Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Dieper

Door Miriam Levenga

Een traan gleed over haar wang en viel zijn dood tegemoet op het zachte gras. Hoe vaak had ze hier al gelegen? Huilend, woedend, onbegrepen en alleen. Niemand begreep haar, niemand zag haar, niemand hoorde haar, alleen Natuur. Zij zou nooit oordelen of boos worden. Zij zou haar nooit zomaar beschuldigen. Natuur kende haar.
Harmonie lag op haar rug, starend naar de blauwe lucht, omarmd door het gras. De wind bulderde woest om haar heen. Hij leek te schreeuwen. Kwaad op de wereld, net als zij. ‘Ik doe het niet meer!’ riep ze tegen de hemel. ‘Ik doe het niet langer. Ze bekijken het maar.’
De wind leek wat tot bedaren te komen en fluisterde zachtjes in haar oor, alsof hij haar gerust wilde stellen. ‘Ik doe alles wat er van me gevraagd wordt, ik geef, maar krijg niets terug. Ik ben op, leeg. Dit is zinloos! Waarom zou ik dan door blijven gaan? Vertel me dat dan? Waarom?’ Weer gleed er een traan over haar wang, maar antwoorden kreeg ze niet. De wind leek met haar mee te huilen. Hij begreep haar wel.
Al een paar weken voelde ze zich als Atlas, alsof zij de wereld in haar eentje moest dragen. Een wereld vol pijn, haat, verdriet en schuld. Het was te zwaar voor haar alleen.
Een jongen kwam aanlopen en ging naast haar zitten. ‘Je moet een besluit nemen, Harmonie,’ zei hij zacht.
‘Ga toch weg, Ego,’ zei ze tegen hem. ‘Laat me met rust.’
‘Ik ga, maar luister eerst naar me. Je hebt je lang genoeg bekommerd om anderen. Denk ook eens aan jezelf. Laat het gaan, Harmonie.’
Ze haalde diep adem. Dit was niet wie zij was. Ze kon toch niet zomaar loslaten?
‘Toe,’ smeekte Ego. ‘Doe jezelf dit toch niet aan! De pijn is het niet waard.’ Hij keek haar aan. Hij was oprecht bezorgd om haar. Met haar mouw droogde ze haar tranen; de tijd van huilen was voorbij. De tranen maakten plaats voor een glimlach. Ego had gelijk: tijd voor verandering. Ze nam een besluit en deed iets wat ze al veel eerder had moeten doen; ze liet de aarde vallen.
Die nacht sliep ze slecht. Schuld bleef constant aan haar hoofd zeuren, wat slapen onmogelijk maakte. Toen de ochtend kwam, voelde ze zich nog altijd even beroerd als de avond ervoor. Ze had gedacht dat het leven veel lichter zou zijn, nu de aarde weg was. Ze had gedacht dat ze zich eindelijk vrij zou voelen, maar ze voelde zich alleen maar zwaarder. Ze was nog onrustiger dan de dag ervoor. De woeste zee in haar was nog altijd stormachtig. Het donderde en regende onophoudelijk. Het was altijd vloed en de zeemeeuwen schreeuwden continu.
Harmonie probeerde alles om de zee te kalmeren, de meeuwen te stoppen, de regen te drogen, maar niets leek te helpen. Het was zinloos, onbegonnen werk.
Ego kwam haar kamer binnen. ‘Wat moet ik doen?’ vroeg Harmonie in paniek, toen ze Ego zag. ‘Je moet me helpen!’
‘Dat kan ik niet,’ zei hij. ‘Maar ik ken iemand, die dat wel kan.’ Een glimlach verscheen op zijn gezicht. ‘Hein,’ zei hij resoluut. ‘Ken je hem nog? Vier jaar geleden waren jullie erg goed bevriend. Schrijf hem, hij weet wel wat je moet doen. Het komt goed, beloofd.’ Ego klopte haar op haar schouder.
‘Dank je,’ zei Harmonie, vlak voordat Ego haar kamer verliet. Ze herinnerde zich Hein wel. Een vriendelijke man was hij, vooral toen ze hem echt nodig had vier jaar geleden. Hoe kon ze hem zijn vergeten? Met een kleine lach en een sprankje hoop begon ze aan de brief.
Ze schreef snel; ze moest het nu ook kwijt. Het was onleesbaar, maar Hein zou het wel begrijpen. Ze stopte de brief in een envelop en gaf hem mee aan Ego, die op de stoep op haar had gewacht.
Precies een dag later kwam Ego haar kamer binnenlopen, met een grote glimlach en een envelop in zijn handen. ‘Zei ik het niet?’ vroeg hij blij. ‘Het komt helemaal goed. Hij wil met je afspreken, vanmiddag!’
Harmonie pakte de brief van Ego aan en las opgelucht de brief door. Het was een korte brief, maar hij bevatte precies genoeg informatie. Hij wilde met haar afspreken op het strand, over een uur.
Met een glimlach op haar gezicht maakte ze zich klaar voor de ontmoeting met Hein. Ze trok haar jas aan en strikte haar veters. Toen ze zich omdraaide, klaar om weg te gaan, stond Verstand voor haar, met zijn armen over elkaar. ‘Wat denk je dat je aan het doen bent?’ vroeg hij boos.
‘Ga aan de kant,’ zei Harmonie bars. ‘Ik moet weg, ik heb een afspraak.’ Ze hoorde een trilling in haar stem. Nee, dit was haar besluit. Dit wilde ze en er was niemand die haar tegen zou houden. Al helemaal Verstand niet.
‘Je gaat naar Hein, zeker?’ vroeg hij ietwat verbaasd.
‘Hoe…?’ Hij had haar brief gelezen, dat kon niet anders. ‘Dat zijn jouw zaken niet!’
‘Je hebt mijn vraag niet beantwoord,’ zei hij rustig. ‘Ga je naar Hein?’
‘Ja!’ schreeuwde ze. ‘En wat dan nog?’ Ze keek hem uitdagend aan. ‘Ik laat me niet tegenhouden door jou. Had je maar eerder moeten komen.’ Ze keek Verstand met een brutale glimlach aan. Dit was haar besluit.
Verstand zette een stap opzij, zodat Harmonie erlangs kon. ‘Ga je gang,’ zei hij laconiek. ‘Je weet toch dat het geen zin heeft? Uiteindelijk moet je het toch weer opnieuw doen. Als Hein verstandig is, vertelt hij je dat ook.’
‘Kan me niets schelen,’ riep ze boos. Waarom zat hij haar toch altijd zo in de weg? Snapte hij dan niet dat ze weg wilde? Stampvoetend liep ze langs hem heen, op weg naar het strand.
De zee werd langzaam groter en groter toen ze dichterbij kwam. Daar, in de verte stond Hein, starend over het woeste water. Ze stopte met lopen. Daar was dat gevoel weer, die aarzeling. Was ze er zeker van? Wilde ze dit?
Ze schudde het idee van zich af en liep door. Ja, dit wilde ze.
‘Hallo Harmonie,’ zei hij met zijn rustige, diepe stem, toen ze naast hem stond. ‘Gaat het een beetje?’
‘Nee,’ zuchtte ze. ‘Nee, het gaat helemaal niet.’ Ze slikte de brok in haar keel weg. Ze had een vraag, maar ze was bang voor het antwoord. Ze raapte haar moed bij elkaar en vroeg: ‘Ik… Kun je me meenemen?’ Eindelijk had ze het gezegd. Zodra de woorden haar lippen verlieten, werd de zee kalmer. Eindelijk zou ze haar welverdiende rust krijgen.
‘Dat kan ik…’ begon hij.
Harmonie wilde al juichen, maar Hein was nog niet uitgesproken. ‘Maar dat doe ik niet, lieve Harmonie.’ Meteen reageerde de zee woest. Dat kon niet!
Hein leek niet geïntimideerd en sprak rustig door. ‘Het is je tijd niet. Mijn land is geen eindstation, maar een tussenstop. Dat weet jij ook wel. Ik weet dat het niet makkelijk voor je is, maar in elke woestijn ligt een oase. Vind die en herpak jezelf. Het komt wel goed. Het komt altijd goed.’ Zijn warme stem temde de woeste zee. Toch was Harmonie niet rustig. Ze had schade aangericht die onherstelbaar leek te zijn. ‘Hoe dan?’ riep ze in paniek. ‘Ik heb de aarde laten vallen. Het komt niet meer goed!’
Hein keek haar aan en zei: ‘Rustig, mijn kind. Ga naar huis. Daar vind je wat je zoekt.’
Teleurgesteld, verdrietig, bang en woedend ging ze naar huis. De storm was terug. De wind huilde weer en de zee golfde hoog op. Ze was verloren. Niemand wilde haar helpen, niemand kon haar helpen.
Vermoeid liep naar huis. Vanbinnen was ze koud als steen, bevroren en levenloos. Dit was het dan. Dit was hoe het voor de rest van haar leven ging zijn.
Ze opende de voordeur en sleepte zichzelf naar haar slaapkamer. Als niemand haar wilde helpen, dan moest ze zichzelf maar helpen!
Ze duwde de deur van haar kamer open, waar ze Emotie en Realiteit aantrof op haar bed. Het haar van Emotie was zee-blauw; de kleur van verdriet. Versteend staarde ze naar de twee meiden op haar bed. Dit had ze niet verwacht. Na maanden van afwezigheid waren ze terug?
Voorzichtig, voetje voor voetje, liep ze naar hen toe. Emotie en Realiteit schoven op en lieten Harmonie tussen hen inzitten. Emotie trok Harmonie naar zich toe. ‘Och meid!’ zei Emotie. ‘Ik weet het.’ Emotie hield haar vast en wiegde haar zachtjes heen en weer. ‘Het komt wel weer goed.’
Harmonie kon het niet helpen. Het gebeurde gewoon. De zee kwam als watervallen neer op het land. ‘Wat moet ik doen?’ snikte ze. ‘Ik heb de aarde laten vallen.’
Emotie liet haar los en keek haar aan. ‘We pakken de aarde gewoon weer op,’ zei Realiteit zachtjes.
‘Hoe? Ze ligt aan diggelen. Ze is veel te zwaar voor me. Ik kan haar niet dragen. Niet meer.’
Realiteit en Emotie hielden haar handen vast. ‘We doen het samen. Stukje voor stukje.’

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch