Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Een ongelukkige koning

Door Michèl Admiraal

Niet zo heel lang geleden leefde in een land niet ver van hier een koning in een groot kasteel. Nou ja, kasteel, het leek eerlijk gezegd meer op een heel groot herenhuis. Maar koning Michaelis vond kasteel gewoon stoer klinken. Bovendien was hij gek op kastelen. Hij had het herenhuis, pardon, kasteel zelf laten bouwen, met grote ramen en hoge muren van oranjerode steen. IJverige kobolds hadden die met de hand gebakken in de vuurovens langs de rivieren van het zuidelijk gewest. Ook de dakpannen en de kantelen waren van deze steen gemaakt. Natuurlijk had het kasteel een ophaalbrug en vier hoge torens, zodat de koning alle hoeken van zijn rijk goed kon overzien.

Midden in het kasteel lag een ommuurde tuin vol bloemen en vlinders. In de nazomer kon je de appels, peren en pruimen zo van de bomen plukken. Als je daar tenminste toestemming voor had. Myron, de hofmaarschalk van de koning, hield streng toezicht over alles wat er in de tuin gebeurde. Elke week mat hij de hoogte van het gras en telde hij het fruit dat aan de bomen hing. In het midden van de tuin lag een hartvormig grasveld, omringd door slingerende paden en schaduwrijke bomen. Het was gras waar je heerlijk in kon liggen en dat zacht aanvoelde aan je blote voeten. Tijdens warme zomers zorgden de bomen voor aangename koelte. Op rustige plekjes stonden kleine bankjes om op te dromen, te luieren of een perkament te lezen.

Tussen lichtpaarse lavendelplanten bevond zich een smalle, hoge toren, gevuld met kleine gaten. Hierin klonk het zachte gekoer van de koninklijke postduiven. In een hoek van de tuin stroomde een kleine waterval naar een helderblauwe vijver, omringd door kleine, gladde stenen. Het waren bijzondere stenen, de koning had ze tijdens verre reizen verzameld. Aan het strand, want waar hij ook heen ging, hij wilde altijd de zee zien. Het geluid van de branding en de zeevogels vond hij prachtig. Daarom lag het kasteel dicht bij de zee. Vanaf het centrale balkon kon je ’s zomers de zon langzaam zien ondergaan. Verder had het kasteel prachtige zalen en kamers, een zwaarbeveiligde wapenkelder, enge gewelven en zelfs een geheime gang.

Maar hoe mooi en vredig het kasteel ook lag, de koning was niet gelukkig. Drie jaar geleden was koningin Amila gestorven, na een langslepende ziekte. Ze was geboren in het rijk van Andaluz, dat niet ver boven de evenaar lag. Het was een land vol stoffige steden en dorre vlaktes, waar gevaarlijke leeuwen rondzwierven. De koning had haar als prins ontmoet, toen hij nog jeugdig en onervaren was. Hij was als een blok gevallen voor haar zwarte, krullende lokken. Dat ze uit een andere cultuur kwam en een geheel ander geloof volgde, leek hem geen probleem. Hij vond het juist spannend om iets nieuws te leren kennen. Het had hem vele geschenken en lange dagen theedrinken bij de sultan gekost om haar te mogen meenemen. De sultan was niet zomaar bereid geweest om zijn oudste nichtje af te staan aan een in zijn ogen ongelovige westerling.

Het was geen gemakkelijk huwelijk geweest. De koning was altijd druk met zijn werk bezig, terwijl de koningin haar familie miste. Het had veel moeite gekost om elkaars cultuurverschillen te overbruggen. Dat sommige onderdanen het maar raar vonden dat hun koning met iemand uit een vreemd land was gehuwd, maakte het er niet gemakkelijker op. Toch lukte het om op de een of andere manier de liefde te bewaren, want na een paar jaar werden twee koningskinderen geboren. Edward was de oudste, zijn zus Luna de jongste van de twee. Hoewel de koning en de koningin dolblij waren met de kinderen, veranderde het toch iets in hun relatie. Het leek wel of de koning op het tweede plan kwam te staan en dat de koningin vooral oog voor hun kinderen had. Er bleef steeds minder tijd voor elkaar over, om met zijn tweeën iets te ondernemen. Vooral de koning had hieronder geleden.

Dit werd alleen maar erger als haar familie langskwam – haar bazige moeder of een van haar vervelende broers. Ze spraken een taal vol zangerige woorden waar de koning weinig van begreep, hoeveel lessen hij ook volgde. Vaak namen ze niet eens de moeite om uit te leggen waar het over ging, dat gaf de koning een ongemakkelijk gevoel. Alsof hij een vreemde was in zijn eigen kasteel. Het liefst sloot hij zich dan op in zijn werkvertrek, met een perkament uit zijn rijk gesorteerde bibliotheek. Deze grensde direct aan het werkvertrek, zodat hij gemakkelijk in en uit kon lopen. De bibliotheek was het privédomein van de koning, de koningin kwam er bijna nooit. Liever keek zij elke avond op de toverlantaarn naar voorstellingen uit haar geboorteland. Omdat ze haar land zo miste, had de koning geregeld dat deze elke maand per snelkameel uit haar land werden overgebracht.

De koning was zachtaardig en rustig van karakter, wat botste met de hebzuchtige familie van de koningin. Elke keer als ze langskwamen maakten ze ruzie met elkaar en zeurden ze bij de koning om goudstukken. Nu eens hadden ze een extra kameel nodig, dan waren hun kussens versleten of moesten er nieuwe gewaden gekocht worden. In de loop der jaren legde het een behoorlijk beslag op de schatkist. De koninklijke rentmeester had hier regelmatig een opmerking over gemaakt, maar de koning zei dat hij niet tegen het verzoek van zijn vrouw kon ingaan. ‘Lieve Michaelis,’ had Amila gezegd, ‘ik begrijp dat het voor jou zwaar is, maar ik kan mijn familie, mijn moeder, toch niet in de steek laten? Ik zou het niet kunnen verdragen dat ik het goed heb terwijl zij arm zijn. Alsjeblieft, doe het uit liefde voor mij.’

Vijf jaar na de geboorte van Luna sloeg het noodlot toe en werd de koningin zwaar ziek. Langzaam ontstond er een kloof tussen haar en de koning. Misschien kwam het wel doordat ze de ziekte elk anders beleefden. De koning was vooral boos dat dit hem moest overkomen. Een druk leven, kleine kinderen die net naar de lagere prinsen- en prinsessenschool gingen en dan dit er ook nog bij. De koningin zag het echter als een goddelijke straf omdat ze niet zuiver volgens de wetten van haar geloof leefde. Op de een of andere manier lukte het de koning en de koningin niet om over elkaars gevoelens te praten, of die zelfs maar te begrijpen. Terwijl de koning zich nog meer op zijn werk stortte, leek de koningin het heilige boek van haar geloof en de tradities van haar land steeds belangrijker te vinden.

Vooral in de laatste jaren, toen de koningin steeds zieker werd, voelde de koning zich eenzaam. De koningin had haar naderende dood niet willen accepteren, ze verbood de koning zelfs om erover te praten. Tegenover Edward en Luna deed ze alsof ze gewoon weer beter zou worden. De koning durfde haar niet tegen te spreken, omdat de opvoeding van hun kinderen haar verantwoordelijkheid was. Toen de geneesheren van de koning niets meer voor haar konden doen, wendde zij zich tot allerlei dwergen, zieners en toverheksen uit haar land. Wie geloofde in de spreuken van het heilige boek hoefde volgens haar de dood niet te vrezen. Maar het mocht allemaal niet baten, ze werd zieker en zieker. In haar laatste weken zat haar familie constant naast haar bed. De koning had nauwelijks nog een intiem moment met de koningin alleen. Op de dag van haar overlijden raakte ze in een diepe droomslaap, waardoor er voor de koning en de koningskinderen geen afscheid mogelijk was. Ze was niet meer in staat om hen een laatste wijze raad of levenswijsheid mee te geven. Bij het ondergaan van de zon was ze op haar rustbed gestorven, terwijl de koning voor het laatst haar hand vasthield.

Voor prins Edward en prinses Luna was haar overlijden een vreselijke schok, omdat ze altijd dachten dat hun moeder weer beter zou worden, hoe ziek zij ook was. Ze waren allebei net overgestapt naar de middelbare prinsen- en prinsessenschool, wat een erg moeilijke levensfase voor hen was. Door de ziekte van hun moeder vielen hun schoolprestaties toch al tegen. Natuurlijk waren ze een beetje verwend, maar dat komt wel meer voor bij koningskinderen. Die voelen zich vaak net ietsje anders dan de rest. Zeker als ze gewend zijn om in een groot kasteel met veel lakeien te wonen.

Het hele land was in diepe rouw. Overal hingen de vlaggen halfstok. Alle feesten waren afgelast en iedereen was in het zwart gekleed. De dagcouranten stonden vol over de begrafenis, hoe ongehoord het was dat de koning met een jarenlange traditie had gebroken. Aanleiding was een kritisch artikel op de voorpagina van de koopmanscourant. Een paar maal per jaar haalde hij het tevoorschijn en las hij het in de beslotenheid van zijn werkvertrek. Vandaag was zo’n dag. Zuchtend keek hij naar de kop van het artikel: ‘Echte liefde of verdwazing?’ Hij legde het perkament neer en begon te lezen.

geen reacties
0 Fictie

Rauwe pijn

Sahar Noor

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam