Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Djinn

Door Jos Jansen

Djinn

Barbara en Claudel besloten om definitief uit elkaar te gaan op een avond in juli. Ze zaten in hun woonkamer, waar ze meestal de tijd doorbrachten. Hoewel het al een tijdje niet zo goed ging tussen hen, was Barbara op een bepaalde manier verrast. Ze geloofde heilig in het huwelijk en vroeg zich af waar het fout was gegaan. Terugkijkend op de veertien jaar samen kwam ze niet verder dan dat ene beeld van hem, oprijzend uit het water.
Ze hadden elkaar tijdens de studietijd leren kennen. Beiden eerstejaars student, lid van de roeivereniging. Op een middag hadden ze de dubbel wherry genomen en waren naar het eiland in het midden van het meer geroeid. Het water was vlak en verlaten. Halverwege trok Claudel al zijn kleren uit en sprong overboord. Verbaasd, ietwat opgelaten ook, roeide Barbara alleen verder, terwijl hij met langzame slagen achter haar aanzwom. Ze was al een tijdje op het eiland toen hij aankwam. Zijn gestalte rees uit het flesgroene water op, de middagzon pal achter hem. Lome zomerhitte lag over het tafereel: zijn natte haar, de gladde borstkast, de druppels die ervan afgleden, het gemak waarmee hij naast haar ging liggen, de warmte van hun eerste, zoute kus. Het was een goede dag geweest.
Even voelde ze wanhoop opkomen, paniek bijna, over de dagen in het verschiet, maar haar verstand liet een stroom aan tegengeluiden horen waarop ze gewillig meevoer – ze was nog jong, geen veertig, aantrekkelijk genoeg; plenty goede dagen.
Claudel stond op en liep naar de buffetkast. Aan zijn bewegingen kon ze zien dat hij een glas inschonk, leegdronk en weer bijschonk. Toen hij zich omdraaide en haar een glas aanreikte, glom het polshorloge dat ze hem had gegeven.
‘We moeten nog de details doornemen,’ zei hij. ‘Wie wat meeneemt en zo. Maar dat kan later, dat hoeft niet nu.’
Hij stond voor haar. Een meter vijf en tachtig, een en al pezen en spieren vanwege het roeien. Nog steeds fanatiek.
Het enige wat ik meeneem zijn herinneringen, dacht ze. Wat begon op het eiland, wat eindigde in Bretagne.
Barbara ging zomers gekleed: een zwart hemdje, dunne elastieken bandjes, een korte broek en blootsvoets. Haar bruine haar en borsten droeg ze los. Van haar gin-tonic drinkend nam ze hem op.
Tot aan Bretagne had ze het leven van een Zwitsers uurwerk geleid. Maar sinds die ander dat mechanisme had ontregeld waren haar dagen onvoorspelbaar geworden. Het liefst sloot ze zich op. Niet de straat op gaan. Het gevoel dat ze kreeg wanneer ze bij anderen was. Alsof ze een bord meedroeg waarop ZIELIG stond – en wat ze niet wilde zijn.
‘Ik ben je nog wat vergeten te vertellen,’ begon ze.
‘Vergeten? Jij?’
‘Ja, ik. Gisteren ben ik bij haar langs geweest, bij Lucy, zo heet ze toch? Ik krijg de indruk dat haar KRALENPARADIJS niet al te goed loopt. Alleen die naam al. Maar ja, we leven in het tijdperk van Internet, wie gaat er nog naar winkels? Misschien dat ik daarom iets heb gekocht. Een armband. Ik vroeg haar het in te pakken en ze deed het braaf.’
‘Ze is aardig.’
Het klonk nonchalant. Misschien wel te veel.
‘Ja, dat vat het wel zo’n beetje samen. Toen ik wegging heb ik haar nog iets gevraagd. Wil je weten wat?’
‘Nee.’
‘Of je bij haar wel anaal mocht.’
Met een ruk draaide Claudel zich om. Hij keek haar doordringend aan, wachtte en schudde toen zijn hoofd: ‘Nee,’ zei hij, ‘dat heb je niet. Zo zit jij niet in elkaar.’
‘Een volstrekt legitieme vraag,’ zei ze. ‘Wat wou je anders gaan doen, vadertje spelen met haar kinderen?’
‘Kappen Barbara. Je bent verdrietig en probeert mij boos te maken. Ik laat me niet boos maken, niet door jou.’
Een andere herinnering. Het was geen kunst om hem uit zijn evenwicht te brengen, vanaf hun eerste samenzijn was dat al zo. Zijn motto “de kortste weg, een rechte lijn” vertaalde zich naar een bepaald soort onverschrokkenheid bij alles wat hij deed. Ze genoot ervan hindernissen op te werpen bij de rechte lijnen die hij voor ogen had, een opmerkinkje hier, een duwtje daar, alles maar om hem te zien wankelen. Ze had altijd gevonden dat twijfel hem aantrekkelijker maakte, een tikje menselijker zelfs, al zou Claudel dat niet met haar eens zijn.
Vrienden zeiden weleens dat ze elkaar zo goed aanvulden. Zelf zag ze dat anders. Wanneer je iemand leert kennen die in alles je tegenpool is, bewonder je hem of haar voor de karaktereigenschappen die je zelf mist. Wanneer je vervolgens jaren doorbrengt met diezelfde iemand, slaat bewondering om in irritatie. Niet over alles, veel van zijn of haar aard neem je voor lief, maar uiteindelijk blijven er een paar dingen over die je probeert te veranderen. Wezenlijke dingen. Maar iemands karakter is weerbarstige materie. En niet alles laat zich voegen, zoals er ook mengsels bestaan die elkaar van nature afstoten. Wat rest is de modus om daarmee om te gaan. Voor hen was dat het spel geweest.
‘Djinn,’ zei ze.
Onmiddellijk keek hij op.
Om de onoverbrugbare meningsverschillen in hun relatie te vermijden hadden ze een spel bedacht. Djinn noemden ze het, naar het verhaal van de geest in de fles. Ieder jaar mocht een van hen een wens doen en de ander moest deze inwilligen, compromisloos, en daarna draaiden de rollen om. Het was allemaal vrij onschuldig begonnen: zijn horloge, haar zilveren ketting, de belachelijk dure racefiets, een skivakantie waar ze eigenlijk geen tijd voor hadden, maar later had het spel een veel grimmiger karakter aangenomen. Djinn zoals ze het de laatste jaren speelden verontrustte hen, tegelijkertijd wond het hen op. Voortdurend hadden ze elkaar per opbod uitgedaagd, benieuwd naar waar bij de ander de grens lag. Anaal had ze geweigerd.
‘Wat is er met Djinn?’ Argwanend keek hij haar aan.
Ze gaf geen antwoord, liep naar de buffetkast en schonk een glas gin in. Daarna liep ze door naar de radio en draaide aan de knoppen totdat ze muziek vond die haar beviel. Een bekend rocknummer, een pakkende gitaarlick. Ze begon te dansen.
‘Barbara, wat is er met Djinn?’
‘Ik heb nog een wens te goed.’
‘Dat lijkt me niet zo’n goed plan.’
‘Je hebt het beloofd,’ zei ze. ‘Plechtig beloofd. Of ben je van plan om al je beloften te breken?’
Heupwiegend kwam ze op hem af.
‘Je wilt dansen?’
Ze knikte.
‘Je wilt nu dansen?’ Ze hoorde het ongeloof in zijn stem, hoorde hem denken: wat kan daar nou mee misgaan?
Ze greep zijn handen.
Aarzelend begon hij mee te bewegen.
Met zijn tweeën dansten ze totdat het nummer was afgelopen. Claudel wilde weglopen, maar Barbara hield hem tegen. Ze zette een andere zender op, een nieuw lied. Een hoge toon vulde de kamer. Een monotone drumbeat vlocht zich tussen de ijle tonen en een vrouwenstem begon mee te zingen, steeds dezelfde onverstaanbare woorden herhalend. Barbara sloot haar ogen. Er gebeurde iets met haar. Weer een herinnering die boven kwam drijven. Ze stond met Claudel op de klif, om hen heen bulderde de wind met een windkracht zeven en onder hen sloegen de golven van de Atlantische oceaan stuk op de rotsen van Bretagne. Claudel vertelde van de vrouw die hij had ontmoet. Verdriet sloeg als een moker tegen haar borstkast.
‘Wat is er?’ Claudel keek haar vragend aan.
Ze probeerde te praten, maar er kwam niets. Ze herinnerde de wind, de golven, het gekrijs van de meeuwen.
‘Weet je nog,’ zei ze zacht, ‘van onze eerste keer?’
‘Natuurlijk weet ik dat nog.’
‘Op het eiland midden in het meer,’ zei ze. ‘Als konijnen. Weet je dat nog?’
Ze haalde diep adem en dronk haar glas leeg.
‘Drink nou niet zoveel.’
Ze negeerde hem, schoof het bandje van haar hemd naar beneden.
‘Niet doen,’ zei hij.
Ze glimlachte. Met het andere bandje deed ze hetzelfde.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch