Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Een Dumoul…mentje

Door klone sideburner

Niets aan de hand, een beetje regen op de pet maar verder was het die bewuste zaterdag goed rondbanjeren in de lieveldse binnenlanden. Niks wees dan ook op schier naderend onheil, anders dan dat het na een klein uurtje begon te sputteren vanuit de toch al grijze wolkenmassa. Veel zuurstof in de lucht en dus een mooie basis om stevig door te stappen. Beetje positiviteit is dan ook geen sinecure en de nattigheid negerend stapten we vrolijk steeds dieper in de drek die al snel ontstond op één van de vele verlaten karresporen die het niemandsland richting vragender zo karakteristiek maakt tot een stukje puur achterhoeks vooroordeel. Zeg jônguh, komt you nou uit de achterhoek? Heuken! Maarre, hebbuh wij bij jullie nou al een beetje asfalt gedoneerd of moeten we na Arnhem nog steeds met de crossmotor verder? Dit was dus serieus een vraag van een zo’n Seres-balletje toen uw luie chroniqueur nog op kamers zat in Wageningen. Ik heb hem bloedserieus aangekeken om daarna te antwoorden dat het meeste transport nog steeds per ezel plaatsvind en dat we die beesten meestal uit het westen halen…Omdat ze daar geen muildieren nodig hebben om zich telkens weer aan dezelfde steen te stoten. Kortom, het werd nog flink dorstig bij de dispuutavond van onze brallerige corps-vrinden….Nat ook bovendien, omdat we structureel met de rug naar de bar bleven staan. Eigenlijk net zo zompig als afgelopen zaterdag toen we nog net niet totaal doorweekt bij het ingeplande houten rustpunt aankwamen om een paar sneetjes brood achter de kiezen te douwen. Met daartussen de onvermijdelijke dikke platen leverworst. Dit open afdakje was er ooit in het kader van het rustpuntenbeleid voor fietsende toeristen neergebratst en sindsdien langzaam maar zeker verworden tot een literiaire jungle vol hoogstaande proza met clichématige versjes over noaberschap en de naderende harfst. We (Henri en uw toen nog zorgeloze krabbelaar op sterk water) keuvelden gemeudelijk wat over niks en keken ondertussen naar de wijdsheid voor ons. Een maisveld dat net gekneust was en verderop wat oerbos dat de ruilverkaveling zowaar overleeft had….De groteske schrijfwijsheden van Henk Krosenbrink en euhm andere kunstenmakers hebben we maar achter ons gelaten voor de oudere generatie. Het risico van een accuut coma was nooit zo dichtbij…..

Toen we na tien minuten toch maar weer eens een voorzichtig handje buiten het vers gebeitste hok staken om te constateren dat het voorlopig nog niet droog zou worden, stapten we als echte bikkels weer de blubber in om onze weg te vervolgen. Waarheen was eigenlijk toen nog steeds een groot vraagteken. Er waren talloze opties en geen van beiden wilden daarin te vroeg een keuze maken. En toen sloeg net voorbij Biotel Arink het noodlot toe. Toen ik ‘het’ al twee keer manmoedig het hoofd had geboden vond ik het toch nodig om mijn kompaan wat uitleg te verschaffen omtrent het plotseling jammerlijk kreunen mijnerzijds. Niet dat hij er nog wat van ging denken. Euhm Henri, eigenlijk moet ik best wel nodig schijten. Hij schoot keihard in een dubbele lachstuip om daar het eerste half uur niet meer uit te geraken. Klone echt? Moet je poepen? En nodig ook knul! Steeds korter waren de ontspanmomenten tussen het puffen door en ik realiseerde me dat er op zeer korte termijn knopen doorgehakt moesten worden. Snel doorliep ik in gedachten de opkomende opties. Proberen bij een boerderij aan te bellen met de zeer dringende vraag of ondergetekende even de toiletpot mocht komen vervuilen….Terugvechten en proberen tot in de grolse veste de keutel binnen te houden, met het risico dat je in ….Of wildpoepen. En ik realiseerde me meteen dat ik al een kwartier geen boerderij gezien had en optie twee geen haalbare kaart was. Wildpoepen dan maar. Henri had het niet meer en met de druk op de ketel zocht ik haastig naar een discrete plek om mijn dumouline-tje te leggen. Plots zag ik mijn oplossing achter wat struiken bij wat bomen en in de bocht van een slootje. Ik drukte Henry mijn waterfles in de hand en zocht haastig wat groot blad. Ging naar het beoogde alternatief en haalde na twintig minuten voor het eerst weer opgelucht adem.

Nadat ik de handel netjes had toegedekt met blad en takken alsmede maaisel dat langs de weg lag konden we eindelijk verder, maar de regen had allengs de stempel te zwaar op de tocht gedrukt. Het water begon door het vest heen langzaam door te dringen op de blote huid. Henri keek ook steeds doorweekter en blijkbaar had uw vrolijke wandelaar iets te vroeg zijn witte kadetjes weer toegedekt. Je zult het niet geloven zei ik voorzichtig….Hij wist genoeg! Ik hou het denk ik wel vol tot bij mijn moeder, dus als we flink doortippelen en zij de achterdeur al van het slot heeft, dan moet dit nu wel een mogelijkheid zijn. In marstempo vlogen we richting de binnenstad en ik realiseerde me dat wildpoepen er hier niet meer in zou zitten. Doar zöl flink wat proat van kommen. Als een onverwachte invasie trok ik de achterdeur zowat uit de hengsels en vloog naar de betegelde ontvangstruimte om het porselein te beroeren. Henri schoof ondertussen wat schuchter zijn hoofd achter de kamerdeur en ik hoorde mijn moeder keihard in de lach schieten. Het maakte me niks uit, ik bleef voorlopig mooi zitten waar ik zat….

Naderhand toch maar eens gepolst of anderen ook zo’n momentje hadden beleeft ooit. Op de fiets of waar dan ook….Gelukkig, ik ben niet de enige wildpoeper in de regio. sommige verhalen waren nog veel smeuïger dan mijn bescheiden avontuur. Geen publiek, geen ongelukjes met afknijpen en geen hakkelende uitleg met een rood aangelopen hoofd. Aj mot, dan moj….Drietzooi!

Klone

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch