Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

De Vogelpleegmoeder

Door Liesbeth de Jong

‘Als jij ze niet kan redden, zijn ze verloren,’ viel oma met de deur in huis. Ze stapte naar binnen en legde twee bleekroze garnaaltjes in mijn hand. ‘Het zijn huiszwaluwbaby’s.’ Oma zette haar boodschappentas op de tafel. ‘Ze lagen in de regen vlak bij hun vernielde nest onder de goot van een huis hier om de hoek. De bewoners zullen wel bang geweest zijn voor een beetje vogelpoep op de tegels.’ Ze schudde haar hoofd.
Ik sloeg mijn vrije hand voor mijn mond. Wat laf en gemeen! Hoe kon iemand zo wreed zijn? Die arme zwaluwen hadden zó veel energie gestoken in het metselen van hun nest met propjes modder, en hun eitjes voor niets uitgebroed. Wie weet wat er met hun andere kuikens was gebeurd! De beestjes die oma had opgeraapt, waren helemaal kaal – bijna doorzichtig – en hun oogjes zaten nog dicht. Het waren twee hoopjes ellende, die aanvoelden als kleine, koude kikkertjes.
Oma pakte haar boodschappentas. ‘Ik ga gauw naar huis voor het nog harder gaat regenen. Veel succes, Liesje!’ Ze streek over mijn haar en keek me met haar bruine ogen bemoedigend aan.

Wat moest ik nu doen? Oma wist dat ik altijd smolt als ik een vogeltje zag, maar ik kon toch geen wonderen verrichten? Ik was dertien en van het ene moment op het andere ‘moeder’: vogelpleegmoeder.
Ik blies mijn adem over de rugjes van de vondelingen en warmde ze op in mijn hand. De kilte trok langzaam weg uit hun verkleumde lijfjes en ze begonnen kriebelig te bewegen. Nu ze droog waren, zag ik dat er hier en daar een zielig plukje dons uit hun dunne huidje groeide. Met zo’n armoedig truitje konden ze zichzelf natuurlijk nooit warm houden.
Met één hand vulde ik een bloempot met keukenpapier en drukte er kunstig een kuiltje in. Mijn vader had intussen de warmtelamp van zolder gehaald en deze boven een oud aquarium gehangen, waarin de bloempot kwam te staan. Ik legde de stumpertjes in het kuiltje. Omdat ze bibberend tegen elkaar aankropen, bedekte ik ze met een lapje zachte stof. Zo leek het net of ze onder de vleugels van hun moeder zaten.
Ik begon als een bezetene op insecten te jagen. Gelukkig hadden we een vliegen- en muggenplaag in huis omdat de hordeur kapot was. IJverig sloeg ik de insecten een voor een dood. Of beter gezegd: ik mepte ze bewusteloos. Ze mochten niet geplet worden, want dan spatte de sappige vulling eruit en had je er niets meer aan. Met elke mug die ik ving, deed ik ook mezelf een plezier; die kon mij tenminste niet meer steken.

Al vlug was ik in het bezit van een stapeltje insecten voor de eerste ronde. Ik knipte de buit met een schaartje in hapklare brokjes en haalde het eerste kuiken uit de bloempot. Als het nu maar zou lukken! Heel voorzichtig peuterde ik met mijn nagel het tere snaveltje open en legde met een pincet een stukje insect op het tongetje. Het vogeltje slikte het meteen door. De volgende hapjes gleden ook probleemloos in het dunne keeltje.
Tot mijn grote opluchting at ook kuiken twee zijn stukjes vlieg braaf op. Hun honger was voorlopig gestild, maar dat zou niet lang zo blijven. Babyvogels eten de hele dag.

De kuikens moesten ieder uur gevoerd worden en het zou me niet verbazen als de vliegenmepper binnenkort aan mijn hand vastgroeide. Mijn jachtgebied had zich uitgebreid tot de voor- en achtertuin. Ik ging elke dag tot middernacht door met voeren, in de hoop dat de kleine piepertjes het zouden redden tot zes uur ’s morgens. Hun echte ouders zouden ’s nachts toch ook geen eten aanslepen?
Toch was ik er niet gerust op en deed nog een rondje om drie uur ’s nachts. Op dat tijdstip had ik – net als ’s morgens vroeg – geen fut om op vliegenjacht te gaan en voerde ik de zwaluwtjes meelwormen die ik in stukjes knipte. Het voeren ging steeds makkelijker. Als ik tegen de rand van de bloempot tikte, sperden ze hun snaveltjes wagenwijd open en kon ik de stortkokertjes moeiteloos vullen.

Nadat hun oogjes waren opengegaan, werd het pas echt leuk. Zodra ze me zagen, begonnen ze luid piepend te sperren. Ik begreep niet waar ze al dat voer lieten. Hoewel: ik moest hun bloempot drie keer per dag verschonen. Ze aten me de oren van het hoofd. Volgens mij verkocht de dierenwinkel meer meelwormen dan ooit.
Af en toe beroofde ik de kruisspin in de klimroos van een nog niet ingepakte prooi, waarbij hij me nijdig aankeek. Ik vond dat hij niet zo gierig moest doen, want de ‘voorraadkast’ in zijn web puilde uit. Tot mijn vreugde werd de klimroos ook bewoond door een kolonie bladluizen, die ik aan mijn zwaluwtjes kon voeren.

Op het moment dat ze over de rand van hun bloempot begonnen te poepen, hadden ze al een verenpakje. Het was nog wel een beetje slordig en ook nog niet helemaal af.
Ik durfde het nu wel aan om de nachtelijke voerbeurt te schrappen, met als gevolg dat de vogeltjes ‘s morgens luid krijsend op de rand van de bloempot sprongen zodra ik in beeld kwam. Met wijd opengesperde snavels en trillende vleugeltjes dwongen ze me om eerst voor hún ontbijt te zorgen.
Ik had opeens zelf geen trek meer in een ontbijt. In gedachten zag ik overal op mijn bord krioelende meelwormen en geplette vliegen liggen.

Na bijna drie weken voor mijn vondelingen te hebben gezorgd, begonnen ze hun vleugeltjes warm te draaien en door de kamer te fladderen. Ze waren nog niet zo groot als volwassen zwaluwen en hun veertjes waren doffer van kleur, maar ze voelden zich blijkbaar al erg stoer. Ze hadden piepkleine bevederde pootjes; het was net of ze witte sokjes droegen.

Op een zonnige ochtend zette ik de zwaluwtjes buiten in de volière; na twee dagen voelden ze zich al helemaal thuis in hun nieuwe villa.
Ik bleef ze verwennen met meelwormen en daar maakten ze dankbaar gebruik van. Ze hadden tot nu toe water uit een theelepeltje gedronken, maar ze leerden al vlug om uit het vogelbad op de bodem van de volière te drinken. Ze namen er ook graag een duik in. Ze aten zelfs speciaal insectenvoer voor volièrevogels en sliepen op een takje tussen de zebravinkjes. Zodra ik de volière binnenkwam, vlogen ze op mijn schouder om een meelworm los te peuteren.

Op een dag stonden er een journalist en een fotograaf van de regionale krant voor mijn neus. Oma had hun getipt en een week later verscheen er een lovend artikeltje met foto in de krant.

De eerstvolgende keer dat ik mijn gezicht in de dierenwinkel liet zien, vroeg de verkoper: ‘Ben jij dat meisje van die zwaluwen?’
‘Ja, dat klopt.’ Wat gingen we nou krijgen? Hij herkende me. ‘Ik heb weer honderd gram meelwormen nodig.’
‘Deze keer krijg je ze gratis.’ De verkoper trok er een gulle glimlach bij en schepte een plastic zakje vol.
Was ik maar eerder beroemd geworden.

De zomervakantie was bijna voorbij en het werd tijd om de zwaluwtjes vrij te laten voordat ze zouden veranderen in volièrebewoners. Maar eerst moesten ze weer leren om vliegen en muggen te eten. Ik maakte een paar bromvliegen buit en liep ermee de volière in. Hoewel mijn pleegkindjes al zelfstandig konden eten, begonnen ze enthousiast te sperren. Maar zodra ze de vliegen zagen, klapten hun snaveltjes dicht en staarden ze scheel naar de pincet.
Uiteindelijk hadden ze geen andere keus dan weer over te gaan op vliegen en muggen, want in de lucht – waar zwaluwen insecten vangen – zouden ze ook geen meelwormen tegenkomen.

Op de laatste dag van de zomervakantie stapte ik met twee kerngezonde zwaluwen op mijn hand de volière uit en gaf ze een zetje.
Daar gingen ze; in een spiraalvorm vlogen ze hoger en hoger. Ze cirkelden een paar keer boven mijn hoofd tot ze uit het zicht verdwenen.
Zes weken geleden waren ze op sterven na dood, maar nu konden ze veel meer dan ik: ze konden vliegen.

27 reacties

Willem Nijeboer

maandag, 10:43

Wat een aandoenlijk, goed geschreven verhaal! Ik bleef doorlezen tot het einde om te weten hoe het met de vogels afliep. Intussen kwamen wel veel medogenloos vermoorde meelworden en insecten voorbij…

Joke Nijeboer

zondag, 21:50

Dit verhaal is invoelend en met veel oog voor detail geschreven. In je verbeelding zie je de jonge zwaluwen groeien. Wat een fijn slot. Ik dacht dat de zwaluwen in de voliere wilden blijven…..

Miriam Wesselink

zondag, 16:34

Ah, lief! Ik kan me daar heel goed in inleven.
Die nijdige kruisspin! 😀

Laurens

zondag, 22:40

Een uit het leven gegrepen verhaal. De lezer voelt de liefde voor het diertje en gaat er in op. Mooi gedaan.

Ton de vries

donderdag, 15:34

Een goed verhaal met als motto: overleef met behulp van de sterke arm en tenkoste van anderen. Een duidelijk gegeven in deze toch ‘schrale’ tijd. Daarna moet je je eigen ‘gang’ gaan of het onderspit delven. “Ik worstel en kom boven” zegt men in zeeland.

marian

maandag, 18:26

Aangrijpend verhaal van een ontluikend vogeliefhebster, dat ook nog eens volop tips geeft voor wie ooit zulke jonkies in handen zou krijgen, haha.
Fijn om zo een hartverwarmend relaas te le lezen, zeker rond de kersttijd!

Wim

donderdag, 22:02

Aha, zo is de vogelliefde dus ontstaan, of heeft er altijd al in gezeten. Het mooie? Het is geen verhaal, maar een aandoenlijke gebeurtenis.

Jolanda

zondag, 18:15

Heerlijk zo’ n verhaal. Gelijk vanaf regel 1 wordt je als lezer door de schrijfstijl het verhaal ingezogen …..Dit vraagt gewoon om meer.

Freddie

vrijdag, 17:19

De liefde voor vogels spat er af met dit verhaal.
Ik hoop dat de schrijfster nog steeds zo’n liefde heeft voor vogels.

cor

zondag, 13:10

Respect voor dat meisje!
En voor de schrijftster! Dit verhaal mag van mij winnen.

johannes

dinsdag, 12:56

Dit prachtig geschreven autobiografisch verhaal geeft een goed beeld van de bijzondere relatie tot vogels van een zeer empathische vrouw die op jonge leeftijd een passie voor vogels in nood ontwikkelde die nooit meer zou verdwijnen.

Eise en Jannie

dinsdag, 12:50

Wat een geweldig verhaal..Zo mag je er nog wel 1000 van schrijven. Wij zijn niet zo van lezen maar dit is toch de moeite waard…GEWELDIG

Gretha

dinsdag, 11:44

De liefde voor de vogeltjes bij een meisje van dertien.
Heel mooi geschreven, en door de foto heb je ook een beeld bij het verhaal. Je ziet het meisje echt voor je, druk bezig met voeren…Gelukkig is alles goed gekomen met de zwaluwtjes.

Tineke

maandag, 20:10

Deze schrijfster moet wel heel veel van dieren houden.
Halverwege het verhaal voelde ik me dat kleine meisje.
Dan ben je een begenadigd schrijfster!
Heel mooi verwoord,Liesbeth.

Kor

zondag, 20:52

Geweldig Liesbeth,mooi geschreven.
Groetjes

Alie Dorhout

zondag, 20:51

Schitterend,de vogeltjes gered,mooi verhaal met goede afloop gelukkig,mijn kleindochter heeft ook gesmuld,zij is ook een natuurliefhebber,loopt altijd met fototoestel om vast te leggen wat ze zoal tegenkomt,dikke pluim voor de schrijfster Liesbeth

Rick Kingma

zondag, 14:23

Liesbeth is iemand die, behalve getalenteerd schrijver, ook een gepassioneerd vogelliefhebber is. De manier waarop ze ‘De Vogelpleegmoeder’ heeft geschreven, toont dat duidelijk aan.
Een warm verhaal derhalve…..hulde!

E.J. Bron

zaterdag, 13:09

Mooi verhaal dat goed afloopt.

Henny de Wit

vrijdag, 18:34

een prachtig verhaal

Jan

vrijdag, 18:25

Leuk “uit het leven gegrepen” verhaal over zwaluwtjes die tijdelijk echte “huis” zwaluwen waren.
En een happy end. 🙂

Rudolf

vrijdag, 13:51

Mooi geschreven verslag van een ontroerende gebeurtenis. Een verhaal is in mijn ogen pas écht goed, als de lezer het in zijn gedachten gaat visualiseren. En dat was precies wat er bij mij gedurende het lezen gebeurde: ik zág als het ware dat kleine meisje in de weer om die kleine vogeltjes te verzorgen. Heel erg leuk!

Ans V.

donderdag, 22:03

Boeiend verhaal, Liesbeth en een heel goede schrijfstijl.

Je hebt beslist veel talent. Woeker ermee.

Frank de Vries

donderdag, 20:15

Wat een mooi en liefdevol verhaal! Iemand die met zoveel overgave tijd en energie geeft aan kleine hulpeloze wezentjes móet wel een mooi mens zijn. En vooral het eind geeft aan dat de schrijfster haar vogels zelfs superieur vindt. Want ze kunnen iets wat wij niet kunnen…

Harry Vos

donderdag, 18:48

Wat een geweldig gevoelig verhaal van een heel onschuldig aandoend meisje .
Én met een goede afloop , dit maal .
Ook al ken ik de schrijfster niet persoonlijk , je zou aan de hand van deze belevenissen toch zó maar spontaan verliefd kunnen worden op iemand met een dergelijke insteek ?

Fantastisch , mevrouw De Jong .
Je hebt mijn hart gestolen !
Hopelijk volgt er nog véél meer .

Khashoggi

donderdag, 16:28

Wat een ontroerend verhaal. Destijds stond de schrijfster er nagenoeg alleen voor. Het valt nog helemaal niet mee om voor vogelpleegmoeder te spelen. Alle hulde aan de schrijfster. Als iedereen was zoals zij, dan zouden we in een betere wereld leven.

Maria

donderdag, 12:01

Je bent een topper zo mooi jij kan schrijven 📖📓😃

Liesbeth de Jong

Auteur donderdag, 11:50

De foto van de zwaluwtjes en mij heeft destijds in de krant gestaan. 😉

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch