Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

‘EERST STAL ZE M’N HART, TOEN JATTE ZE M’N NIER’

Door Axel de Swarte

Er staat een vent te plassen in onze tuin, in het vijvertje met goudvissen. Hij heeft een zwart kostuum aan. Het is zaterdagavond, dus het zal wel weer zo’n zatte corpsbal uit de buurt zijn… Als ik naar buiten loop om er iets van te zeggen, is hij net klaar. Hij trekt z’n rits omhoog en draait zich naar mij om. ‘Meneer,’ zegt ie, ‘Een euro… heb je één eurootje voor me?’ Nu zie ik dat hij veel ouder is dan ik dacht. Zijn pak is versleten, het is gerafeld bij de mouwen en mist zeker drie knopen. Zijn gebit mist een paar tanden. Door een gat in zijn broek zie ik zijn vaalwitte knie. Ik wil m’n huis weer in, maar hij gaat voor me staan. ‘Meneer, luister nou even, ik woonde in deze straat, dat grote witte huis op de hoek. Ik had het voor elkaar, net als u. We waren een gelukkig gezinnetje, twee kinderen, een jongen en een meisje. Ik zie ze nooit meer. Dat komt… m’n vrouw en ik, we groeiden uit elkaar. We praatten te weinig en hadden geen seks.’

Het oude liedje, denk ik. ‘Dat komt vaker voor,’ zeg ik en ik zet nog een stap naar m’n deur. ‘Ja,’ zegt hij, het komt vaker voor dat mensen uit elkaar groeien. Maar wat zij mij heeft geflikt, dat heeft u nog nooit gehoord. M’n vrouw had problemen met haar nieren. Op het laatst werkten ze nog maar voor dertig procent. Toen bleek dat ik een nier aan haar kon geven. In het ziekenhuis waren ze overdreven aardig voor me. Dat komt: ze houden er niet van als je gezond binnenkomt en er beroerd weer uit gaat. Maar zo gaat dat nou eenmaal als donor.

Ik dacht dat we door die transplantatie weer wat dichter bij elkaar zouden komen. Het is toch een behoorlijk cadeau, een nier. Iets anders dan een bosje bloemen. Maar nee hoor. Ze was wel dankbaar, maar ik mocht haar nog steeds niet aanraken. Terwijl er toch al iets van mij in haar zat. Na een paar maanden vertelt ze me ook nog dat ze een nieuwe vriend heeft. Ze ging bij hem wonen.

Daar gaat mijn nier, dacht ik toen de verhuiswagen voor de deur stond. De kinderen nam ze ook mee. Het verhaal wordt nog gekker meneer… want haar nieuwe vriend was de chirurg die míjn nier in haar had gestopt. Ik hield nog steeds van haar dus ik zat maar te piekeren: waarom, waarom? Ik zei steeds hetzelfde zinnetje tegen mijzelf: “Eerst stal ze mijn hart, toen jatte ze mijn nier.” Ik bleef thuis op de bank hangen… kwam niet meer op m’n werk… begon te zuipen… kon de hypotheek niet meer betalen en nu sta ik voor u en vraag u om één eurootje.’

Ik pak m’n portemonnee, haal er een briefje van vijf uit en geef het hem. Ik verwacht extra dankbaarheid maar hij zegt: ‘Ook voor een vijfje kan ik geen nieuwe nier kopen’ Hij draait zich om en loopt de tuin uit.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch