Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Een fijn soort prikken

Door Sabien Brehler

Oudroze was haar t-shirt. Het zat een beetje losjes om haar schouders en bovenarmen. Het kleurde mooi bij haar zongebruinde huid. Het was augustus. De zomer liep ten einde, maar daar leek de zon zich niets van aan te trekken. Zij hing nog lekker warm te zijn in de knalblauwe hemel. Een donderdagmiddag, een donderdagmiddag zoals alle donderdagmiddagen zouden moeten zijn. Zeker in augustus. Het gras prikte een beetje in mijn benen. Mijn handdoek was net te klein. Hoewel ik zelf niet zo lang was, was ik toch te lang voor deze handdoek. Hoe zouden écht lange mensen zoiets aanpakken? Het prikken hinderde me niet. Het prikken was een fijn soort prikken. Het soort prikken wat alleen het gras in augustus kon doen. En het gras in augustus mocht dat ook doen. Fijn prikken in mijn benen die vergeleken met haar benen nog hagelwit leken. Ook dat hinderde me niet. Want het was donderdagmiddag en augustus. Het was even zoals het altijd moest zijn. Het prikken, de zon, het oudroze t-shirt en ook het zweet op mijn snor die ik niet had. Maar als ik een man was, had daar ongetwijfeld een snor gezeten. Ik denk dat ik veel baardgroei zou hebben als ik een man zou zijn. Of eigenlijk hoop ik dat. Een fijne, zachte mannenbaard die ook een beetje prikt. Maar het prikken zou me dan niet hinderen. De vrouwen waarmee ik zou zoenen zou het ook niet hinderen. Zij zouden het omschrijven als een fijn soort prikken, een beetje zoals gras wel eens doet als je op donderdagmiddag in augustus op een te kleine handdoek in het gras ligt.

‘Warm he?’ zei ze, ze draaide zich op haar buik en zuchtte. ‘Die zomer mag van mij wel eens klaar zijn, het is al bijna september en nog 28 graden.’ Ze keek opzij naar me. Ik draaide mijn hoofd naar haar. Ik was het niet met haar eens, ik zat immers net te bedenken hoe gelukkig ik me voelde in de zon. ‘Denk je dat ik veel baardgroei zou hebben als ik een man was?’ vroeg ik haar. Ik keek er serieus bij, ik wilde dat ze deze vraag serieus zou beantwoorden. Ze fronste haar wenkbrauwen. ‘Ik denk het wel, zou je dat willen?’ ‘Waarom denk je dat?’ ‘Weet niet, een gevoel. Je hebt ook veel armhaar’, ze wees op mijn witte armen. Ik keek ernaar, ik had echt veel armhaar. Normaal waren mijn armen eind augustus veel bruiner en mijn armhaar veel blonder. Maar veel buiten was ik niet geweest. Mijn huid moest nog wennen aan de zon, haar huid niet. Ze was net teruggekomen van een maand reizen. Dat soort dingen deed zij altijd, leuke dingen. Dingen die ik nooit deed. Ze draaide weer op haar rug en deed haar t-shirt omhoog, om zo ook haar bruine buik nog bruiner te laten worden. Ik deed haar na. Mijn buik gaf bijna licht in de zon. Zo wit was hij. Ik sloot mijn ogen en voelde de zon op mijn oogleden branden. Een fijn soort branden. ‘Het lijkt me best fijn om een man te zijn met een goeie baard’, zei ze naast me. ‘Ja, mij ook. Dan zouden we ook naar zo’n hippe barbershop mogen. Om onze baard te laten wassen en kammen,’ antwoordde ik. We lachten. ‘Ik zou het wel eens willen proberen, een man zijn. Maar dan wel voor een dagje. Ben benieuwd hoe dat is. Of ik aantrekkelijk zou zijn. Zou je mij aantrekkelijk vinden als man?’ ze draaide haar hoofd opzij. Ik opende mijn ogen en keek haar aan. ‘Ontzettend aantrekkelijk,’ het klonk sarcastisch maar ik meende het. Dat had ik wel vaker. Ze grijnsde. ‘Ik jou ook hoor.’ We sloten onze ogen weer en zwegen een tijdje. Ik voelde dat ik aan het verbranden was. Mijn zomer was niet zo zonnig geweest als deze dag vandaag. Dit was de eerste keer in maanden dat ik me bewust was van dat ik het leven wel weer een beetje leuk vond, soms. Het was nu 5 maanden en 23 dagen geleden. Verdriet slijt zeggen ze wel eens. Dat had ik aan het begin niet geloofd. Het werd elke dag alleen maar erger. Dit was het eerste moment dat het minder erg was dan gister. Na 5 maanden en 23 dagen. Ik moest geduldig met mezelf zijn en mezelf de tijd gunnen had iedereen gezegd. 5 maanden en 23 dagen en ik was er nog lang niet, maar het beginnetje was er. Ik voelde een warme zoute traan langs mijn wang glijden. Het zout prikte een beetje op mijn warme wang. Het was een fijn soort prikken. Haar hand veegde hem weg. Ik schrok door de plotselinge aanraking. ‘Ik ben trots op je’, zei ze. Ik glimlachte, nog steeds met gesloten ogen. ‘Het is vandaag voor het eerst minder erg dan gisteren’. Ze pakte mijn hand en kneep erin. Het was een fijn soort knijpen. Bemoedigend en vooral heel erg lief. Er kwamen nog meer warme zoute tranen langs mijn wangen en nu ook langs de hare. We huilden om het leven, om de dood en om alles wat daar tussen zat. Om dat het nu al 5 maanden en 23 dagen geleden was, en dat de tijd zo snel ging. We huilden van blijdschap omdat het verdriet dus echt sleet. Maar we huilden vooral omdat we haar misten. We misten haar zodra we ’s ochtends onze ogen open deden en totdat we weer gingen slapen. We misten haar in onze nacht – en dagdromen. Haar afwezigheid was elke dag weer opnieuw ontzettend voelbaar, vooral als we met z’n tweeën waren. Dan waren we namelijk niet met z’n drieën. Een lege plek naast ons op onze te korte handdoekjes in het gras. Een missend paar benen die geprikt werden door het gras. Een missende hand aan mijn linkerkant, een missende lach en een missende traan. Alles was sinds 5 maanden en 23 dagen te weinig. Er miste altijd iets, altijd haar. We openden onze ogen en keken elkaar aan met betraande ogen en glimlachten. ‘Het is me maar wat, dat leven,’ zei ze. ‘Ja, waren we maar mannen, die zijn niet zo gevoelig als wij vrouwen. Het armhaar heb ik al, nu alleen de baard nog.’

5 reacties

Caroline

woensdag, 14:39

Ontroerd …

Mahtob Boot

woensdag, 11:12

Wauw…

Desi

woensdag, 18:41

Echt prachtig!

Esther Quatfass

vrijdag, 17:39

Wat een mooi verhaal met een originele invalshoek.

Henk van den Oetelaar

vrijdag, 12:34

Ik ben een man maar heb geen baard. Geen arm en zelfs geen beenhaar. Wel heb ik mijn ogen vol met tranen en een gevoel van enorme warmte in mijn hart. Wat een prachtig verhaal chapeau!

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch