diepe kuil.

‘Kun je mijn rug insmeren?’ hoorde ik.

Liesbeth ging op haar buik liggen en maakte haar bovenstukje los. Ik liet me vallen op mijn knieën en keek naar haar rug. Sproetjes op haar schouders en een kleine moedervlek op de plek waar de sluiting van haar bikinihesje had gezeten. Ze gaf me de fles zonnebrandcrème en sloot haar ogen.

Onwennig spoot ik de zonnebrand op haar rug. Ze stootte een gil uit en kwam een beetje overeind.

‘Gek!’ schreeuwde ze boos.

Even zag ik haar borsten die even bruin waren als haar buik. Mijn handen raakten haar rug toen ze overeind kwam. ‘Blijf van me af viezerik!’ Plots stonden Elma en Yvonne achter me. Ook het hoofd van Menno dook op achter de berg zand. Liesbeth wees naar me en toonde een pruilmondje.

‘Hij wilde me…’

Menno liep naar me toe en sloeg me in het gezicht. Ik viel naar achteren, proefde bloed. Elma en Yvonne keken naar Liesbeth die overeind kwam en snel haar bovenstukje vastmaakte.

‘Ik deed niks,’ zei ik en drukte de rug van mijn hand tegen mijn lippen. Ik keek om en zag hem staan met een metalen schep in de hand. Liesbeth liep naar haar vriendinnen. Elma veegde met haar handdoek de zonnebrandcrème van haar rug. Frank hief de schep omhoog en zwiepte hem tegen mijn slaap.

Zand kwam op mijn buik terecht. Ik hoorde de meiden. Iets was in mijn mond gepropt, het lukte me niet mijn armen en benen te bewegen. ‘De grote verdwijntruc,’ zei Menno. Als laatste zag ik Liesbeth naar me kijken. De smaak van het zand was zout.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch