Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Dominee doet mee

Door Arjan Van Essen

“Hoe dan ook, ik blijf er bij dat ik scheiden wil’ klinkt het vastberaden uit haar mond. ‘Wat jullie ook zeggen, er is al veel te veel gebeurd. En natuurlijk weet ik ook wel dat we elkaar trouw beloofd hebben. Tot de dood ons scheidt enzo. En dat er altijd een nieuw begin mogelijk is. Maar niet voor mij, daar is het te laat voor. Dan had hij dit eerder moeten bedenken’.

Daar. Daar is het. Het ‘hij-woord’. Mijn ervaring leert me dat in alle gesprekken met echtparen die op punt staan uit elkaar te gaan, dit het kenmerk is. Hier een brug overgestoken wordt. Op het moment dat echtelieden elkaar met hij of zij aanduiden, terwijl ze beiden aanwezig zijn, dan is het pleit beslist. Men gaat dan uit elkaar. Dit is langzamerhand een soort waarheid voor me geworden. Hoe banaal het ook klinkt. Maar feit is dat je er als dominee meestal veel te laat bij bent. Er is dan al zoveel schade aangericht. Zoveel leed elkaar aangedaan. Dat wat ik ook zeg, de beslissing is meestal al genomen.

Hooguit verwacht men van mij een soort goedkeuring of instemming met al lang gemaakte keuzes. Bijna het equivalent van de huwelijksinzegening. Maar dan andersom. Een soort ontbindingszegen. Jammer voor hen geef ik die niet. Meestal niet.

Maar zoals vanavond, tja dan kom ik wel in de verleiding. Hij als een ‘zich van geen kwaad bewust’ en ‘groot onrecht aangedaan wordend’ op zijn hoge rechte stoel. Wel toegegeven dat hij af en toe wat losse handjes had, maar dat ligt nu achter hem. Hij is genezen. Heeft net onder tranen bezworen dat hij het nooit meer doen zal.

Gerard, de wijkouderling, pakt het op en begint inlevend en meevoelend aan te geven dat dit toch wel een mooie stap is. Ik word er een beetje naar van. Heb de neiging om iets te zeggen in de trant van ‘Zeg nou zelf, bekijk die kerel eens goed. Die gaat niet veranderen. Die moet slaan. Waarschijnlijk zelf een product van patronen van geweld en mishandeling. Dat komt niet goed met een spijtbetuiging’.

Maar ik zeg niets. Kijk naar haar. Ze zit heen en weer bewegend op de hoek van de bank. Armen over elkaar, hoofd tussen de schouders. De knieën hoog en gesloten en net als haar voeten, van hem afgekeerd. Ze kijkt me even aan. Voelt als een bliksem. Slaat haar ogen neer. Wimpers die als luiken de ramen dichtdoen. Deze ogen hebben teveel gezien. Teveel meegemaakt. Hebben op dit moment rust nodig. Niet voor niets heb ik net de twee koffers zien staan onder de kapstok in de garderobe. Ze heeft alles al gepakt. Klaar om weg te gaan. En als Paul zijn wijkouderling niet gebeld had, was ze al weg geweest. Hadden wij hier niet gezeten.

Alles in dit huis getuigt van gepasseerd geweld. De vibraties zijn gewoon niet goed. Deze mensen brengen elkaar geen geluk. Helaas ben ik predikant en geen snel-rechter. In het laatste geval zou ik nu de scheiding uitgesproken hebben. Waarom elkaar langer plagen? Waarom weer incident op incident stapelen. Ik vraag me af of Gerard dit niet ziet. Blijkbaar niet, heeft het nu over een drievoudig snoer. En over niet stuk maken. ‘Man, kijk eens goed; hier is alles al stuk gemaakt.’

Ik neem een besluit en onderbreekt Gerard: “Moment Gerard, ik heb eigenlijk een vraagje”. Gerard kijkt een beetje verstoord op en zwijgt. Ik vervolg: ‘Wat is er op tegen om een periode van afkoeling af te spreken? Gewoon even twee weken uit elkaar. Maar dan ook echt even geen contact en vervolgens kijken jullie waar je dan staat.” Ik hoed mij er voor om iets concreets te noemen voor over veertien dagen. Ik weet nu al dat dit hopeloos is.

‘Maar ik ga niet weg hier’ , Paul.

Veronique kijkt me aan, ik lees de blik. Voor haar is alles goed nu. Als ze hier maar weg kan.

‘Veronique, heb jij een plaats waar je heen kunt?’ vraag ik. Ik zie haar aarzelen, maar ze weet het antwoord al.

“Ja, ik kan wel terecht bij m’n tante. Die woont vlakbij u” klinkt het. ‘Ik heb haar vanmiddag al gebeld’ Dat laatste komt er een beetje schuldig uit.

‘Ik werk hier niet aan mee, breng je dus ook niet weg. Je ziet maar hoe je er komt” Paul weer die ondertussen nors voor zich uit kijkt. Aan alles is te zien dat hij zich het slachtoffer voelt.

Aangezien Gerard met de fiets is, zit er niets anders op dan Veronique een lift aan te bieden. Dat doe ik dus.

Vijf minuten later staan Gerard en ik buiten. We hebben Paul een hand gegeven, en met een ‘ik wacht buiten’ naar Veronique zijn we vertrokken. Gerard begint, naast de auto met de fiets aan de hand, een betoog over alle gebroken huwelijken en wat dat voor een gevolgen heeft. Ik zeg niet zoveel en sta voornamelijk kou te lijden.

Dan komt Veronique met drie koffers naar buiten. Ik open mijn kofferbak en help haar de koffers er in te tillen. Bij de laatste koffer, raken we elkaars hand licht aan, het voelt voor mij als een schok. Ik kijk haar aan, zie dat ze het ook merkt, ze slaat haar ogen weer neer.

Gerard verdwijnt met een “Ok, dan ga ik maar, sterkte Veronique! Tot ziens dominee” Een forse armzwaai en slingerend fietst hij weg.

Ik houd de deur aan de passagierskant voor haar open. Even later rijden we weg. De eerste paar minuten verlopen in stilte. Geen vervelende stilte. Voelt wel veilig. ‘Mag ik je wat vragen? Mag ik überhaupt ‘je’ zeggen?’ klinkt het zacht naast me.

‘ Ja en ja’ zeg ik terwijl ik snel opzij kijk. Ze glimlacht. De eerste keer dat ik haar dat zie doen.

‘Zou je even rond willen rijden?’

‘Rond, waarheen dan?’

‘Nou gewoon nog niet rechtstreeks naar m’n tante’ Blijkbaar voelt zij zich ook veilig.

‘Ok, ja geen probleem’ ik verander van baan en kies een weg die ons de stad uitleidt. Even later rijden we de oprit op naar de snelweg.

Terwijl ik invoeg begint zij aan de volumeknop van mijn geluidsapparatuur te draaien. Ineens klinkt het ‘I want to break free’ door de auto.

Ik blijf voor me kijken. Voel dat ze me aankijkt. ‘Queen… geen gebruikelijke keuze voor een dominee’ zegt ze.

‘Maar wel toepasselijk’ pareer ik.

‘Is het raar dat ik me opgelucht voel?’

Dezelfde vraag krijg ik regelmatig. Niet alleen na een scheiding maar ook wel na een begrafenis.

Of na een uiteindelijk overlijden van een geliefde. Kind of partner. Of ouder. Het einde aan een uitzichtloze strijd. Een leven dat niet alleen getekend werd door maar ook voornamelijk nog bestond uit lijden. Dan is het niet raar om je opgelucht te voelen.

En na een scheiding, tijdelijke of voorgoed, was het al helemaal niet raar om opgelucht te zijn. Even klaar met de ruzies, de energie-vretende discussies, het vechten (soms letterlijk). Niet gek om dan een soort van verlossing te voelen.

Ik vertel haar dat.

‘Dankje’ zegt ze terwijl ik meende dat ze me even met haar hand aanraakte. Ik houd mijn ogen op de weg.

‘Breng me nu maar terug’.

Zonder te antwoorden, ga ik er bij de volgende afslag af, rijd over het viaduct naar de andere kant en draai de snelweg weer op. Queen gaat nog steeds door. Via ‘Under pressure’ zijn we nu aangeland bij ‘Don ’t stop me now’. Daarnaast is de ruimte op een behaaglijke manier gevuld met ons zwijgen.

Na een kwartier zet ik Veronique af bij haar tante. Terwijl ik haar ten afscheid een hand geef, kijkt ze me aan en bedankt ze me: ‘Dankjewel dat je geen preek tegen me hield’. Eén van de weinige keren dat men mij bedankt voor het niet preken, flitst het een beetje wrang door me heen.

‘Ik bel je’, zeg ik en vertrek. Vlucht eigenlijk. Heb deze avond meer over mijzelf geleerd dan over een ander.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch