Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Dertig

Door Maud Nass

Een bezoek aan de tandarts is voor mij altijd een bevestiging geweest van het feit dat het leven me voor de wind gaat. Nooit iets aan de hand, altijd complimenten, altijd binnen tien minuten weer buiten. Ik ga maar één keer per jaar, want er is toch nooit iets.
Dit keer is het anders. Bij binnenkomst meldt Tandarts Meyer – het type mens dat sommige, andere mensen met de term ‘kenau’ bestempelen –  dat het toch wel weer eens tijd is voor een foto. De assistente vraagt of ik even zachtjes op een soort dubbelgevouwen plastic pinpas wil bijten, mijn mond wil sluiten, en niet wil kokhalzen.
“Kijk,” zegt Meyer wijzend naar de foto: “Hier… hier… en hier… zie je dat het tandvlees langzaam begint terug te trekken. Het is een proces van jaren, misschien vijf, maar op een gegeven moment komen de tandhalzen bloot te liggen, en dan gaat het slijtageproces van je gebit veel sneller.”
Horizontaal in haar felpaarse stoel drukt ze me een spiegel in de hand. “Kijk, als ik dit doe, begint je tandvlees meteen te bloeden. Kijk, hier ook. Ja kijk maar, je ziet toch dat het een beetje ontstoken is.” Door het speeksel op mijn tanden vloeit het rood. 
“En knars jij ‘s nachts? Nee, daar kun je niets aan doen hoor. Maar zie je dit? Hier is er een stukje af, en hier ook, en hier is een hoekje afgebroken.” Ik begin te begrijpen dat mensen bang kunnen zijn voor de tandarts.
Als we weer verticaal tegenover elkaar staan, vraag ik haar of dit verval te rekken is. “Elke dag stoken,” zegt ze. Dat doe ik al. “Elektrisch poetsen..?” Ja… nee.. klopt… dat doe ik inderdaad niet. Maar moet ik daar dan aan beginnen?
Deze maand word ik dertig. Leeftijd zegt me eigenlijk nooit zoveel. Ik ben vooral bezig met de uren die mijn heden omringen. Op de fietstocht terug naar huis heb ik de smaak van plastic handschoenen nog in m’n mond en dat blijft me herinneren aan Meyers ongesuikerde woorden.
Ik slijt. Of dat is wat overdreven, laat ik zeggen: het commentaar waarmee Meyer het drukken van haar vingers in mijn mond voorzag, confronteert me onverwacht met het gegeven dat het gebit waar ik het in dit leven mee doe een houdbaarheidsdatum heeft. In hoeverre ga ik het einde van mijn materie proberen uit te stellen door maatregelen te nemen? In hoeverre blijf ik gewoon onbezonnen door leven?

Een week later vind ik mezelf tegenover een groen, knipperend lampje op het plankje boven de wastafel. Na wat onderzoek op het internet bleek ik voor zo’n vijfendertig euro een degelijke, elektrische borstel te kunnen krijgen. Dat leidde vlot tot de conclusie dat de financiële investering om elektrisch poetsen te introduceren opweegt tegen het comfort dat mijn mond er vermoedelijk door zal hebben.
Nu sta ik op het punt om voor het eerst in mijn leven een elektrische tandenborstel te gebruiken. Het lampje knippert nog, dat betekent volgens de gebruiksaanwijzing dat hij nog aan het opladen is. Kan ik hem dan al gebruiken? Hij is al uren bezig, en nu wil ik wel naar bed. Mijn hand omklemt het rubberen handvat en ik haal de borstel van de plastic standaard. Ik druk op het knopje. Hij begint te trillen! Ik kan al poetsen.
Het gevoel is van het ding in mijn mond is heel apart. Alles trilt. De harige kop vibreert tegen mijn tanden, dat gaat door in mijn kaken, en dat voel ik door mijn hele schedel tot in mijn achterhoofd. Vrij oncomfortabel. Zijn er mensen die dit twee keer per dag doen?!
Het geluid van het motortje is hard. Kan ik na elf uur ’s avonds nog wel tandenpoetsen, of maak ik dan huisgenoten wakker?
In de handleiding staat dat er een timer op dit ding zit, dus dat hij me op een bepaalde manier gaat laten weten als er twee minuten voorbij zijn. Dan heb ik in principe lang genoeg gepoetst. Sorry, maar op mijn tempo heb je dan toch nooit alle plekjes gehad?
De elektrische tandenborstel beweeg ik nu gewoon op en neer zoals ik bij mijn handborstel doe. Dat lijkt me sneller… Mijn god, kun je hier aan wennen? De gebruiksaanwijzing vertelt dat als ik te hard druk dat de tandenborstel het dan ook aangeeft. Dat klopt. De trilling pauzeert kort als ik harder druk.
Op een gegeven moment lopen er allemaal druppels tandpasta-speeksel over mijn kin en poetshand. Ik probeer boven de wasbak te blijven, zodat ze daar invallen. Wat een rotzooi.
De twee minuten moeten haast wel voorbij zijn. Maar er was toch geen signaal? Of was dat ook een interval in het trillen? Dat moet wel. Maar hoe kan je het verschil dan weten?! Als ik denk dat ik ongeveer overal ben geweest, zet ik het ding uit. Stilte. Mijn gezicht voelt gek. Het is helemaal in de war geschud, mijn wangen tintelen.
Als ik met mijn tong over mijn tanden ga, voelen ze super glad! Alsof ik net van de tandarts kom! Oké, dat snap ik wel. Maar wegen de tijd en moeite op tegen dit voordeel? Ik bekijk mijn gebit in de spiegel. Het ziet er schoon uit.
Maar hallo, we moeten het hier even over hebben. Serieus?! Ik bedoel, ik geloof heus wel dat ik hier aan zal wennen. Maar denken we echt dat tweemaal per dag zo’n trilborstel in je mond een verbetering is voor ons en onze leefomgeving?
Wat klink ik oud opeens. Ik bedoel, ik word pas dertig, maar ik ben wel aan het zeiken op een verandering waar de meeste jongelui geen seconde bij stil staan. Sijpelt het aanstaande lichaamsverval nu al door in de geest die tot een week geleden nog ongeschonden leek?

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch