Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

De Zwarte Jas

Door Meike Greve

‘Beloof je me te bellen als je een monster onder je bed vindt?’ grapt mama. Ze geeft Tommie een knipoog en haalt haar hand door zijn donkere krullen.
‘Jahaaa’ zegt hij en draait met zijn ogen. ‘Ga nou maar.’ Ze denkt zeker dat ik het spannend vind om voor het eerst alleen thuis te zijn.

Tommie trekt aan het puntje van zijn kriebelsok, wiebelt met zijn tenen en laat zich achterovervallen in de grote, rode bank. Hij vouwt zijn handen in elkaar en legt ze onder zijn hoofd. 1, 2, 3 dode muggen telt hij op het plafond. ‘Sahaaar, waar beeeeen jeee? Duuuuurt laaang!’, roept hij terwijl hij zijn sok nu helemaal uittrekt.

8 uur. Bijna een half uur geleden had Tommie een glas cola gepakt en was hij een spelletje Fortnite gestart. Dat mag altijd als zijn ouders een avondje uit gaan.

De bel! Tommie drukt op de rode knop van de afstandsbediening en rent naar de voordeur. De vloer is koud. Hij stopt op de helft, hinkelt snel terug en grist zijn sok van de bank. Buiten adem gooit hij de voordeur open en trekt hurkend zijn sok weer aan. ‘Waar bleef je nou?’

Stilte.

Tommie kijkt op. Zijn hart klopt zo hard dat hij het vanbinnen hoort. Hij valt achterover en probeert naar achteren te kruipen. De man in de zwarte jas. Hij is nóg langer dan gisteren. Is hij ziek? Hij is heel wit en knippert niet met zijn ogen. Versteend zit Tommie op de grond. Zijn ogen draaien langzaam naar rechts om de deur te zoeken. Te ver weg. Wat nu?

Gisteravond zag Tommie de Zwarte Jas, zoals ze hem hadden genoemd, voor het eerst in het park. De man droeg een zwarte jas tot aan de grond. Zo een met knopen en een gesp. Hij had een grote zwarte hoed op, die cowboys ook hebben. En hij was heel lang.
‘Wie is dat?’ vroeg Tommie.
Saar keek om. ‘Misschien moet hij eens naar de kapper,’ fluisterde ze giechelend. Onder zijn hoed kwamen lange, grijze haren vandaan.
Tommie en Saar liepen vanaf hun boomhut naar huis en de Zwarte Jas kwam achter ze aan. Grote passen. Steeds iets dichterbij. Zijn schaduw haalde hen bijna in. Tommie had snel over zijn schouder gegluurd. ‘Rennen?’ vroeg hij terwijl zijn voeten al versnelden.
Een paar minuten later stonden ze bij de uitgang van het park onder het oranje schijnsel van de lantaarn. De Zwarte Jas was nergens meer te bekennen. ‘Doei! tot morgen!’ zei Tommie. En zonder Saars reactie af te wachten liep hij naar huis.

‘Boe!’ De Zwarte Jas lacht vriendelijk, gaat door zijn knieën en steekt zijn hand uit. ‘Kom, sta maar op. Ik woon hier in de buurt en ik kom je wat brengen.’
Tommie schuifelt naar voren. Zijn billen zijn nu ook koud. Voorzichtig geeft hij de Zwarte Jas zijn hand en trekt zichzelf omhoog. De hand van de man is zacht en warm.

De Zwarte Jas draait zich snel om. Zijn jas wappert. Hij bukt. Tommie blijft stokstijf staan. Hoe weet hij waar ik woon? Zal ik de deur dicht gooien? Of hem omverduwen? Ik ben nu groter dan hij. Wat zou Saar doen?
Te laat. Langzaam draait de Zwarte Jas weer naar hem toe. In zijn linkerhand ziet Tommie vanuit zijn ooghoek iets glinsteren. Hij hoort zijn eigen hart weer. De Zwarte Jas komt naar voren en ineens ziet Tommie het. ‘Ons kistje!’ roept hij.
‘Alsjeblieft. Ik vond het gisteren naast een boom in het park. Toen ik rondkeek zag ik jullie twee weglopen. Ik kwam nog achter jullie aan, maar jullie kunnen rennen als de besten. Gelukkig zag ik je vanmiddag hier naar binnen gaan.’ Weer lacht hij.
Tommie steekt zijn handen uit en neemt het kistje aan. ‘Dank u wel, meneer.’ Hij buigt zijn hoofd en kijkt naar zijn tenen. Eén blauwe sok en één streepjessok.
‘Graag gedaan. Mooie boomhut, jongen!’
Tommie kijkt op en lacht voorzichtig. ‘Ja he!?’
‘Tot ziens in het park!’ De Zwarte Jas draait zich om, steekt zijn hand de lucht in en verdwijnt in het donker.

Als Tommie op de bank ploft met het kistje gaat de deurbel. Saar.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch