Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

De Vossenstraat

Door Chynna Jansen

“Breng je me zo dadelijk naar de Vossenstraat?” vraagt oma.
Ik doe de koelkast open en pak de slagroomtaart eruit. Oma is dol op slagroomtaart. Eigenlijk is ze een enorme zoetekauw.
“Ik woon hier niet. Ik wil naar huis gaan,” zegt ze.
“Wilt u een klein stukje taart?” vraag ik.
Ze wrijft wat ongemakkelijk in haar handen.
“Natuurlijk wil ik dat, ik ben gek op die dingen.”
Oma woonde al een aantal jaren op de Vossenstraat voordat ze hiernaartoe verhuisde. In mei 1968 kwam ze voor het eerst naar Nederland. Ze was toen zevenentwintig jaar. Met haar drie kinderen reisde ze met de boot vanuit Suriname naar Nederland. De boottocht duurde drie weken.
Ik geef het witte schoteltje met het stukje slagroomtaart aan oma en plof naast haar neer op de bank.
Ze antwoordt met een handkus en neemt een hap.
“Ze hebben me zomaar hier gezet,” zegt ze met een halfvolle mond. Een beetje slagroom blijft in haar mondhoek zitten. “Vroeger ging dat niet zo,” gaat ze verder. “Ik heb mijn moeder nooit in een verzorgingshuis gezet. Dat hoort niet bij de Surinaamse cultuur. Toen ze niet meer voor zichzelf kon zorgen, kwam ze gewoon bij mij wonen.”
Ze schuift de aardbei van haar slagroomtaart op mijn schoteltje.
“Er is ook niks met me aan de hand,” zegt ze. “En dan zetten ze me zomaar hier.”
De televisie staat aan op ‘Investigation Discovery’. De gordijnen zijn halfgesloten. Ik kijk naar buiten. Het is donker. Het verpleeghuis staat in een bosrijke omgeving.
Ik zet mijn schoteltje op de salontafel.
Oma prikt in mijn zij.
“Omá!”
Met een ondeugende blik kijkt ze me aan.
“Oma is een plaagkop, hè?” zegt ze.
Ik knik.
“Dat was ik vroeger al,” zegt ze. “Ik gooide altijd propjes papier naar het schoolbord en de juffrouw riep dan altijd: jij daar, je bent ‘gewaarschauwd’.”
Ik glimlach.
“Ja, ze waarschuwde me altijd,” zegt ze, terwijl ze met haar hoofd knikt.
Ze legt haar hand op mijn knie.
“Ik wil naar huis gaan,” zegt ze.
“Maar oma,” antwoord ik. “U bent toch thuis?”
Ze trekt haar hand terug.
“Nee hoor. De Vossenstraat, daar woon ik. Ik vind het niet leuk hier.”
Ze staart voor zich uit.
“Breng je me?” vraagt ze voorzichtig.
“Nee, dat kan niet.”
Ze wappert met haar hand voor mijn gezicht.
“No feferi mi geest,” zegt ze. Verveel mijn geest niet.

Gisteravond lag ik naast oma in bed. Ze stond erop dat ik naast haar kwam liggen, dus om half tien kroop ik in bed. Een twijfelaar van één meter en twintig centimeter.
“Je hebt me verrast,” zegt ze. “Ik ben blij dat je er bent. Ik zit hier de hele dag te zitten en ik doe geen moer. Helemaal niks.”
“Oh, vergeten!” zeg ik en meteen zit ik rechtop in bed.
“Wat ben je vergeten?” vraagt oma.
“Mijn vitaminepilletje.”
Ik stap uit bed en schuif de tussendeur naar de woonkamer open.
“Je lijkt mij wel,” hoor ik haar zeggen.
“Oh, waarom?” vraag ik, terwijl ik het pilletje uit het plastic druk.
“Ik vergeet de laatste tijd ook veel dingen.”

Ik was de schoteltjes af en pak mijn zwarte rugzak.
“Waar ga je heen?” vraagt ze.
“Naar huis.”
“Kom je gauw weer bij me?”
Ik kijk naar het fotolijstje naast de televisie. Er zit een foto in van ons samen in het winkelcentrum.
Onder de foto staat de tekst ‘Mi lobi yu’ geschreven. Ik hou van je.
Oma staat op van de bank en loopt naar me toe.
“Volgende week kom ik weer bij u langs,” zeg ik.
“Ik wil niet dat je weggaat. Ik bind je vast aan die tafelpoot,” plaagt ze. “Je gaat nergens.”
Ik glimlach.
Drie zoenen op mijn wangen en een dikke knuffel. Haar geur dringt mijn neusgaten binnen. Ze ruikt niet meer zoals vroeger. Niet meer naar gekookte rijst en zoete, zelfgemaakte limonade.
“Kom je gauw weer bij me?” zegt ze. “Dan kun je me naar de Vossenstraat brengen.”

geen reacties
0 Fictie

Rauwe pijn

Sahar Noor

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam